ECLI:NL:GHARL:2023:9119

ECLI:NL:GHARL:2023:9119, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24-10-2023, 22/1946

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 24-10-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/1946
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2022:3262
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 5 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005416

Samenvatting

Parkeerbelasting.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 22/1946

uitspraakdatum: 24 oktober 2023

Uitspraak van de vijfde enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 11 augustus 2022, nummer UTR 22/665, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (hierna: de heffingsambtenaar)

1. Ontstaan en loop van het geding

De heffingsambtenaar heeft op 20 juli 2021 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd van € 4,39, waarbij tevens kosten van € 65,30 in rekening zijn gebracht.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar het bezwaar ongegrond verklaard.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een nader stuk ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2023. Partijen zijn, met kennisgeving aan het Hof, niet verschenen.

2. Vaststaande feiten

Belanghebbende heeft op 10 juli 2021 de auto met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) geparkeerd aan de Zandhofsestraat in Utrecht. Op die parkeerplaats en op dat tijdstip was sprake van betaald parkeren. De naheffingsaanslag is om 15.39 uur opgelegd.

De auto is tijdens het rijden op de Biltstraat defect geraakt omdat de stuurbekrachtiging uitviel. Belanghebbende is vervolgens naar een dichtbij gelegen buurt gereden waar zijn zoon woont en heeft, omstreeks 15.30 uur, de auto geparkeerd op voornoemde parkeerplaats. Belanghebbende heeft bij zijn zoon de Audi service dienst gebeld.

Belanghebbende heeft om 15.51 uur de parkeerbelasting betaald.

3. Geschil

In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De heffingsambtenaar beantwoordt deze vraag bevestigend en belanghebbende ontkennend.

4. Beoordeling van het geschil

Op grond van artikel 225, lid 1, aanhef en onder a, van de Gemeentewet, kan een belasting worden geheven ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze.

Ingevolge artikel 234, lid 1, van de Gemeentewet, wordt de parkeerbelasting, bedoeld in artikel 225, lid 1, onder a, van die wet geheven bij wege van voldoening op aangifte dan wel op andere wijze.

Ingevolge artikel 234, lid 2, aanhef en onder a, van de Gemeentewet, wordt als voldoening op aangifte uitsluitend aangemerkt: het bij aanvang van het parkeren in werking stellen van een parkeermeter of een parkeerautomaat op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

Tussen partijen is niet in geschil dat de auto op de in 2.1 aangegeven parkeerplaats stond geparkeerd en dat ter zake van het parkeren van de auto parkeerbelasting is verschuldigd.

Belanghebbende heeft verklaard dat hij de auto, nadat de stuurbekrachtiging uitviel, met enorme inspanning en stress naar de parkeerplaats heeft gereden. De parkeerplaats ligt in de buurt van de woning van zijn zoon. Verder heeft belanghebbende verklaard dat hij in alle hectiek bij zijn zoon aanbelde, naar binnen ging en omstreeks 15.35 uur de Audi service dienst heeft gebeld. Hierna heeft belanghebbende de parkeerbelasting betaald. Belanghebbende is van mening dat, gezien de voor hem stressvolle gebeurtenis, hij gerechtvaardigd de parkeerbelasting later heeft betaald en derhalve de naheffingsaanslag onterecht is opgelegd.

De heffingsambtenaar stelt dat parkeerbelasting een objectieve belasting betreft en dat persoonlijke omstandigheden daarom geen rol mogen spelen bij het opleggen van een naheffingsaanslag. Verder stelt de heffingsambtenaar dat er enkel sprake kan zijn van overmacht indien het een acute noodsituatie betreft met een uitzonderlijk en buitengewoon karakter. Van een dergelijke situatie is volgens de heffingsambtenaar in dit geval geen sprake.

Het Hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. De parkeerbelasting is een objectieve belasting waardoor er in de regel geen ruimte is voor een afweging van persoonlijke omstandigheden. Er kan wel sprake zijn van overmacht. Van overmacht is alleen sprake in een noodsituatie of spoedeisende situatie, waardoor iemand absoluut, feitelijk en fysiek verhinderd is om bij aanvang van het parkeren parkeerbelasting te betalen. Alhoewel het Hof zeker erkent dat de situatie stress bij belanghebbende heeft opgeleverd, is er naar het oordeel van het Hof geen sprake van overmacht. Belanghebbende had eerst de parkeerbelasting kunnen betalen en vervolgens de Audi service dienst kunnen bellen of eerst de parkeerbelasting kunnen betalen en zijn zoon tegelijkertijd de Audi service dienst kunnen laten bellen. Verder heeft het Hof in aanmerking genomen dat het betalen van de parkeerbelasting niet veel tijd in beslag zou hebben genomen en dat het voor de hand ligt dat belanghebbende en zijn zoon wisten dat ter zake van het parkeren parkeerbelasting is verschuldigd.

Slotsom

Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond.

5. Griffierecht en proceskosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten.

6. Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.A. van Huijgevoort, raadsheer, in tegenwoordigheid van dr. J.W.J. de Kort als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2023

De griffier, De voorzitter,

(J.W.J. de Kort) (B.F.A van Huijgevoort)

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op 26 oktober 2023

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2023/2623 NLF 2023/2544 V-N 2024/6.19.41 Viditax (FutD) 2023110309 FutD 2023-2864
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?