GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.350.684
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht : 10914139
arrest van 25 november 2025
in de zaak van
[appellant]
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. J. van Andel
hierna: [appellant]
en
Hedin Automotive 1 M B.V.
die is gevestigd in Nieuwegein
advocaat: mr. M.H. Adema
hierna: Hedin Automotive
1. Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
Het hof heeft in het tussenarrest van 14 oktober 2025 beslist dat het in deze zaak niet eerst en vooraf aan de beoordeling van de hoofdzaak zal beslissen op de incidentele vorderingen (schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis en overlegging van bepaalde stukken) van [appellant] .
Op 28 oktober 2025 heeft [appellant] aan het hof gevraagd om hem (alsnog) een termijn te geven voor het indienen van een memorie van grieven. [appellant] heeft daarnaast gevraagd om verlof te verlenen voor het tussentijds instellen van cassatieberoep als aan hem die termijn niet wordt gegund. Hedin Automotive heeft bezwaar gemaakt tegen deze verzoeken van [appellant] en heeft het hof gevraagd arrest te wijzen.
De rolraadsheer heeft beslist geen aanleiding te zien om terug te komen op het arrest van 14 oktober 2025.
Het hof doet in dit arrest einduitspraak. Het hof zal beslissen dat [appellant] niet-ontvankelijk is in het door hem ingestelde hoger beroep en zal de incidentele vorderingen afwijzen. Hierna zal het hof toelichten hoe het tot dat oordeel komt.
2. De toelichting op de beslissing van het hof
Het hof heeft in rov. 1.3 tot en met 1.8 van het tussenarrest van 14 oktober 2025 de procedurele gang van zaken weergegeven met betrekking tot het niet nemen van de memorie van grieven door [appellant] en de (om die reden) aan [appellant] verleende akte niet dienen. Het hof verwijst daar naar.
Doordat [appellant] in de dagvaarding in hoger beroep geen gronden voor het hoger beroep heeft aangevoerd en evenmin tijdig een memorie van grieven heeft genomen (zie ook het tussenarrest van 14 oktober 2025 rov. 3.1 tot en met 3.3), is de vordering in hoger beroep niet naar de eis van de wet met redenen omkleed. Het hof zal [appellant] daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering in hoger beroep.
De incidentele vorderingen
De incidentele vorderingen van [appellant] worden afgewezen, omdat [appellant] in de hoofdzaak niet-ontvankelijk zal worden verklaard en daarmee de procedure ten einde zal komen. Voor [appellant] bestaat daarom geen belang meer bij de door hem ingestelde incidentele vorderingen in het kader van deze procedure.
De conclusie
Het hof zal [appellant] niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering in hoger beroep. Omdat [appellant] in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof [appellant] tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).
3. De beslissing
Het hof:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn vordering in hoger beroep;
veroordeelt [appellant] tot betaling van de volgende proceskosten van Hedin Automotive:
€ 798,00 aan griffierecht;
€ 858,00 aan salaris van de advocaat van Hedin Automotive (1 procespunt x het toepasselijke tarief I);
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. K. Mans, M.H.F. van Vugt en G.R. den Dekker, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.