uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
De heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. M.F.M. Boerlage).
Inleiding
De heffingsambtenaar heeft op 13 december 2023 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 16 januari 2024 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2025. Eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.
Overwegingen
De feiten
2. De naheffingsaanslag is aan eiser opgelegd omdat zijn auto met het kenteken [kenteken] op 25 oktober 2023 om 06:44 uur aan de [straat] in Utrecht stond geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald. In de parkeerverordening is deze plaats aangewezen als een plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.
Er bestaat geen geschil over dat daar op dat moment parkeerbelasting verschuldigd was. Er bestaat ook geen geschil over het feit dat het bovengenoemde kenteken op dat moment nog niet gekoppeld was aan de parkeervergunning van eiser.
In de periode tussen 5 oktober 2023 en 25 oktober 2023 heeft eiser in totaal zeven naheffingsaanslagen ontvangen. Op 25 oktober 2023 om 09:55 uur is de parkeervergunning voor de auto met kenteken [kenteken] digitaal actief geworden. Na bezwaar heeft de heffingsambtenaar de eerste zes naheffingsaanslagen uit coulance vernietigd.
De gronden van beroep
3. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij de gemeente niet financieel benadeeld heeft door het niet tijdig doorgeven van het nieuwe kenteken. Hij betaalt tweemaandelijks de parkeerheffing. Hij heeft daarnaast uitsluitend gebruik gemaakt van de auto met het kenteken [kenteken] . Tot slot stelt hij dat de boete van € 76,91 veel geld is terwijl hij rond moet komen van slechts een AOW-uitkering. Eiser doet daarom een beroep op coulance.
De heffingsambtenaar stelt dat hij eiser in voldoende mate tegemoet is gekomen door de eerste zes naheffingsaanslagen te vernietigen. Het niet tijdig doorgeven van het nieuwe kenteken is de verantwoordelijkheid van eiser en de gevolgen daarvan zijn voor rekening en risico van hem. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
De rechtbank overweegt als volgt. Dat eiser abusievelijk de kentekenwijziging niet heeft verlengd, komt voor zijn eigen rekening en risico. Eiser dient immers bij het gebruik maken van een parkeervergunning ervoor te zorgen dat hij op de hoogte is van de voorwaarden die aan die vergunning verbonden zijn. Daarbij is het de verantwoordelijkheid van eiser als vergunninghouder om voorafgaande aan het parkeren ervoor te zorgen dat de vergunning op het juiste kenteken is gesteld en dat hij nagaat waar zijn vergunning geldig is. Nu ook anderszins de verschuldigde parkeerbelasting niet is voldaan, heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Hoewel de rechtbank er niet aan twijfelt dat eiser niet de intentie heeft gehad om de gemeente (financieel) te benadelen, kan het beroep van eiser op coulance niet slagen. De rechtbank wijst er in dat kader op dat de naheffingsaanslag geen straf is, maar een herstelmaatregel. Een naheffingsaanslag parkeerbelasting is niets meer dan het alsnog voldoen van de verschuldigde parkeerbelasting en het in rekening brengen van de daarvoor gemaakte kosten. De naheffingsaanslag is volgens vaste rechtspraak een objectieve belasting waardoor er in de regel geen ruimte is voor een afweging van persoonlijke omstandigheden of belangen.
De heffingsambtenaar kan weliswaar coulance betrachten, maar de rechtbank is daartoe niet bevoegd. Volgens vaste jurisprudentie, geldt dat slechts in het uitzonderlijke geval dat de belastingplichtige niet in redelijkheid de gelegenheid heeft gehad om de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen, de naheffingsaanslag achterwege dient te blijven. Een uitzonderlijk geval kan zich voordoen indien van de belastingplichtige door onvoorziene omstandigheden, zoals een acute noodsituatie, redelijkerwijs niet kan worden gevergd de verschuldigde parkeerbelasting te (laten) voldoen. Buiten deze gevallen bestaat voor de rechter geen mogelijkheid maatwerk te leveren en krijgt de rechter geen ruimte om rekening te houden met de mate van verwijtbaarheid van een gedraging die aan een naheffingsaanslag parkeerbelasting ten grondslag ligt.
Het beleid van de heffingsambtenaar is dat er in een geval als het onderhavige slechts één naheffingsaanslag per maand wordt opgelegd. De heffingsambtenaar is, ondanks het verzoek van eiser, niet bereid de naheffingsaanslag in te trekken. De rechtbank is, zoals hiervoor onder overweging 3.3 reeds is uitgelegd, niet bevoegd de naheffingsaanslag om redenen van coulance te vernietigen. Het beroep op coulance kan daarom niet slagen.
4. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep van eiser ongegrond.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Daarom blijft de uitspraak op bezwaar in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van het griffierecht en de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
16 oktober 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.