ECLI:NL:GHARL:2026:2142

ECLI:NL:GHARL:2026:2142

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 13-03-2026
Datum publicatie 10-04-2026
Zaaknummer 21-002503-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Utrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2025:4400

Samenvatting

Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank (veroordeling voor het vervoeren van meerdere kilo’s harddrugs en het aanwezig hebben van harddrugs en softdrugs), met uitzondering van de motivering van de opgelegde straf en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij. Het hof komt wel tot dezelfde straf als de rechtbank.

Uitspraak

[verdachte] ,

Hoger beroep

Onderzoek van de zaak

Vonnis

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002503-25

Uitspraakdatum: 13 maart 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Utrecht, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 26 mei 2025 met parketnummer 16-356316-24 in de strafzaak tegen:

geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van zitting van het hof van 27 februari 2026 en wat er op de zittingen bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.J. Mul, hebben aangevoerd.

De rechtbank heeft verdachte in eerste aanleg veroordeeld voor:

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek van het voorarrest. Daarnaast is beslist op het beslag.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank goeddeels op juiste gronden en juiste wijze heeft beslist en zal het vonnis met aanvulling en verbetering van gronden bevestigen, behalve voor zover het betreft de opgelegde straf. Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd. Ter vermijding van misverstanden: de bevestiging betreft ook de beslissing van de rechtbank over het beslag.

Het hof zal aldus het vonnis bevestigen, met dien verstande dat:

Aanvulling van gronden

Het hof heeft in aanvulling op de (opgesomde) bewijsmiddelen uiteengezet in het vonnis, het volgende bewijsmiddel gebezigd voor het bewijs.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 februari 2026.

Verbetering van gronden

Onderzoek ter terechtzitting

Het hof overweegt dat het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg is aangevangen op een eerdere datum dan vermeld staat in het vonnis. De eerdere datum is kennelijk abusievelijk weggevallen in het vonnis van de rechtbank. Het hof is van oordeel dat de overwegingen in het vonnis onder “1 Onderzoek ter terechtzitting” verbeterd dienen te worden gelezen, als volgt:

[…]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 18 februari 2025 en 12 mei 2025.

[…]

Voetnoten

Het hof is daarnaast van oordeel dat de volgende voetnoot die door de rechtbank is gebruikt, dient te worden verbeterd, in die zin dat het hof verwijst naar een andere beginpagina:

- Bij voetnoot 9 wordt door het hof verwezen naar ‘een proces-verbaal van bevindingen, genummerd [nummer] , pagina 248-261 van Einddossier.’

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van zestien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf dient een bijzondere voorwaarde te worden verbonden, te weten: meldplicht bij de reclassering.

Ten aanzien van de door de verdediging aangevoerde vormverzuimen wat betreft de cautie en het onderzoek aan de telefoon kan worden volstaan met de constatering dat een vormverzuim is begaan. Voor wat betreft de staandehouding en de doorzoeking is geen sprake van een vormverzuim.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat er sprake is van vormverzuimen: verdachte is onrechtmatig staande gehouden, verdachte is niet (tijdig) de cautie gegeven, de telefoon van verdachte is onrechtmatig doorzocht én de woning van verdachte is onrechtmatig doorzocht. Dat moet leiden tot strafvermindering.

De verdediging heeft daarnaast verwezen naar de reclasseringsrapporten van 27 februari 2025 en 29 april 2025. Verdachte heeft zinvolle dagbesteding, is gemotiveerd voor gedragsverandering, komt zijn afspraken met de reclassering na en heeft afspraken gemaakt over de oplossing van zijn financiële problemen. Verdachte heeft baat bij het contact met de reclassering.

Oordeel van het hof

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Het hof zal eerst beoordelen of sprake is geweest van vormverzuimen, en zo ja of daar de consequentie van strafmatiging aan verbonden moet worden.

Staandehouding – geen vormverzuim

Het hof is van oordeel dat er bij de staandehouding van verdachte sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Het voertuig van verdachte stond gesignaleerd in verband met ondermijnende criminaliteit, verdachte komt meerdere keren voor in de politiesystemen in verband met drugsfeiten en de politie heeft waargenomen dat er op de openbare weg – een parkeerplaats bij de markt in [plaats] – meerdere dozen werden overgedragen van de kofferbak van de ene auto naar de andere auto. Het op een openbare plek overdragen van dozen aan een persoon met een auto die in verband worden gebracht met drugs levert een redelijk vermoeden op van schuld aan een drugsoverdracht. De staandehouding was aldus rechtmatig.

Cautie – een vormverzuim

Het hof is van oordeel dat het stellen van vragen aan verdachte over de dozen, direct na zijn (rechtmatige) staandehouding, moet gezien worden als een verhoor als bedoeld in artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Omdat uit het proces-verbaal niet blijkt dat verdachte daarbij de cautie van artikel 29 lid 2 Sv is gegeven, is sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.

Nu de rechtsgevolgen van dat vormverzuim niet uit de wet blijken, dient het hof te beoordelen of aan dat vormverzuim enig – en zo ja, welk – rechtsgevolg dient te worden verbonden. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de in het tweede lid van artikel 359a Sv genoemde wegingsfactoren, te weten: het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Nu de antwoorden die verdachte heeft gegeven voordat aan hem de cautie werd gegeven niet voor het bewijs worden gebezigd en de verdediging voorts ook niet een beroep heeft gedaan op een concreet en voor de toepassing van artikel 359a Sv relevant nadeel, is het hof van oordeel dat dient te worden volstaan met de enkele constatering dat sprake is geweest van het verzuim om de cautie te geven.

Onderzoek van de telefoon van verdachte – een vormverzuim

Het hof toetst het onderzoek van de telefoon van verdachte aan vereisten die gelden op grond van het Landeck arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 oktober 2024 (C-548/21) en het arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:409). Omdat het onderzoek aan de telefoon van verdachte een meer dan beperkte inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer betekende, had vooraf een toetsing door de rechter-commissaris moeten worden verricht. Dat is niet gebeurd. Het hof is van oordeel dat daarom sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.

Bij toepassing van artikel 359a Sv moet het hof rekening houden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.

De geschonden norm dient het belang van het recht op persoonlijke levenssfeer. Onderzoek van de gegevens op een digitale gegevensdrager kunnen mogelijk leiden tot een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de gebruiker van de betreffende gegevensdrager.

Voor wat betreft de ernst van het verzuim overweegt het hof dat de omstandigheid of de rechter-commissaris hoogstwaarschijnlijk toestemming zou hebben gegeven relevant kan zijn bij het toetsen van de factoren zoals bedoeld in artikel 359a Sv. Het hof acht aannemelijk dat de rechter-commissaris, bij de afweging van de te verwachten inbreuk, de ernst van het strafbare feit en het belang van het onderzoek, in dit geval toestemming zou hebben gegeven voor het – al dan niet onder voorwaarden – onderzoeken van de telefoon van verdachte. Dat maakt dat de ernst van het vormverzuim beperkt is gebleven.

Bovendien overweegt het hof dat door de verdediging niet een beroep is gedaan op een concreet en voor de toepassing van artikel 359a Sv relevant nadeel.

Het hof is daarom van oordeel dat kan worden volstaan met de constatering van het vormverzuim, zonder dat daaraan consequenties worden verbonden.

Doorzoeking – geen vormverzuim

Het hof is van oordeel dat het door de verdediging aangevoerde verweer dat sprake is geweest van een onrechtmatige doorzoeking van de woning van verdachte, nu deze niet op vordering van de officier van justitie heeft plaatsgehad onder leiding van een rechter-commissaris, een feitelijke grondslag ontbeert. Uit het dossier blijkt immers dat de rechter-commissaris aanwezig is geweest bij de doorzoeking van de woning en het startsein hiervoor gaf. De doorzoeking was aldus rechtmatig.

Strafmaat

Verdachte heeft ruim 4 kilo cocaïne in ontvangst genomen van een medeverdachte. Hij heeft zich in dat verband schuldig gemaakt aan het medeplegen van afleveren, verstrekken en vervoeren van 4.484,71 gram cocaïne. Ook bewaarde verdachte een handelshoeveelheid (ruim 1 kilogram) van verschillende soorten harddrugs in zijn woning en bijna 900 gram henneptoppen. Verdachte heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in ons land. Door harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd en ook leiden drugs vaak, direct en indirect, tot criminaliteit waarmee onrust in de samenleving wordt veroorzaakt. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen enkel oog gehad en was slechts uit op eigen financieel gewin.

Het hof heeft bij de straftoemeting acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten, waarin als oriëntatiepunt voor het (o.a.) afleveren, verstrekken of vervoeren van 4.000 tot 5.000 gram harddrugs een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twintig maanden wordt genoemd. Voor het aanwezig hebben van 1.000 tot 1.500 gram harddrugs staat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden genoemd. Daarnaast geldt als uitgangspunt voor het aanwezig hebben van 500 tot 2.500 gram softdrugs een taakstraf van honderd uren. Het zwaartepunt van het strafrechtelijk verwijt in deze zaak ligt bij het medeplegen van aflevering, vervoer en (verhuld) overdragen van de harddrugs en de handelshoeveelheid aan harddrugs die hij in huis had.

Daarnaast heeft het hof acht geslagen op de reclasseringsadviezen van 27 februari 2025 en 29 april 2025. De reclassering gaat uit van een gemiddeld recidiverisico. De financiën (schulden) van verdachte, zijn psychosociaal functioneren en zijn sociaal netwerk ziet de reclassering als delict gerelateerd. Ook zijn er aanwijzingen voor een procriminele houding. Het is positief dat verdachte beschikt over werk (fulltime), er zijn geen aanwijzingen voor middelenproblematiek en hij beschikt over een steunend familiair netwerk in de vorm van zijn zus. Voorgaande wordt ondersteund door wat de verdediging ter terechtzitting naar voren heeft gebracht over de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft momenteel goed contact met zijn reclasseringswerker en heeft veel baat bij de hulp van zijn schuldhulpverlener en draagt zijn verantwoordelijkheden voor zijn kinderen.

Verdachte heeft in onderhavige strafzaak ongeveer vier maanden in voorarrest doorgebracht.

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden zal het hof grotendeels aansluiten bij de eis van de advocaat-generaal. Het hof acht een gevangenisstraf van zestien maanden passend gelet op de ernst van de feiten. Een gedeelte daarvan, te weten zes maanden, zal voorwaardelijk worden opgelegd als stok achter de deur om te voorkomen dat verdachte zich nogmaals inlaat met drugsgerelateerde feiten of andere strafbare feiten. Om de stok achter de deur te vergroten is een proeftijd van drie jaren passend. Aan het voorwaardelijk strafdeel zal het hof zowel de meldplicht bij de reclassering als de schuldhulpverlening als bijzondere voorwaarden verbinden. Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte veel baat heeft bij het huidige toezicht van de reclassering. Aangezien de schulden door de reclassering als delictgerelateerd worden beschouwd, acht het hof het noodzakelijk dat dit huidige traject wordt doorgezet.

De tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest zal in mindering worden gebracht op de onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Dit betekent dat verdachte nog wel terug moet naar de gevangenis. Wegens de aanzienlijke hoeveelheid verdovende middelen acht het hof dit noodzakelijk en kan niet met een andere of lichtere straf worden volstaan dan met de straf die deze vrijheidsbeneming met zich brengt.

Alles afwegende zal het hof aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van zestien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, en met aftrek van het voorarrest. Aan het voorwaardelijke strafdeel zullen de meldplicht bij de reclassering en de schuldhulpverlening als bijzondere voorwaarden worden verbonden.

Verdachte loopt nog in een schorsing van de voorlopige hechtenis en het hof ziet, net als de advocaat-generaal, geen reden tot opheffing daarvan.

Wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat:

Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat verdachte:

Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.

Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door

mr. B.A.A Postma, voorzitter,

mr. L.G.J.M. van Ekert en mr. O.O. van der Lee, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.S. Janssen, griffiers,

en op 13 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. B.A.A Postma
  • mr. L.G.J.M. van Ekert
  • mr. O.O. van der Lee

Griffier

  • mr. A.S. Janssen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?