WAHV 04/00228
2 juni 2004
CJIB 290500159992
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest/Beschikking
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Leeuwarden
van 24 december 2003
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van €Euro 40,- opgelegd ter zake van "in een motorvoertuig voorin geen autogordel gebruiken", welke gedraging zou zijn verricht op 29 maart 2002 op het Kernpad te Buitenpost.
3.2. Uit de stukken van het geding blijkt het navolgende verloop van de procedure.
3.3. Blijkens het zaakoverzicht is de inleidende beschikking gedagtekend 17 april 2002. De eerste aanmaning is gedagtekend 4 juli 2002. De tweede aanmaning is gedagtekend 27 augustus 2002.
3.4. De betrokkene heeft bij brief d.d. 30 oktober 2002, ingekomen op 1 november 2002, beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking van de officier van justitie. Dit administratief beroep is blijkens het zaakoverzicht op 14 november 2002 wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de officier van justitie is blijkens het zaakoverzicht op 23 november 2002 aan de betrokkene verzonden.
3.5. Op 31 maart 2003 is een door de officier van justitie te Leeuwarden op 26 maart 2003 uitgevaardigd dwangbevel aan de betrokkene in persoon betekend.
3.6. Bij brief d.d. 30 juli 2003, ingekomen op 1 augustus 2003, heeft de betrokkene aangegeven het niet eens te zijn met de aan haar opgelegde boete, "terwijl de boete inmiddels veel hoger is geworden en in handen is van een gerechtsdeurwaarder". Deze brief is kennelijk door de officier van justitie opgevat als een beroep op de kantonrechter tegen de beslissing van 23 november 2002 waarbij de betrokkene niet-ontvankelijk werd verklaard in haar beroep tegen de administratieve beschikking van de officier van justitie.
3.7. Voor zover de brief, gelet op de daarin vermelde bezwaren tegen de inleidende beschikking, is opgevat als beroep tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de kantonrechter terecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
3.8. In het verloop van de procedure en de vermelding van de deurwaarder in de brief van de betrokkene had de kantonrechter echter aanleiding moeten vinden bij de betrokkene te informeren of de brief - eventueel tevens - had moeten worden opgevat als verzet tegen het door de officier van justitie te Leeuwarden uitgevaardigd dwangbevel. Nu een en ander achterwege is gebleven zou de zaak in beginsel teruggewezen moeten worden naar de kantonrechter teneinde - zo nodig - op de voet van het bepaalde in art. 26 WAHV te worden afgedaan.
3.9. Wegens proces-economische redenen zal het hof de zaak echter niet terugwijzen naar de kantonrechter, nu die procedure tot geen andere beslissing zou kunnen leiden dan dat het verzet niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding. Het hof zal derhalve in zoverre doen wat de kantonrechter had behoren te doen.
3.10. Blijkens de stukken van het geding is het dwangbevel op 31 maart 2003 aan de betrokkene betekend. Gelet op het bepaalde in artikel 26, derde lid, WAHV, diende het verzetschrift derhalve uiterlijk op 14 april 2003 door de rechtbank te zijn ontvangen.
3.11. Nu de betrokkene eerst bij brief van 30 juli 2003 heeft gereageerd is het verzetschrift na afloop van de onder overweging 3.10 vermelde termijn ingediend en dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in het verzet.
4 De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard;
verklaart, voor zover de brief van de betrokkene van 30 juli 2003 moet worden verstaan als verzet tegen het door de officier van justitie op 26 maart 2003 uitgevaardigde dwangbevel, de betrokkene niet-ontvankelijk in het verzet.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkstra in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.