ECLI:NL:CRVB:2019:1226

ECLI:NL:CRVB:2019:1226, Centrale Raad van Beroep, 09-04-2019, 16-6044 PW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 09-04-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16-6044 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0008659 BWBR0015703

Samenvatting

Verlaging bijstand in verband met ontbreken woonlasten. Appellant woonde op een boot zonder woonlasten. Verlaging in overeenstemming met beleid.

Uitspraak

16. 6044 PW, 16/7430 PW

Datum uitspraak: 9 april 2019

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 augustus 2016, 15/7174 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft het college op 21 november 2016 een nieuwe beslissing op bezwaar (nader besluit) genomen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2019. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. De Jonge. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.H. van Heerwaarden.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet (PW) naar de norm voor een alleenstaande. Appellant stond ten tijde in geding in de basisregistratie personen ingeschreven met een briefadres op het adres [adres]. Feitelijk verbleef appellant op een boot zonder vaste ligplaats.

Het college heeft, voor zover hier van belang, bij besluit van 29 juni 2015, zoals na bezwaar gewijzigd bij besluit van 15 oktober 2015 (bestreden besluit), de bijstand van appellant op grond van artikel 27 van de PW met ingang van 1 juli 2015 vastgesteld op 45% van de gehuwdennorm. Aan het bestreden besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant op een boot woont, waarvoor hij geen huur, hypotheek of bijvoorbeeld liggeld hoeft te betalen, maar waarvoor appellant wel aantoonbare verblijfslasten heeft in de vorm van olie, gas en onderhoud aan zijn boot. Het college heeft hierbij analoge toepassing gegeven aan - en geanticipeerd op - de per 1 juli 2015 nog niet inwerking getreden Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2015-2, omdat het toen geldende beleid van het college geen bepaling over het ontbreken van woonlasten bevatte.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Daartoe heeft de rechtbank overwogen, voor zover van belang, dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er in het geval van appellant aanleiding was om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 27 van de PW, en waarom in redelijkheid kon worden aangesloten bij de onder 1.2 genoemde beleidsregels.

Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft het college bij het nader besluit het bezwaar van appellant tegen het besluit van 29 juni 2015 gedeeltelijk gegrond verklaard in die zin dat aan appellant met ingang van 1 januari 2015 bijstand wordt toegekend naar de norm voor een alleenstaande, verminderd met het normbedrag voor huur van € 230,-. Het college heeft hierbij bepaald dat appellant recht heeft op bijstand tot een bedrag van € 698,29 per maand exclusief vakantiegeld. Aan het nader besluit heeft het college ten grondslag gelegd, onder verwijzing naar artikel 27 van de PW in verbinding met artikel 4.4, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder a, van de Beleidsregels Participatiewet 2016 (beleidsregels), dat appellant in vergelijking met een bijstandgerechtigde die in een reguliere woning woont, wel energiekosten heeft, maar geen woonlasten.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Het nader besluit wordt, gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), mede in de beoordeling betrokken.

Gelet op het verhandelde ter zitting is uitsluitend nog in geding het nader besluit. Partijen houdt verdeeld of het college de voor appellant geldende bijstandsnorm voor een alleenstaande heeft kunnen verlagen met € 230,- per maand in verband met het ontbreken van woonlasten.

Op grond van artikel 27 van de PW kan het college de bijstandsnorm lager vaststellen voor zover een betrokkene lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet als gevolg van zijn woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning.

Ter uitvoering van artikel 27 van de PW heeft het college met ingang van

1 augustus 2016 beleid vastgesteld, neergelegd in de Beleidsregels Participatiewet 2016 (beleidsregels). In artikel 4.4, eerste lid, van de beleidsregels is bepaald dat de bijstand wordt verlaagd indien de belanghebbende een woning bewoont waarvoor hij geen, dan wel niet alle woonlasten verschuldigd is.

Ingevolge het tweede lid bedraagt de verlaging van de bijstand:

a. € 230,- per maand wanneer de belanghebbende voor de woning geen huur verschuldigd is, dan wel geen verplichting heeft tot betaling van hypotheekrente, premie opstalverzekering, onroerende zaakbelasting, waterschapslasten en onderhoudskosten en;

b. € 100,- per maand wanneer de belanghebbende voor het gebruik van gas geen betaling verschuldigd is en;

c. € 55,- per maand wanneer de belanghebbende voor het gebruik van elektriciteit geen betaling verschuldigd is.

Niet in geschil is dat appellant in ieder geval op 1 juli 2015 een door het college als woning aangemerkte boot bewoonde en dat hij daarvoor geen huur- of andere woonlasten zoals bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, aanhef en onder a, van de beleidsregels verschuldigd was. Evenmin is in geschil dat appellant in ieder geval op die datum (nog) geen liggeld heeft hoeven betalen.

Anders dan appellant heeft aangevoerd, heeft het college zich, gelet op 4.5, terecht op het standpunt gesteld dat appellant lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan had als gevolg van zijn woonsituatie. De verlaging van de bijstand met € 230,- is in overeenstemming met artikel 4.4, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder a, van de beleidsregels. In wat appellant heeft aangevoerd zijn geen bijzondere omstandigheden gelegen op grond waarvan het college van de beleidsregels had moeten afwijken.

Aan de stelling van appellant dat het college bij de toegepaste verlaging van de bijstandsnorm geen rekening heeft gehouden met de door hem gemaakte onderhoudskosten en, in vergelijking met een reguliere woning, extra energiekosten, wordt voorbij gegaan. Nog daargelaten dat appellant geen gegevens heeft overgelegd die deze stelling ondersteunen, kunnen de door appellant bedoelde kosten niet worden aangemerkt als woonlasten als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, zoals uitgewerkt in het tweede lid, aanhef en onder a, van de beleidsregels.

Uit 4.4 tot en met 4.7 volgt dat het beroep tegen het nader besluit ongegrond moet worden verklaard.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep tegen het besluit van 21 november 2016 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham als voorzitter en W.F. Claessens en A.M. Overbeeke als leden, in tegenwoordigheid van E. Stumpel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2019.

(getekend) A.B.J. van der Ham

(getekend) E. Stumpel

md

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JWWB 2019/113
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?