Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Bevel gevangenneming van de verdachte
gegeven naar aanleiding van een daartoe strekkende vordering van de advocaat-generaal, gedaan ter openbare terechtzitting van 10 september 2026 in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .
Overwegende dat de verdachte bij arrest van dit hof van heden veroordeeld is tot een gevangenisstraf voor de duur van 66 maanden ter zake van onder meer het medeplegen van een poging uitlokking tot moord en dat dit een misdrijf betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten;
Overwegende dat gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid een onverwijlde vrijheidsbeneming van de verdachte vorderen, aangezien:
- er sprake is van veroordeling van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren is gesteld en de rechtsorde ernstig door dit feit is geschokt;
Overwegende dat gelet op het vorenstaande en gelet op de artikelen 65, 67, 67a, 75 en 78 van het Wetboek van Strafvordering het hof de gevangenneming van de verdachte zal bevelen.
Het hof:
BEVEELT DE GEVANGENNEMING VAN VERDACHTE.
Dit bevel is opgemaakt door mr. N.M. Boersma, voorzitter, en mrs. L.A. Pit en J.B. Wijnholt in tegenwoordigheid van mr. R. Rakić-Dieteren, griffier.
Dit bevel is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2026 door mr. L.A. Pit in tegenwoordigheid van mr. C.F. Kuiper.
Dit bevel is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
Voor eensluidend afschrift, de griffier.