Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 16 juni 2022 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis. Voorts is de proeftijd van de vordering tot tenuitvoerlegging verlengd met 1 jaar.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 14 december 2021 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] middels tussenkomst van reclasseringsmedewerker [reclasseringsmedewerker] dreigend de woorden toegevoegd:
- ' Ik ga nu naar [adres] en ik sla [slachtoffer] dood met een steigerpijp' en/of
- ' Ik sla hem zo hard dat hij niet meer opstaat'.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis waarvan beroep met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve voor wat betreft de opgelegde duur van de taakstraf en de motivering daarvan.
Het vonnis moet op die onderdelen worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van aangever welke bedreiging door hem is geuit via zijn reclasseringsmedewerker, bij wie de verdachte zich moest melden. De verdachte moet zich er bewust van zijn geweest dat zijn bedreiging aangever zou kunnen bereiken, zeker nu de verdachte eerder veroordeeld is voor feiten, waaronder een poging tot zware mishandeling met dezelfde aangever als slachtoffer. Van die veroordeling liep de verdachte ook nog in een proeftijd.
Door een dergelijke bedreiging te uiten heeft de verdachte het slachtoffer hevige vrees aangejaagd.
Het hof heeft tevens acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 februari 2023, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van misdrijven. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.
Het hof heeft tevens acht geslagen op de oriëntatiepunten van de rechtspraak voor straftoemeting voor een bedreiging. Daaruit volgt dat een geldboete ter hoogte van € 250,00 een passende straf is. Gelet op de ernst van de in casu bewezen bedreiging en de forse justitiële documentatie van de verdachte zal het hof hem evenwel een taakstraf opleggen van een duur die passend is bij de hoogte van deze geldboete.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 10 (tien) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein,
mr. H.C. Plugge en mr. M. van der Horst, in bijzijn van de griffier mr. A.M. Grasman.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 maart 2023.