2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
De curator heeft in zijn schriftelijke toelichting bepleit dat de cassatieadvocaat van [eiseres] op de voet van art. 245 lid 1 Rv wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Daartoe heeft de curator aangevoerd, kort gezegd, dat de cassatieadvocaat van [eiseres] zich heeft verzet tegen doorhaling van de cassatieprocedure en de curator heeft gedwongen tot voortprocederen terwijl [eiseres] ingevolge art. 2:19 lid 6 BW in verbinding met art. 193 lid 1 Fw heeft opgehouden te bestaan.
De Hoge Raad is van oordeel dat er geen aanleiding is om op de voet van art. 245 lid 1 Rv in plaats van [eiseres] haar cassatieadvocaat te veroordelen in de kosten van het geding in cassatie.
De curator heeft in zijn verweerschrift gevorderd dat [eiseres] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten en over de nakosten, indien deze kosten en nakosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest zijn voldaan.
De Hoge Raad zal [eiseres] veroordelen in de kosten van het geding in cassatie, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, een en ander zoals hierna te bepalen.
Volgens vaste rechtspraak levert een kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel op. Deze rechtspraak moet aldus worden begrepen dat een veroordeling tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente daarover een veroordeling tot betaling van de nakosten en de wettelijke rente daarover omvat, met dien verstande dat de wettelijke rente over de nakosten die zijn verbonden aan de in voorkomend geval noodzakelijke betekening van de uitspraak, is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening. Daarin ziet de Hoge Raad aanleiding de nakosten en de wettelijke rente daarover niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling te vermelden.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 10 juni 2022.