OVERWEGINGEN
De uitspraak van 29 maart 2017, 14/2162 WSF, 14/2163 WSF en 14/2164 WSF wordt gerectificeerd als volgt:
Overweging 5 van de uitspraak dient te luiden:
5. Aanleiding bestaat de minister te veroordelen in de proceskosten van appellanten. Deze kosten worden in beroep begroot op € 13,- voor de door appellant gemaakte reiskosten en € 13,- voor de door appellante 1 gemaakte reiskosten en op € 990,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal € 1.016,-. Van andere voor vergoeding in aanmerking komende kosten is niet gebleken.
De vijfde bepaling in de beslissing wordt:
- Veroordeelt de minister in de proceskosten van appellanten tot een bedrag van€ 1.016,-.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 29 maart 2017 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 september 2017.
(getekend) J. Brand
(getekend) R.L. RijnenAB