ECLI:NL:GHARL:2026:7026

ECLI:NL:GHARL:2026:7026

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 26-10-2026
Datum publicatie 02-11-2026
Zaaknummer 21-000717-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBGEL:2025:10801

Samenvatting

Verkeersongeval op de A50 ter hoogte van Emst. De verdachte is tijdens filevorming gebotst tegen twee auto's voor hem. Het hof veroordeelt de verdachte voor aanmerkelijk onvoorzichtig, opoplettend en onachtzaam rijgedrag (overtreding van art. 6 WVW 1994) tot een taakstraf van 120 uur en een onzegging van rijbevoegdheid (OBM) van 6 maanden.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1962 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 oktober 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.A. Heukers hebben aangevoerd en de schriftelijke slachtofferverklaring die namens het slachtoffer, [slachtoffer] , is voorgedragen.

Het vonnis

De rechtbank heeft bewezenverklaard dat verdachte door aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag schuld heeft in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 aan een verkeersongeval, waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht en verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden.

Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 9 april 2024 te Emst, gemeente Epe, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), komende uit de richting van Apeldoorn, gaande in de richting van Zwolle, daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de A50, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl sprake was van filevorming, waarbij voor hem, verdachte, uit over die weg (de A50) rijdende bestuurders van andere voertuigen hun snelheid aanmerkelijk hadden teruggebracht en/of stilstonden,

‒ niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte(n) van die weg (de A50) en/of het zich daarop bevindende verkeer en/of

‒ in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiele telefoon heeft vastgehouden, althans een mobiele telefoon heeft bediend en/of (een) handeling(en) met of aan een mobiele telefoon heeft verricht en/of

‒ in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement, niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (bedrijfsauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (de A50) kon overzien en waarover deze vrij was en/of

‒ is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, twee voor hem, verdachte, uit langzamer rijdende of stilstaande voertuigen (personenauto's: merk Skoda en Jaguar),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair

hij op of omstreeks 9 april 2024 te Emst, gemeente Epe als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, de A50, terwijl sprake was van filevorming, waarbij voor hem, verdachte, uit over die weg (de A50) rijdende bestuurders van andere voertuigen hun snelheid aanmerkelijk hadden teruggebracht en/of stilstonden,

‒ niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte(n) van die weg (de A50) en/of het zich daarop bevindende verkeer en/of

‒ in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiele telefoon heeft vastgehouden, althans een mobiele telefoon heeft bediend en/of (een) handeling(en) met of aan een mobiele telefoon heeft verricht en/of

‒ in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement, niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (bedrijfsauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (de A50) kon overzien en waarover deze vrij was en/of

‒ is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, twee voor hem, verdachte, uit langzamer rijdende of stilstaande voertuigen (personenauto's: merk Skoda en Jaguar),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 9 april 2024 te Emst, gemeente Epe als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de A50, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, twee voor hem, verdachte, uit langzamer rijdende of stilstaande voertuigen (personenauto’s: merk Skoda en Jaguar).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat er sprake was van filerijden. Auto’s stonden stil en trokken op. De navigatie van de Audi waarin verdachte reed, gaf ook aan dat er sprake was van een file. Verdachte heeft – al rijdend – zijn telefoon gebruikt en heeft zich daardoor laten afleiden. Vervolgens is verdachte tegen een Skoda en een Jaguar aangereden. [slachtoffer] , bestuurder van de Skoda, heeft door dit ongeval zwaar lichamelijk opgelopen. Verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtigheid gehandeld en is er sprake van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Er zijn twee getuigen die hebben verklaard dat – kort voor de file – de auto’s op de snelweg 90 kilometer per uur reden. Verdachte reed 94 kilometer per uur op het moment van de botsing. Uit het dossier blijkt niet dat er matrixborden stonden die automobilisten waarschuwden voor filevorming. Van het vermeende telefoongebruik staat niet vast dat dit een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het ongeval. Of en zo ja op welke wijze de telefoon is bediend, blijkt niet uit het dossier. De botsing is een kort moment van onoplettendheid geweest. Dat is onvoldoende om te kunnen spreken van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Oordeel van het hof

Juridisch kader

In het algemeen geldt dat onder ‘schuld’ als delictsbestanddeel een grove of aanmerkelijke schuld wordt verstaan. Of daarvan sprake is, wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd en is verder afhankelijk van het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. ‘Schuld’ als delictsbestanddeel bestaat in verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Het komt er daarbij op aan of verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid.

Niet al uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met een of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de hier bedoelde zin. In de rechtspraak van de Hoge Raad over schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 is tot uitdrukking gebracht dat uit de enkele omstandigheid dat de verdachte een andere verkeersdeelnemer aan wie hij voorrang had moeten verlenen, niet heeft gezien hoewel deze voor hem wel waarneembaar moet zijn geweest en de verdachte daarop zijn rijgedrag moet hebben kunnen afstemmen, nog niet kan volgen dat de verdachte zich ‘aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig’ heeft gedragen.

De achtergrond van deze rechtspraak is dat van iedere verkeersdeelnemer mag worden verwacht dat hij zijn gedrag afstemt op (onder meer) andere, voor hem waarneembare of te verwachten verkeersdeelnemers aan wie hij voorrang moet verlenen of met wie hij anderszins in zijn rijgedrag rekening moet houden. Uit deze rechtspraak kan echter niet als algemene regel worden afgeleid dat schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 in geen geval kan worden bewezenverklaard als de gedraging van de verdachte die heeft geleid tot het ongeval, haar aanleiding vindt in uitsluitend een enkel moment van onoplettendheid. De omstandigheden van het geval – waartoe ook de aard van de verkeerssituatie kan worden gerekend – kunnen immers zodanige aandacht vergen dat ook een kort moment van onoplettendheid als zeer onvoorzichtig kan worden aangemerkt.

(HR 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1398, rechtsoverweging 2.6.1 en 2.6.3.)

De feiten

Op 9 april 2024, omstreeks 17.23 uur vond op de Rijksweg A50 Rechts, gelegen buiten de bebouwde kom van Emst, in de gemeente Epe een verkeersongeval plaats. Bij dit ongeval waren drie personenauto’s betrokken: een bruine Jaguar, een grijze Skoda en een grijze Audi.

Validatie tijdstip van botsenDe Audi had een kilometerstand van 16803 kilometer. Uit de validatie van de klok van de Audi bleek dat deze op de seconde gelijk liep met de atoomklok. De foutcodes die zijn geregistreerd in het motormanagementsysteem van de Audi waren direct te herleiden naar het ongeval, met een onnauwkeurigheid van één seconde. In regeleenheid 15-Airbags waren meerdere foutcodes die aangaven dat er ongeval-gegevens waren opgeslagen. Bij al deze foutcodes werd dezelfde kilometerstand, datum en tijdstip vermeld: 168013 kilometer, 9 april 2024, tijdstip 17.20:33 uur.

Gereden snelheid In het motormanagement van de Audi werd de foutcode 21583 – Loss of Crankshaft Synchronization – geregistreerd op 9 april 2024 bij een kilometerstand van 168013 kilometer en tijdstip 17:20:32. Deze foutmelding is te relateren aan het ongeval. Deze fout heeft betrekking op een timingfout in de motor. De timing van de motor wordt aan de voorzijde door de distributie verzorgd. De Audi had – op de plaats van het ongeval – forse schade aan de voorzijde. De fout is hoogstwaarschijnlijk het directe gevolg van een frontale botsing. Bij de fout is een snelheid van 94 kilometer per uur geregistreerd.

BotspositiesOp de bumperbalk aan de rechtervoorzijde van de Audi zat een vervorming in de vorm van een halve cirkel. De vorm en afmeting kwam overeen met een trekhaakkogel. Op het metalen plaatje, achter de bumperbalk zat ook een recente beschadiging waarbij het metaal was afgeschaafd. De Skoda had een trekhaak, de Jaguar niet. De Audi is met de voorzijde tegen de achterkant van de Skoda gebotst waardoor de trekhaak van de Skoda de vervorming op de bumperbalk en de beschadiging op het metalen plaatje achter de bumperbalk heeft veroorzaakt.

Op de achterbumper van de Jaguar is een vierkante/rechthoekige vervorming aangetroffen. Deze afdruk kwam zowel visueel als qua afmeting overeen met een gedeelte van de bumperbalk van de Audi. Door de verwachting dat de Audi een hogere snelheid heeft gehad dan de Skoda en het feit dat de Skoda naar rechts is afgebogen na de botsing met de Audi, kon de Audi de Skoda voorbij rijden en vervolgens achterop de Jaguar botsen.

TelefoonOp 9 april 2024 om 17:17 uur wordt er vanuit de telefoon van verdachte gebeld met de voicemail. Dit gesprek duurt twee minuten en 28 seconden. Tijdens dit gesprek wisselt het scherm van de telefoon van de “Bellen-app” naar “WhatsApp” en wordt een chat met Jeroen Prive de Bruin geopend.

FilevormingVerdachte heeft bij de politie verklaard dat hij als bestuurder in een Audi Q7 over de A50 reed, komende uit de richting van Apeldoorn en gaande in de richting van Zwolle. Het was constant file rijden. De navigatie in de Audi gaf aan dat er file was, dit gaf deze een stuk terug ook al aan. Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat het druk was op de snelweg en dat hij in een “harmonica” reed.

Getuige [naam 2] heeft verklaard dat hij op 9 april 2024, omstreeks 17.24 uur, getuige is geweest van een ongeval op de A50 nabij Emst. [naam 2] reed op de A50 in de richting van Epe op rijstrook 2. Hij reed ongeveer 90 kilometer per uur. Voor hem begon het verkeer af te remmen en steeds zachter te rijden. Op rijstrook één zag hij twee voertuigen achter elkaar rijden. Hij zag dat een grote SUV kwam aanrijden die niet afremde voor de vertragende auto’s voor hem. Hij zag dat de SUV achterop een grijze auto reed.

Zwaar lichamelijk letselHet slachtoffer, [slachtoffer] , is na het ongeval naar het ziekenhuis gebracht. Daar zijn facturen aan de borstwervel, ribben en lendenwervel vastgesteld. Ook was er sprake van een long contusie, een kleine hersenbloeding rechts frontaal, had het slachtoffer pijn tussen de schouderbladen en is een wond en zwelling boven het linker oog vastgesteld.

Tijdens de zitting heeft de advocaat-generaal namens het slachtoffer [slachtoffer] een slachtofferverklaring voorgedragen en is het schrift aan het dossier toegevoegd. Het slachtoffer heeft blijvende lichamelijke klachten overgehouden aan het ongeval waaronder pijnklachten, beperkingen aan zijn schouder en voet en problemen met zijn zicht. Daarnaast spelen er vermoeidheidsklachten, overprikkeling en concentratieproblemen. Na een ziekenhuisopname, revalidatie en talloze onderzoeken en behandelingen verder, zijn inmiddels ruim twee jaar verstreken en is hij nog steeds niet volledig hersteld.

Conclusie

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen stelt het hof vast dat sprake was van filevorming en dat verdachte zich daarvan bewust was. Het navigatiesysteem van de Audi waarin verdachte reed, gaf al geruime tijd vóór het ongeval aan dat er een file stond. Verdachte spreekt over filerijden en over “harmonica-rijden” waarmee verdachte – aldus het hof – kennelijk doelt op een situatie waarin weggebruikers telkens kort moeten remmen omdat de afstand tot hun voorganger te klein wordt. Deze verkeerssituatie vereist voortdurende oplettendheid. Verdachte heeft tijdens de filevorming – kort voor het ongeval – handelingen aan zijn telefoon verricht. Om 17:17 uur is er namelijk gebeld naar de voicemail en wordt er later gewisseld naar WhatssApp. Verdachte moet daarbij zelf (een) handeling(en) hebben verricht, omdat een telefoon niet uit zichzelf de voicemail belt en/of overschakelt naar WhatsApp. Het gesprek duurde in totaal twee minuten en 28 seconden. Dit betekent dat er tussen het einde van dit gesprek (ergens tussen 17:19:28 uur en 17:20:27 uur) en de botsing met de Skoda (17:20:33 uur ) slechts één minuut en vijf seconden tot zes seconden heeft gezeten. In ieder geval heeft dit gesprek geduurd tot relatief kort voor de botsing. Het hof gaat ervan uit dat verdachte door de (handelingen aan de) telefoon is afgeleid en mede daardoor onvoldoende aandacht had voor het verkeer voor hem. Verdachte heeft namelijk niet tijdig geanticipeerd toen auto’s voor hem afremden. Vaststaat dat verdachte de Audi niet tijdig tot stilstand heeft gebracht binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en deze vrij was. Hij is met een snelheid van 94 kilometer per uur eerst tegen de Skoda gebotst en daarna tegen de Jaguar. [slachtoffer] , bestuurder van de Skoda, heeft als gevolg van dit verkeersongeval zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

Naar het oordeel van het hof is verdachte daarmee, gelet op de omstandigheden van het geval, zoals de aard van de verkeerssituatie en de (handelingen aan de) telefoon zoals hiervoor weergegeven – in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid – zodanig tekortgeschoten in de aandacht die van hem mocht worden gevergd, dat zijn rijgedrag als aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam moet worden aangemerkt. Daarmee heeft verdachte zich zodanig gedragen dat het ten laste gelegde verkeersongeval aan zijn schuld is te wijten in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof komt daarom tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

primairhij op of omstreeks 9 april 2024 te Emst, gemeente Epe, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), komende uit de richting van Apeldoorn, gaande in de richting van Zwolle, daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de A50, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl sprake was van filevorming, waarbij voor hem, verdachte, uit over die weg (de A50) rijdende bestuurders van andere voertuigen hun snelheid aanmerkelijk hadden teruggebracht en/of stilstonden,

‒ niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte(n) van die weg (de A50) en/of het zich daarop bevindende verkeer en/of

‒ in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiele telefoon heeft vastgehouden, althans een mobiele telefoon heeft bediend en/of (een) handeling(en) met of aan een mobiele telefoon heeft verricht en/of

‒ in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement, niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (bedrijfsauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (de A50) kon overzien en waarover deze vrij was en/of

‒ is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, twee voor hem, verdachte, uit langzamer rijdende of stilstaande voertuigen (personenauto's: merk Skoda en Jaguar),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht– indien het hof toekomt aan een strafoplegging – om bij een rijontzegging rekening te houden met het feit dat verdachte zijn auto nodig heeft. Hij is twee dagen in de week op pad om (herstel)werkzaamheden te verrichten aan een zestigtal panden die hij verhuurt. Daarnaast heeft hij de auto nodig voor het vrijwilligerswerk dat hij doet.

Oordeel van het hof

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich door verwijtbaar onvoorzichtig rijgedrag schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ongeval onder de omstandigheden zoals hierboven zijn uiteengezet. Door het ongeval is aan het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toegebracht en heeft dit voor hem enorme impact gehad zoals ook blijkt uit de ter zitting voorgedragen slachtofferverklaring.

Verder heeft het hof rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie van 4 september 2026, waaruit volgt dat verdachte eerder verkeersovertredingen heeft begaan. De verkeersovertreding, met als pleegdatum 12 oktober 2022, weegt het hof strafverzwarend mee omdat die overtreding verdachte er niet van heeft weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit gepleegd in het verkeer.

Het hof heeft als vertrekpunt van denken over een op te leggen straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting voor zaken waarin sprake is van schuld aan het veroorzaken van een verkeersongeval met ernstige gevolgen. Daarin is het uitgangspunt voor het met aanmerkelijke schuld veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel, een taakstraf van 120 uren en een rijontzegging van zes maanden.

Vanwege de ernst van de feiten en de gevolgen ervan is het hof van oordeel dat de

oplegging van de een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 uren hechtenis een passende straf is.

Ter bescherming van de verkeersveiligheid en om de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking te brengen, legt het hof daarnaast een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om voertuigen te besturen op. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht, geven het hof geen aanleiding om af te wijken van de oriëntatiepunten. Het hof acht een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om voertuigen te besturen voor de duur van zes maanden passend en geboden.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Dit arrest is gewezen door mr. I.C.E. Draisma, mr. K. Gilhuis en mr. J. Steenbrink, in aanwezigheid van de griffier mr. D. van der Geld en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 26 oktober 2026.

Mr. K. Gilhuis en mr. D. van der Geld zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand