Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 december 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Omvang van het hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem in zaak A onder 2 en in zaak C is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, en zal dit derhalve bevestigen, zulks met uitzondering van de kwalificatie ten aanzien van het in zaak B bewezenverklaarde – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof het door de raadsman gevoerde verweer ten aanzien van de opgelegde maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (de ISD-maatregel) bespreekt en een beslissing neemt over het in zaak B inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven windscherm.
Ook leest het hof een aantal tikfouten in het vonnis verbeterd, als volgt:
- p. 4: waarby – waarbij;
- p. 5: windsoherm – windscherm;
- p. 6: Hy – Hij;
- p. 6: vasf – vast;
- p. 7: risioo – risico;
- p. 8: hef – het;
- p. 8: blykt – blijkt;
- p. 8: meerdeijarige – meerderjarige;
- p. 9: liehamelyk – lichamelijk;
- p. 9: zyn – zijn;
- p. 11: By – Bij.
Kwalificatie ten aanzien van het in zaak B bewezenverklaarde
Het in zaak B bewezenverklaarde levert op:
diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.
Bespreking verweer ten aanzien van de ISD-maatregel
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in de zaken A, onder 1, B en D bewezenverklaarde veroordeeld tot de ISD-maatregel.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde maatregel als door de rechtbank in eerste aanleg opgelegd.
De raadsman heeft verzocht af te zien van de oplegging van de ISD-maatregel. Daartoe heeft hij – kort gezegd – aangevoerd dat de verdachte niet intrinsiek gemotiveerd is mee te werken met de maatregel. De verdachte heeft aangevoerd dat de reclassering verkeerd over hem heeft gerapporteerd door hem een gok- en alcoholprobleem en problematische schulden toe te schrijven, terwijl volgens de verdachte daarvan geen sprake is. De verdachte zegt daardoor het vertrouwen in de reclassering te zijn verloren. De verdachte wil zich nu zelf inzetten om een woning te krijgen en zijn leven op de rit te houden.
Het hof overweegt als volgt.
Met de rechtbank en op de in het vonnis verwoorde gronden, is het hof van oordeel dat de oplegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. Dat onjuist over de verdachte is gerapporteerd door de reclassering acht het hof, bij gebreke van concrete aanknopingspunten daarvoor, niet aannemelijk geworden, ook al mag de verdachte zijn problematiek zelf anders inschatten. Intrinsieke motivatie bij de verdachte is geen voorwaarde voor oplegging van de ISD-maatregel. Deze maatregel strekt immers ook ter bescherming van de samenleving tegen personen die keer op keer in crimineel gedrag vervallen. Dat in dít stadium bij de verdachte de intrinsieke motivatie om mee te werken met de ISD-maatregel ontbreekt, neemt overigens niet weg dat dit in de (nabije) toekomst kan veranderen, zodra de verdachte inziet dat hij daarmee ook zijn eigen belang het beste dient. Het hof acht oplegging van de ISD-maatregel daarom passend en geboden en zal ook dit onderdeel van het vonnis bevestigen.
Beslag
Het onder de verdachte in zaak B inbeslaggenomen en niet teruggeven voorwerp, te weten een windscherm, dient te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in zaak A onder 2 en zaak C tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de kwalificatie ten aanzien van het in zaak B bewezenverklaarde en doet in zoverre opnieuw recht.
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten 1 STK Windscherm PIAGGIO (5594897).
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. V. Mul en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 januari 2022.
Mr. Mul en mr. Kuiper zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]