ECLI:NL:GHDHA:2026:2769

ECLI:NL:GHDHA:2026:2769

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 22-000481-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2026:1350

Samenvatting

Grooming. Tallon-criterium geschonden?

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-000481-26

Parketnummer: 10-077027-25

Datum uitspraak: 2 september 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 5 februari 2026 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedatum] 1983,

adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:

1. primairhij op of omstreeks 9 oktober 2024 te Dordrecht en/of Zwijndrecht, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten een fictief persoon die zich via de applicatie en/of de website 'Grindr' met de gebruikersnaam ' [gebruikersnaam 1] ' voordeed als een 16-jarige jongen, een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te verrichten, te weten het oraal en/of anaal penetreren van voornoemd fictief persoon terwijl dat kind (voornoemd fictief persoon) zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, immers heeft/is hij, verdachte,

- via de applicatie en/of website 'Grindr' en/of Whatsapp contact gelegd en/of onderhouden met voornoemd fictief persoon, en/of

- voorgesteld om voornoemd fictief persoon oraal en/of anaal te bevredigen, en/of

- voorgesteld en/of ingestemd om 50 euro voor één of meer seksuele handelingen te betalen, en/of,

- afgesproken om in de woning van voornoemd fictief persoon tegen betaling één of meer seksuele handelingen te verrichten, en/of

- ( vervolgens) op het afgesproken adres in persoon verschenen, en/of

- een bedrag van 50 euro, althans enig geldbedrag, en/of condooms meegenomen, althans voorhanden gehad terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:hij op of omstreeks 9 oktober 2024 te Dordrecht en/of Zwijndrecht, althans in Nederland, ter voorbereiding van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten (als bedoeld in artikel 246 lid 1 sub d van het Wetboek van Strafrecht) het seksueel binnendringen van een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, terwijl dat kind zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling (ten aanzien van een fictief persoon die zich via de applicatie en/of de website "Grindr" met profielnaam ' [gebruikersnaam 1] ' voordeed als een 16-jarige jongen) opzettelijk condooms en/of enig geldbedrag, zijnde/althans voorwerpen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;

2.hij op of omstreeks 9 oktober 2024 te Dordrecht, althans in Nederland een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren onder de in artikel 245, eerste lid, omschreven omstandigheden en/of een persoon die zich als zodanig voordeed, te weten een fictief persoon met profielnaam “ [gebruikersnaam 1] ” en “ [gebruikersnaam 2] ” indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door

- via de applicatie en/of website `Grindr’ en/of Whatsapp contact gelegd en/of onderhouden met voornoemd fictief persoon, en/of

- voorgesteld om voornoemd fictief persoon oraal te bevredigen en/of zelf door fictief persoon oraal bevredigd te worden, en/of

- voorgesteld om voornoemd fictief persoon anaal te bevredigen en/of zichzelf door fictief persoon anaal te laten bevredigen

- voorgesteld en/of ingestemd om 50 euro voor één of meer seksuele handelingen te betalen, en/of,

- afgesproken om in de woning van voornoemd fictief persoon tegen betaling één of meer seksuele handelingen te verrichten, en/of.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Partiële nietigheid van de dagvaarding

Het hof is van oordeel dat de tenlastelegging ten aanzien van feit 2 nietig is, omdat door de opsteller van de tenlastelegging geen keuze is gemaakt in de onder artikel 245 lid 1 onder a t/m d Wetboek van Strafrecht omschreven omstandigheden en de tenlastelegging derhalve deels niet feitelijk is uitgewerkt. De dagvaarding wordt dan ook in zoverre nietig verklaard.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Tallon-criterium

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging, omdat het Tallon-criterium is geschonden. De verdachte zou door de politie zijn uitgelokt om feiten te plegen waarop zijn opzet niet was gericht, namelijk om tegen betaling seks te hebben met een minderjarige en te seks-chatten.

Op grond van het Tallon-criterium mag een verdachte niet tot andere strafbare feiten worden gebracht dan waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht. Schending van dit verbod levert strijd op met het recht van een verdachte op een eerlijk proces en daarmee schending van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Op basis van de inhoud van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken stelt het hof vast dat de verdachte op 9 oktober 2024 op de website Grindr onder de naam ‘ [naam] ’ heeft gereageerd op het profiel ‘ [gebruikersnaam 1] ’ met als biografie ‘zoek ervaren’ van de fictieve minderjarige (het hof begrijpt: de politie). Het is daarbij niet specifiek de verdachte die werd benaderd. De verdachte heeft het initiatief tot het contact genomen.

De verdachte startte het gesprek om 15:23 uur door te vragen “Hey [gebruikersnaam 1] , alles lekker daar", om vervolgens te vragen welke ervaring de fictieve minderjarige zocht en of hij die dag lol wilde hebben. De fictieve minderjarige antwoordde daar bevestigend op en vertelde vervolgens om 15:42 uur dat hij jonger was dan in zijn profiel stond. De verdachte vroeg hoeveel jonger en toen de fictieve minderjarige zei dat hij 16 was, zei de verdachte dat hij dat wel mee vond vallen.

De politie vroeg om 15:51 uur wat de verdachte wilde doen als hij langs kwam, waarop de verdachte benoemde wat hij zou willen doen: pijpen, gepijpt worden, geneukt worden en/of neuken. De fictieve minderjarige liet om 15:55 uur weten op zoek te zijn naar een zakcentje.

De verdachte vroeg vervolgens hoeveel zakcentjes hij zocht. Daarop noemde de fictieve minderjarige een bedrag van 50 en gaf de verdachte aan cash te hebben. Ze spraken vervolgens af dat de verdachte naar de fictieve minderjarige zou gaan waarbij laatstgenoemde het adres noemde.

Op het moment dat de verdachte aankwam bij het afgesproken adres was hij bang om herkend en ontdekt te worden. De verdachte wilde dat de fictieve minderjarige naar de portiekdeur kwam om hem daar op te halen. Aanvankelijk leek de afspraak niet door te gaan. De verdachte drong uiteindelijk nog een laatste keer aan op een ontmoeting in de afgesproken woning op voorwaarde dat de fictieve minderjarige hem bij de portiekdeur kwam ophalen.

Uiteindelijk gaf de fictieve minderjarige aan dat hij naar de portiekdeur beneden liep.

Op basis van het voorgaande is het hof – met de rechtbank – van oordeel dat de politie de gelegenheid heeft geboden tot het plegen van de strafbare feiten zonder daarbij ongeoorloofde druk uit te oefenen op de verdachte. De verdachte heeft het initiatief genomen om contact te leggen en te onderhouden met het opzet op het verrichten van seksuele handelingen. De verdachte wilde seks hebben en is vrijwel direct ingegaan op het aanbod van de fictieve minderjarige, ook toen deze uitlatingen deed die wezen op zijn (te jonge) leeftijd, hij die leeftijd met zoveel woorden meedeelde (16 jaar dus) en hij schreef dat hij op zoek was naar een zakcentje. Uit niets blijkt dat de politie de verdachte heeft overgehaald, ook niet op het moment dat tijdens het chatten de leeftijd en het geld ter sprake kwamen. Uit de feitelijke gang van zaken leidt het hof af dat de verdachte niet tot het feit is gebracht door het optreden van de fictieve minderjarige. De verdachte is daarmee niet tot nieuwe handelingen gebracht buiten zijn vooraf bestaande opzet. Het hof is van oordeel dat het Tallon-criterium niet is geschonden. Dit verweer wordt verworpen. Het Openbaar Ministerie is dan ook ontvankelijk in de vervolging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 9 oktober 2024 te Dordrecht en/of Zwijndrecht, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten een fictief persoon die zich via de applicatie en/of de website 'Grindr' met de gebruikersnaam ' [gebruikersnaam 1] ' voordeed als een 16-jarige jongen, een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te verrichten, te weten het oraal en/of anaal penetreren van voornoemd fictief persoon terwijl dat kind (voornoemd fictief persoon) zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, immers heeft/is hij, verdachte,

- via de applicatie en/of website 'Grindr' en/of Whatsapp contact gelegd en/of onderhouden met voornoemd fictief persoon, en/of

- voorgesteld om voornoemd fictief persoon oraal en/of anaal te bevredigen, en/of

- voorgesteld en/of ermee ingestemd om 50 euro voor één of meer seksuele handelingen te betalen, en/of,

- afgesproken om in de woning van voornoemd fictief persoon tegen betaling één of meer seksuele handelingen te verrichten, en/of

- (vervolgens) op het afgesproken adres in persoon verschenen, en/of

- een bedrag van 50 euro, althans enig geldbedrag, en/of condooms meegenomen, althans voorhanden gehad terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Begin van uitvoering

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw van de verdachte zich op het standpunt gesteld dat de gedragingen van de verdachte geen begin van uitvoering vormen. De verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden, aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt daaromtrent als volgt.

Op basis van de inhoud van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken stelt het hof vast de verdachte een afspraak met een fictieve minderjarige heeft gemaakt om tegen betaling van € 50,- seks te hebben. Vervolgens is de verdachte daadwerkelijk vanuit zijn woning in Zwijndrecht naar Dordrecht gereden met condooms en contant geld en heeft hij aangebeld bij de portiekdeur bij de woning van de fictieve minderjarige.

Deze gedragingen vonden aldus plaats in het kader van een reeds concreet gemaakte afspraak en waren rechtstreeks gericht op de uitvoering daarvan. Naar hun uiterlijke verschijningsvormen waren de gedragingen van de verdachte daarmee gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf. Het hof is van oordeel dat het voorgenomen misdrijf zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard als bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof verwerpt het verweer.

Weglopen na aantreffen minderjarige

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij zou zijn weggelopen als de minderjarige inderdaad zestien jaar bleek te zijn. Dit verweer is niet aannemelijk geworden.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

poging tot verkrachting in de leeftijdscategorie van zestien tot achttien jaren, terwijl

dat kind zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een

derde tegen betaling;

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft geprobeerd seksuele handelingen te verrichten met een fictieve minderjarige tegen betaling. Hij dacht dat hij contact had met een 16-jarige jongen. Na het eerste contact heeft de verdachte seksueel getinte berichten verstuurd. Na het aanbieden van

€ 50,- heeft hij aangestuurd op een ontmoeting om de seksuele handelingen te verrichten.

De verdachte is daadwerkelijk naar de afgesproken plaats gegaan, maar het is bij een poging gebleven omdat hij daar werd geconfronteerd met de politie.

De hier geschonden strafbepalingen beogen de lichamelijke en de seksuele integriteit van minderjarigen te beschermen. Het hof neemt het de verdachte kwalijk dat hij enkel oog heeft gehad voor het bevredigen van zijn eigen lusten en op geen enkele manier heeft stilgestaan bij de schade die hij daarmee zou kunnen toebrengen aan een minderjarige. Dat gebruik is gemaakt van een fictieve minderjarige, leidt niet tot een ander oordeel. De verdachte dacht immers dat hij een ontmoeting had geregeld met een minderjarige jongen van 16 jaar. Door daadwerkelijk naar de afgesproken plaats toe te gaan met het afgesproken geldbedrag en condooms, heeft de verdachte een begin van uitvoering gegeven aan zijn voornemen om seksuele handelingen te verrichten.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 augustus 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten.

Het hof legt een lagere straf op dan door de rechtbank is opgelegd, nu het hof de dagvaarding wat betreft het onder 2 tenlastegelegde nietig verklaart.

Het hof is – alles afwegende – van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 45 en 246 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg wat betreft het onder 2 tenlastegelegde nietig.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. C.H.M. Royakkers, als voorzitter, TH.W.H.E. Schmitz en mr. A.E. Harteveld, leden, in bijzijn van de griffier mr. H.W. Scheepbouwer.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand