GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.251.241
zaaknummer rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, 3227292
arrest van 25 november 2025
in de zaak van
Dexia Nederland B.V. (Dexia)
die is gevestigd in Amsterdam
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer
en
[geïntimeerde] ( [geïntimeerde] )
die woont in [woonplaats] (Gld.)
advocaat: mr. J.B. Maliepaard
1. Het verloop van de procedure in hoger beroep
Naar aanleiding van het arrest van 5 februari 2019 heeft bij het hof op 8 mei 2019 een meervoudige comparitie na aanbrengen plaatsgevonden. Voorafgaand aan die comparitie heeft Dexia een akte na tussenarrest en heeft [geïntimeerde] een akte uitlating geschilpunten genomen. De zaak is na de comparitie geroyeerd en in 2025 hervat.
Na hervatting van de zaak is deze naar de rol van 26 augustus 2025 verwezen voor memorie van grieven. Op die datum is de memorie van grieven niet genomen. Vervolgens is een uitstel verleend tot 23 september 2025, ambtshalve peremptoir (overeenkomstig artikel 2.19 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, hierna: LPR). Ook op die datum heeft Dexia geen memorie van grieven ingediend. Op de rol van 23 september 2025 is aangetekend dat het recht op het indienen van een memorie van grieven is vervallen.
2. De motivering van de beslissing van het hof
Nu Dexia in de appeldagvaarding geen gronden voor het hoger beroep heeft aangevoerd en geen memorie van grieven heeft genomen, is de vordering in hoger beroep niet naar de eis van de wet met redenen omkleed. Het hof zal Dexia dan ook niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering in hoger beroep.
Het hoger beroep slaagt niet. Omdat Dexia in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Dexia tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.
3. De beslissing
Het hof:
verklaart Dexia niet-ontvankelijk in haar vordering in hoger beroep;
veroordeelt Dexia tot betaling van de volgende proceskosten van [geïntimeerde] :
€ 313,- aan griffierecht
€ 1.214,- aan salaris van de advocaat van [geïntimeerde] (1 procespunt x het toepasselijke tarief II).
Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. Dozy, H.L. Wattel en D.M.I. de Waele, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.