Uitspraak van 2 april 2026 ter herstel van de uitspraak van 8 januari 2026
in het geding tussen:
[X] te [Z] , belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
(vertegenwoordiger: […] )
gedaan ter verbetering van de uitspraak van dit Hof van 8 januari 2026, nummers BK-25/395 t/m BK-25/397, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 3 april 2025, nummers SGR 23/565, SGR 23/567 en SGR 23/568.
De uitspraak in het hoger beroep
Het Hof heeft in deze zaken op 8 januari 2026 uitspraak gedaan (de uitspraak).
Het Hof heeft bevonden dat de uitspraak een misslag bevat. In de motivering van de beslissing staat in rechtsoverweging 5.9 abusievelijk vermeld: “het hoger beroep gegrond is ongegrond.” Evenwel volgt uit de overwegingen en de beslissing dat het Hof de uitspraak van de Rechtbank bevestigt en dat het hoger beroep derhalve ongegrond is. Naar het oordeel van het Hof is sprake van een kennelijke fout die zich leent voor herstel door middel van de onderhavige hersteluitspraak.
Herstel van deze misslag brengt mee dat in rechtsoverweging 5.9 van de uitspraak het woord “gegrond” wordt verwijderd.
Het Hof zal de verbetering zoals hiervoor in rechtsoverweging 1.3. vermeld op de minuut doorvoeren en verstaat dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen.
Beslissing
Het Gerechtshof:
Deze hersteluitspraak is vastgesteld door T.A. de Hek, Chr.Th.P.M. Zandhuis en P.C. van den Brink, in tegenwoordigheid van de griffier T.S.K.L. Tjon.
De griffier, de voorzitter,
T.S.K.L. Tjon T.A. de Hek
De beslissing is op 2 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Deze hersteluitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden.