ECLI:NL:GHDHA:2025:2961

ECLI:NL:GHDHA:2025:2961

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 12-11-2025
Datum publicatie 01-04-2026
Zaaknummer 200.338.238/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2025:2960
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2023:1722

Samenvatting

Einduitspraak na tussenuitspraak over peilmoment van de waardering redelijkheid en billijkheid. Zie tussenuitspraak ECLI:NL:GHDHA:2025:2960.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Familie

Zaaknummer : 200.338.238/01

Zaaknummer Hoge Raad : 22/03882

Zaaknummers hof Arnhem-Leeuwarden : 200.256.167 en 200.257.524

Rekestnummers rechtbank : C/l6/445716 en C/l6/455667

Zaaknummers rechtbank : FA RK 17-4891 en FA RK 18-1138

beschikking van de meervoudige kamer van 12 november 2025

inzake

[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker in het principaal hoger beroep,

verweerder in het incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. K.A. Boshouwers te Utrecht,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in het principaal hoger beroep,

verzoekster in het incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. M.V. Scheffer te Utrecht.

1. Verder procesverloop na de beschikking van de Hoge Raad van 8 december 2023

Het hof verwijst naar zijn tussenbeschikking van 26 februari 2025, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. Bij die beschikking heeft het hof beslist ten aanzien van het onderdeel dat door de Hoge Raad in cassatie is vernietigd. Voorts heeft het hof met inachtneming van hetgeen het hof Arnhem-Leeuwarden in zijn beschikkingen van 22 september 2020, 23 februari 2021 en 19 juli 2022 heeft beslist en waartegen in cassatie niet of tevergeefs is opgekomen, iedere verdere beslissing over de pensioenverevening en de kosten van deze procedure aangehouden en partijen verzocht binnen drie maanden na de datum van die beschikking het hof te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de pensioenverevening.

Nadien zijn bij het hof de volgende stukken ingekomen:

- een e-mail van de zijde van de man van 6 maart 2025, met bijlage;

- een e-mail van de zijde van de vrouw van 11 juli 2025.

2. Verdere beoordeling van het hoger beroep

Het hof overweegt als volgt. Het hof heeft in zijn beschikking van 26 februari 2025 overwogen dat uit de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden van 19 juli 2022 volgt dat het hof de beslissingen met betrekking tot de pensioenverevening heeft aangehouden aangezien de pensioendeskundigen [pensioendeskundigen] nog niet gereed zijn met hun rapportages over de hoogte van de pensioenaanspraken en voorts dat het hof ook heeft aangehouden een beslissing met betrekking tot de kosten van de procedure in hoger beroep.

De man heeft bij zijn e-mail van 6 maart 2025 de (eind)beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2024 overgelegd (productie 208). Bij die beschikking heeft het hof Arnhem-Leeuwarden de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 14 december 2018 vernietigd voor zover het rechtsoverweging 4.3. betreft, en in zoverre opnieuw beschikkende bepaald hoe partijen tot pensioenverevening dienen over te gaan. Voorts heeft het hof Arnhem-Leeuwarden bij die beschikking een beslissing gegeven over de (proces)kosten van de procedure. De beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2024 is in kracht van gewijsde gegaan.

De man stelt zich op het standpunt dat - gelet op de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2024 - over de pensioenverevening en de proceskosten geen aan dit hof nog te beslissen verzoeken meer voorliggen. Het hof begrijpt dat de man ten aanzien van deze verzoeken geen beslissing meer van het hof verlangt.

De vrouw heeft verklaard dat zij zich kan vinden in het standpunt van de man over de pensioenkwestie. Nu de vrouw daarover niets anders heeft verklaard, gaat het hof ervan uit dat zij, net als de man, ook geen beslissing meer van het hof verlangt ten aanzien van de proceskosten, gelet op de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2024.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

3. Beslissing

Het hof:

verstaat dat op de verzoeken ten aanzien van de pensioenvervening en de proceskosten niet meer behoeft te worden beslist.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.N. Labohm, G.G.B. Boelens en R.L.M.C. Janssen, bijgestaan door mr. A. Wijtzes als griffier, en is op 12 november 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Wijtzes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?