ECLI:NL:GHARL:2026:6344

ECLI:NL:GHARL:2026:6344

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer 21-001711-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2026:6345

Samenvatting

Verwerping 359a Sv verweer. Geen sprake van onrechtmatige doorzoeking.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 september 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de politierechter.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J. Michels, hebben aangevoerd.

Het vonnis

Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter:

Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 18 oktober 2022 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 24,1 kilo henneptoppen, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

2.hij in of omstreeks de periode van 15 januari 2022 tot en met 18 oktober 2022 te [plaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid stroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (verbreken/forceren van verzegeling van de meterkast en/of het 'buiten de meter om' aanbrengen van een stroomaansluiting).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bespreking van ten aanzien van feit 1 gevoerd verweer

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 ten laste gelegde, het voorhanden hebben van 24,1 kilo henneptoppen bewezen verklaard kan worden. Verdachte heeft op de zitting van het hof verklaard dat hij daarover de beschikking had. De inbeslagname van de gesloten tassen waarin later hennep is aangetroffen was rechtmatig, op basis van artikel 96 Sv. Dat was een begrijpelijke beslissing omdat naast deze tas eenzelfde soort open tas stond met daarin hennepresten op de bodem. Het verweer tot bewijsuitsluiting moet worden verworpen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde. Er is sprake geweest van een onrechtmatige doorzoeking want de verbalisanten waren uitsluitend bevoegd om zoekend rond te kijken in de woning van verdachte en zijn verder gegaan dan dat. Dat is een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv en moet leiden tot bewijsuitsluiting. De verbalisanten hebben drie gesloten tassen geopend, een stapel rolstoelen verplaatst en meerdere actieve handelingen verricht.

Oordeel van het hof

Juridisch kader

Opsporingsambtenaren hebben op grond van artikel 9 van de Opiumwet toegang tot plaatsen waar een overtreding van de Opiumwet wordt gepleegd of waar redelijkerwijs kan worden vermoed dat zodanige overtreding wordt gepleegd.

Als opsporingsambtenaren bevoegd zijn een plaats ter inbeslagneming te betreden, zijn zij tevens bevoegd tot het op die plaats zoekend rondkijken en het in beslag nemen van voor de hand liggende voorwerpen, maar niet tot handelingen die verder gaan dan dat en daarom moeten worden aangemerkt als doorzoeken. Dit geldt ook als toepassing wordt gegeven aan de betredingsbevoegdheid van artikel 9 lid 1 Opiumwet.

Feiten en omstandigheden

Uit het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 8 en verder, komt het volgende naar voren. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zijn op 18 oktober 2022 naar aanleiding van een MMA melding en een positieve warmtemeting naar de [adres 2] in [plaats] gegaan, omdat het vermoeden was dat daar hennep gerelateerde activiteiten plaatsvonden. Vervolgens zijn de verbalisanten de woning van verdachte binnengetreden. Na het binnentreden kwam verdachte naar de verbalisanten toe. De verbalisanten toonden de machtiging tot binnentreden, legitimeerden zichzelf en deelden het doel van het binnentreden aan verdachte mede. De verbalisanten zijn daarna zoekend gaan rondkijken door de woning. In de kamer rechts achterin vanaf de voorzijde, werd een kweekruimte aangetroffen. Deze hennepkwekerij was niet in werking. In de kweekruimte stond een kweektent. Voor deze kweektent lagen vervuilde slippers, en vervuilde knipscharen. In de kweekruimte werden twee verkleurde koolstoffilters, een vervuilde ventilator, een cannabissnijder, kalkresten op grond en hennepresten in een zak gezien. Er werden 175 potten, 15 lampen en 2 koolstoffilters aangetroffen.

Uit het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 9 en verder, komt verder het volgende naar voren.

In de slaapkamer van de woning werd een open zwarte sporttas gevonden, met daarin hennepresten op de bodem van de tas. Het is verbalisant ambtshalve bekend dat het vervoer hiervan wordt gedaan in sporttassen. Nadat verder werd rondgekeken zag verbalisant op de grond nog een gesloten sporttas liggen. Verbalisant heeft de tas opgetild en voelde dat er iets in zat. De tas is in beslag genomen. Hierin zaten twee sealbags met vermoedelijk henneptoppen. Onder de keukentafel zag verbalisant een tweede sporttas liggen die ook in beslag is genomen. Uit die tas kwam een sealbag met vermoedelijk ook henneptoppen. In de woonkamer zag verbalisant onder opgestapelde rolstoelen nog een sporttas liggen. Deze sporttas is ook inbeslaggenomen en daarin werden nog twee sealbags aangetroffen.

In totaal werden vijf sealbags aangetroffen en inbeslaggenomen. Na weging van de inhoud van de sealbags op het politiebureau bleek het om een totaalgewicht 24,1 kilogram (vermoedelijk) henneptoppen te gaan.

In het dossier bevindt zich een machtiging tot binnentreden voor het adres [adres 2] , gebaseerd op artikel 9, eerste lid, Opiumwet, met als doel binnentreden ter inbeslagneming.

Het hof stelt vast dat de verbalisanten de woning aan de [adres 2] zijn binnengetreden en daartoe bevoegd waren op grond van artikel 9, eerste lid, Opiumwet. Na binnentreden hebben zij zoekend rondgekeken door de woning van verdachte. Daarbij hebben zij enkele gesloten sporttassen zien liggen en inbeslaggenomen. Na de inbeslagneming zijn de tassen geopend en zijn daarin henneptoppen aangetroffen. Naar het oordeel van het hof betreffen de gesloten sporttassen voor de hand liggende voorwerpen en bestonden er bovendien gegronde redenen voor inbeslagneming daarvan, omdat daaraan voorafgaand in de woning een geopende sporttas tas werd aangetroffen met hennepresten op de bodem. Het hof beschouwt het verplaatsen van enkele opgestapelde rolstoelen om een sporttas in beslag te nemen die een verbalisant daaronder zag liggen, niet als het doorzoeken van de woning, maar als het gebruik maken van de bevoegdheid zich toegang of doorgang te verschaffen. De bevoegdheid tot het binnentreden in een perceel waar redelijkerwijze vermoed kan worden dat de Opiumwet wordt overtreden, omvat de bevoegdheid om zich de doorgang in dat perceel te verschaffen.

Het hof verwerpt de verweren van de verdediging en komt tot de conclusie dat geen sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv.

Partiële vrijspraak medeplegen alsmede het telen, bereiden, bewerken en verwerken

Het hof is van oordeel dat het strafdossier ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde telen, bereiden, bewerken en verwerken onvoldoende aanknopingspunten biedt voor een wettig en overtuigende bewezenverklaring van verdachtes persoonlijke betrokkenheid bij deze bestanddelen op de tenlastegelegde datum van 18 oktober 2022, als pleger of als medepleger. Datzelfde geldt voor het medeplegen van het onder 1 ten laste gelegde aanwezig hebben van 24,1 kilogram henneptoppen. Het hof spreekt van verdachte van deze onderdelen van de tenlastelegging vrij.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich als pleger schuldig heeft gemaakt aan het aanwezig hebben van 24,1 kilogram henneptoppen.

Vrijspraak feit 2

Naar het oordeel van het hof is op basis van het dossier niet met voldoende mate van zekerheid vast te stellen dat de verdachte als (mede)pleger betrokkenheid heeft gehad bij de diefstal van elektriciteit. Daarom is het hof van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte (mede)pleger is van elektriciteitsdiefstal. Verdachte zal dan ook te worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.hij op 18 oktober 2022 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) 24,1 kilo henneptoppen, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met een proeftijd van 2 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om in geval van veroordeling verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 80 uren. De oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf is gelet op het tijdsverloop en de omstandigheid dat verdachte sinds het onderhavige feit geen nieuwe strafbare feiten meer heeft gepleegd, niet meer passend.

Oordeel van het hof

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van 24 kilo natte henneptoppen. Hierdoor heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de illegale teelt en de bijbehorende handel in drugs, die niet zelden gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat softdrugs schade kunnen berokkenen aan de gebruikers daarvan en kunnen leiden tot ernstige verslavingsproblematiek.

Uit het strafblad van verdachte van 19 augustus 2026 volgt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een Opiumwet-gerelateerd feit. Verder is gebleken dat verdachte sinds het bewezenverklaarde feit niet opnieuw met politie en justitie in contact is gekomen

Het hof heeft rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die op de zitting van het hof door verdachte en zijn raadsman zijn toegelicht. Daaruit is gebleken dat verdachte werkt als industrieel reiniger en uitzicht heeft op een vast contract. Verder heeft verdachte aangegeven een psychiater te bezoeken om hem te helpen bij zijn depressieve klachten.

Het hof acht in beginsel de door de politierechter opgelegde taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Echter, gelet op het feit dat verdachte voor de diefstal van stroom wordt vrijgesproken en gelet op het tijdsverloop, acht hof passend en geboden, de oplegging van een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met een proeftijd van 2 jaren. De voorwaardelijke gevangenisstraf moet voor verdachte als stok achter de deur dienen om hem ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 8.518,84 ingediend. De politierechter heeft dit bedrag toegewezen.

Verdachte wordt vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door mr. G.A. Versteeg, mr. M.B. de Wit en mr. K.K. Lindenberg, in aanwezigheid van de griffier mr. G.A.G. van Essen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 oktober 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand