ECLI:NL:GHDHA:2026:3059

ECLI:NL:GHDHA:2026:3059

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 15-10-2026
Zaaknummer 22-000385-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2026:1982

Samenvatting

Bewezenverklaring van belaging van drie medewerksters van de gemeente Leiden, meermalen gepleegd. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 228 dagen, met aftrek van de tijd reeds in voorarrest doorgebracht, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Anders dan de rechtbank legt het hof, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, geen taakstraf op. Het hof ziet evenmin aanleiding voor oplegging van de 38v-maatregel.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-000385-26

Parketnummer: 09-202065-25

Datum uitspraak: 7 oktober 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 3 februari 2026 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1999,

adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 228 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van dadelijk uitvoerbaar verklaarde bijzondere voorwaarden, te weten een contactverbod met de aangeefsters. Daarnaast is de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, en is aan de verdachte een dadelijk uitvoerbaar verklaarde maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor de duur van 2 jaren opgelegd, bestaande uit een contactverbod met de aangeefsters.

Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis is opgeheven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 april 2025 tot en met 1 juli 2025 te Leiden en/of elders in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van één of meer medewerkers van de Gemeente Leiden, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , door

- die [slachtoffer 1] veelvuldig, althans meermalen, te bellen (in welke gesprekken verdachte zich al dan niet bedreigend en/of beledigend en/of intimiderend uitliet) en/of

- die [slachtoffer 1] veelvuldig, althans meermalen, app-berichten (al dan niet bevattende (be)dreigende en/of intimiderende en/of beledigende teksten en/of afbeeldingen) toe te sturen via Whatsapp en/of andere sociale media en/of

- die [slachtoffer 2] en/of de echtgenoot van die [slachtoffer 2] veelvuldig, althans meermalen te bellen (in welke gesprekken verdachte zich al dan niet bedreigend en/of beledigend en/of intimiderend uitliet) en/of

- die [slachtoffer 2] en/of de echtgenoot van die [slachtoffer 2] veelvuldig, althans meermalen, app-berichten via whatsapp en/of andere sociale media en/of

e-mailberichten (al dan niet bevattende (be)dreigende en/of intimiderende en/of beledigende teksten en/of afbeeldingen) toe te sturen (waaronder ook foto's van familieleden van die [slachtoffer 2] ) en/of

- zich in de omgeving van het woonadres van die [slachtoffer 2] op te houden en/of één of meer buurtgenoten en/of kennissen van die [slachtoffer 2] te benaderen en/of aan te spreken voor het telefoonnummer van de echtgenoot van die [slachtoffer 2] en/of

- meermalen, althans eenmaal, naar de school van de kinderen van die [slachtoffer 2] te bellen en/of

- veelvuldig, althans meermalen, die [slachtoffer 3] te bellen (in welke gesprekken verdachte zich al dan niet bedreigend en/of beledigend en/of intimiderend uitliet) en/of

- een kennis van die [slachtoffer 3] veelvuldig te bellen en naar die [slachtoffer 3] te vragen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij wist waar die [slachtoffer 3] woonde en hoe haar kinderen heten,

met het oogmerk die genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd behalve ten aanzien van de oplegging van de maatregel ex artikel 38v Sr.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen omdat het tot een enigszins andere bewezenverklaring en strafmaat komt.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

Partiële vrijspraak

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het gedachtestreepje "zich in de omgeving van het woonadres van die [slachtoffer 2] op te houden". Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte de tenlastegelegde gedragingen weliswaar bekent, met uitzondering van dit onderdeel: de verdachte heeft verklaard de aangeefsters nooit fysiek te hebben opgezocht.

Het hof overweegt dat, gelet op het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich in de omgeving van het woonadres van [slachtoffer 2] heeft opgehouden. De verdachte zal daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 april 2025 tot en met 1 juli 2025 te Leiden en/of elders in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van één of meer medewerkers van de Gemeente Leiden, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , door

- die [slachtoffer 1] veelvuldig, althans meermalen, te bellen (in welke gesprekken verdachte zich al dan niet bedreigend en/of beledigend en/of intimiderend uitliet) en/of

- die [slachtoffer 1] veelvuldig, althans meermalen, app-berichten (al dan niet bevattende (be)dreigende en/of intimiderende en/of beledigende teksten en/of afbeeldingen) toe te sturen via Whatsapp en/of andere sociale media en/of

- die [slachtoffer 2] en/of de echtgenoot van die [slachtoffer 2] veelvuldig, althans meermalen te bellen (in welke gesprekken verdachte zich al dan niet bedreigend en/of beledigend en/of intimiderend uitliet) en/of

- die [slachtoffer 2] en/of de echtgenoot van die [slachtoffer 2] veelvuldig, althans meermalen, app-berichten via whatsapp en/of andere sociale media en/of

e-mailberichten (al dan niet bevattende (be)dreigende en/of intimiderende en/of beledigende teksten en/of afbeeldingen) toe te sturen (waaronder ook foto's van familieleden van die [slachtoffer 2] ) en/of

- zich in de omgeving van het woonadres van die [slachtoffer 2] op te houden en/of één of meer buurtgenoten en/of kennissen van die [slachtoffer 2] te benaderen en/of aan te spreken voor het telefoonnummer van de echtgenoot van die [slachtoffer 2] en/of

- meermalen, althans eenmaal, naar de school van de kinderen van die [slachtoffer 2] te bellen en/of

- veelvuldig, althans meermalen, die [slachtoffer 3] te bellen (in welke gesprekken verdachte zich al dan niet bedreigend en/of beledigend en/of intimiderend uitliet) en/of

- een kennis van die [slachtoffer 3] veelvuldig te bellen en naar die [slachtoffer 3] te vragen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij wist waar die [slachtoffer 3] woonde en hoe haar kinderen heten,

met het oogmerk die genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

belaging, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van drie medewerkers van de

gemeente Leiden. Gedurende een periode van twee en een halve maand heeft hij de

aangeefsters obsessief bestookt met telefoontjes, e-mails, whatsapp-berichten en

zelfs via sociale media gegevens en afbeeldingen verzameld van directe familie van de

slachtoffers, waaronder hun kinderen, en gedreigd hen te benaderen wanneer de aangeefsters hem niet ter wille waren. Bij één van de slachtoffers heeft de verdachte ook daadwerkelijk haar echtgenoot benaderd en hem herhaaldelijk gebeld en berichten gestuurd. Dit alles met het geenszins daarmee in verhouding staande doel om een passende woning te krijgen van de Gemeente Leiden. De verdachte heeft daarmee stelselmatig ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefsters en hun familieleden.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 september 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Ook heeft het hof kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 7 januari 2026, waaruit blijkt dat het risico op recidive als hoog wordt ingeschat. De verdachte staat niet open voor begeleiding of behandeling in een forensisch kader, zoals hij ook ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard. De reclassering ziet geen mogelijkheden om door middel van interventies het gedrag van de verdachte te beïnvloeden en adviseert als bijzondere voorwaarde uitsluitend een contactverbod met de aangeefsters.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde in verminderde mate aan de verdachte dient te worden toegerekend. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte in het kader van een trajectconsult tweemaal door een deskundige is gehoord en dat deze naar aanleiding daarvan heeft gerapporteerd dat bij de verdachte eerder ADHD en een normoverschrijdende gedragsstoornis zijn vastgesteld. Het hof heeft in dit verband mede kennisgenomen van het Pro-Justitia rapport van 22 juli 2025, waaruit aanwijzingen naar voren komen voor ontwikkelings- en persoonlijkheidsproblematiek en normoverschrijdend gedrag. Het hof overweegt evenwel dat niet (door een deskundige) is vastgesteld in hoeverre deze problematiek heeft doorgewerkt op het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om het bewezenverklaarde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

Het hof houdt wel rekening met hetgeen door en namens de verdachte ter terechtzitting verder naar voren is gebracht. Zo heeft de verdachte aangevoerd dat hij over woonruimte beschikt en niet langer in Leiden verblijft, werkzaam is in de brandpreventie en zich sinds het onderhavige feit niet meer schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. Gelet op zijn persoonlijkheidsproblematiek acht de verdachte zich niet in staat om naast zijn fulltime dienstverband ook een taakstraf te verrichten.

Ondanks de ernst van de bewezenverklaarde feiten, is het hof van oordeel dat het opleggen van een taakstraf het door de verdachte bereikte evenwicht zou kunnen verstoren. Het hof acht het van belang dat de verdachte deze positieve ontwikkelingen kan voortzetten, en wenst deze niet te doorbreken. Het hof zal dan ook afzien van het opleggen van een taakstraf.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur – waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest – in combinatie met de oplegging van een contactverbod een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 228 (tweehonderdachtentwintig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 120 (honderdtwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende de proeftijd de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met:

1. [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] ;

2. [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] ;

3. [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4] .

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, als voorzitter, mr. M. Koole en

mr. A.E. Harteveld, leden, in bijzijn van de griffier mr. R.E. Jonkhoff.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Koole
  • mr. A.E. Harteveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand