ECLI:NL:GHSHE:2024:3795

ECLI:NL:GHSHE:2024:3795, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-11-2024, 20-000366-20 (OWV)

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 21-11-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20-000366-20 (OWV)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2020:508
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941 BWBR0005290 BWBR0008804

Samenvatting

Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel (OWV) in witwaszaak met parketnummer 20-002333-23, die door het hof is afgesplitst van de strafzaak met parketnummer 20-000365-20. Het hof baseert de schatting van het door de betrokkene verkregen voordeel niet op de berekening van de politie in het witwasonderzoek, maar op de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 23 januari 2020 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 03-720585-17 (OWV) tegen:

[verdachte] (voorheen genaamd: [verdachte] ),

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Bij uitspraak waarvan beroep is het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 720.000,00 en aan de betrokkene een betalingsverplichting opgelegd voor datzelfde bedrag. Daarnaast heeft de rechtbank de duur van de gijzeling - die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd - vastgesteld op 1080 dagen.

Van de zijde van de betrokkene is tegen voormelde uitspraak hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de uitspraak van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het wederrechtelijk verkregen voordeel zal vaststellen op een bedrag van € 680.000,00 en aan de betrokkene de verplichting tot betaling aan de Staat zal opleggen voor dat bedrag.

De verdediging heeft bepleit dat het hof de ontnemingsvordering zal afwijzen.

Uitspraak waarvan beroep

Het hof zal de beroepen uitspraak vernietigen, omdat het zich daarmee niet kan verenigen, en opnieuw rechtdoen.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Het hof baseert zijn oordeel dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen op de hierna te vermelden wettige bewijsmiddelen en ontleent aan de inhoud daarvan tevens de schatting van de omvang van bedoeld voordeel.

1. De bekennende verklaring van de betrokkene, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 15 augustus 2023:

U houdt mij de bewezenverklaring van de rechtbank van feit 1 voor. Die bewezenverklaring is juist. (Opmerking hof: die bewezenverklaring houdt in dat de betrokkene op 12 september 2017, in de gemeente Peel en Maas, opzettelijk heeft geteeld, een hoeveelheid van ongeveer 1116 hennepplanten en 654 hennepstekken, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II).

2. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 19 september 2017:

Op 12 september 2017 werd naar aanleiding van een witwasonderzoek een doorzoeking ter in beslagneming verricht op het perceel [adres 2] . Tijdens deze doorzoeking is onder andere een inwerking zijnde hennepkwekerij aangetroffen.

Van het witwasonderzoek word een apart strafrechtdossier opgemaakt. Dit is het strafrechtdossier LB1R017024 Sissipaha.

Op het genoemde adres [adres 2] , binnen de gemeente Peel en

Maas, staat volgens het GBA (onder meer) de volgende persoon ingeschreven: [verdachte] (het hof begrijpt hierna telkens: de betrokkene), geboortedatum [geboortedag] 1978.

Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was. Er zijn twee ondergrondse ruimten aangetroffen met hennep en hennep gerelateerde goederen. Er was één grote ruimte (kelder) waarin daadwerkelijk hennep werd gekweekt. In een andere, eveneens ondergrondse, verstopte kleinere ruimte werden hennepstekken en vele andere hennep gerelateerde goederen aangetroffen.

De toegang tot de kwekerij was op vernuftige wijze verstopt. Het toegangsluik tot de ondergrondse kwekerij lag verscholen in een bosschage van laurierstruiken in een (uit)hoek van het perceel. Deze ruimte word verder in dit dossier ruimte 1 genoemd.

De toegang tot de tweede kelder was verstopt onder enkele vlonderplanken naast een jacuzzi op het terras bij de woning. In deze ruimte werden hennepstekken aangetroffen en vele andere hennep gerelateerde goederen. Deze ruimte wordt verder in dit dossier ruimte 2 genoemd.

(Kweek)ruimte 1

Na het binnentreden zagen wij het volgende:

De grote ondergrondse kweekruimte had een afmeting van ca. 16,5 x 3 meter. De oppervlakte was (afgerond) 50 m2. In deze kweekruimte stonden 1.116 hennepplanten.

Per m2 stonden er 22 hennepplanten en/of potten.

(Kweek)ruimte 2

De kleinere kelder had een afmeting van ca. 6 x 2 meter en had dus een oppervlakte van 12 m2. In deze ruimte stonden 654 hennepstekken in stektrays bij elkaar. Gelet op de wijze van aantreffen bestaat het vermoeden dat de hennepstekken daar waren neergezet om later in de andere (grote)kweekruimte te worden opgekweekt. Deze kleinere ruimte werd niet (meer) gebruikt als kweekruimte, maar fungeerde als opslagplaats.

Openen meterkast ten behoeve van de veiligheid

De meterkast is geopend door een daarvoor ter plaatse geroepen vakbekwame fraude-inspecteur van de netwerkbeheerder [benadeelde] . De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is door deze fraude-inspecteur van netwerkbeheerder [benadeelde] , [betrokkene] , onderzocht in aanwezigheid van ons, verbalisanten. Hierbij werd geconstateerd dat de stroom ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Het bleek dat op het perceel [adres 2] twee elektriciteitsaansluitingen zijn. In de vrijstaande woning was een aansluiting en in de loods was ook een aansluiting. Uit onderzoek bleek dat er bij beiden aansluitingen gefraudeerd is.

Aansluiting in de woning: Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag samen met medewerker [betrokkene] van [benadeelde] dat er een illegale aftakking was gemaakt, buiten, op de aansluitleiding van [benadeelde] die het betreffende pand voorziet van elektriciteit. Ik zag dat de illegale aftakking (elektriciteitskabel) buiten de meetinrichting van [benadeelde] om naar de elektrische installatie in het betreffende pand liep en deze voorzag van elektriciteit. De illegale kabel is buiten de hoofdveiligheid in de aansluitkast van [benadeelde] om aangesloten.

Aansluiting in de loods: Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag samen met medewerker [betrokkene] van [benadeelde] dat er een illegale aftakking was gemaakt, buiten, op de aansluitleiding van [benadeelde] die het betreffende pand voorziet van elektriciteit. Ik zag dat de illegale aftakking (elektriciteitskabel) buiten de meetinrichting van [benadeelde] om naar de elektrische installatie in het betreffende pand liep en deze voorzag van elektriciteit. De illegale kabel is buiten de hoofdveiligheid in de aansluitkast van [benadeelde] om aangesloten.

3. De rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr d.d. 2 oktober 2017, met bijlagen:

Door de politie Limburg werd op 12 september 2017 een doorzoeking verricht in de woning, perceel [adres 2] . Genoemde doorzoeking vond plaats in het kader van een witwasonderzoek tegen [verdachte] . Dit witwasonderzoek strekt zich uit over de periode van 01-01-2013 t/m 01-08-2017.

Tijdens deze doorzoeking werd op genoemde locatie, in een ondergrondse kelder, een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. De betreffende kweeklocatie, waarvan de toegang op vernuftige wijze was verstopt, had een productie capaciteit van 1.116 hennepplanten.

Uit onderzoek van het energiebedrijf [benadeelde] bleek dat de elektrische installatie van het pand was aangepast/gemanipuleerd om onder andere de hennep kwekerij van stroom te voorzien. Er was, vóór de meter, een illegale aftakking gemaakt van de hoofdkabel, waardoor de elektriciteit rechtstreeks van het elektriciteitsnet, naar de kwekerij werd doorgeleid. De originele installatie werd hierbij opzettelijk vernield en/of beschadigd. De elektriciteit werd ontvreemd.

Naar aanleiding van het aantreffen van deze hennepkwekerij heb ik, rapporteur,

[verbalisant 2] , inspecteur van politie, werkzaam als financieel rechercheur bij de districtsrecherche Noord- en Midden Limburg, een onderzoek ingesteld naar het wederrechtelijk verkregen voordeel uit deze kwekerij van [verdachte] , geboortedatum [geboortedag] 1978.

Ontnemingsperiode

Van 1 oktober 2016 tot en met 12 september 2017. Deze periode beslaat ca. 46 weken.

Reeds eerder, in het najaar van 2016, bestond er een vermoeden van hennepkweek op genoemde locatie. Door het energiebedrijf werd in oktober 2016 een meting verricht die positief was.

Locatie kwekerij

Het perceel [adres 2] betreft een grote(re) locatie in het buitengebied met daarop een woonhuis en enkele schuren/loodsen. Bij de doorzoekingen op 12 september 2017 werd assistentie verleend door het AST (Advanced Search Team) van het Ministerie van Defensie. Door leden van dit team werd uiteindelijk de ondergrondse hennepkwekerij gelokaliseerd, waarna deze kon worden betreden. De toegang tot de kwekerij was op vernuftige wijze verstopt. Het toegangsluik tot de ondergrondse kwekerij lag verscholen in een bosschage van laurierstruiken in een (uit)hoek van het perceel.

Bouw van kweekkelder(s)

Tijdens de doorzoeking in het onderhavige (witwas)onderzoek werden facturen aangetroffen van staal en betonmortel, geleverd op het adres [adres 2] . Het betreffen facturen van september 2012. In 2012 werd de desbetreffende woning door [verdachte] gekocht en vanaf 1 mei 2012 staat hij als bewoner ingeschreven op genoemd adres. Het vermoeden bestaat dat in die tijd ook de kelder onder het terras is gemaakt en dat de grote ondergrondse kweekruimte is voorzien van een dak in de vorm van een betondek. Het vermoeden bestaat dat de gemaakte kweekkelders al langere tijd in gebruik zijn/waren als hennepkwekerij. Er zijn diverse aanwijzingen aangetroffen die duiden op (m)eerdere oogsten en langdurig gebruik van de grote kweekruimte. Ook de positieve meting van het energiebedrijf van oktober 2016 duidt op de aanwezigheid van een hennepkwekerij in die tijd.

Aantal kweekruimtes

Er was één grote ruimte (kelder) waarin daadwerkelijk hennep werd gekweekt. In een andere, eveneens ondergrondse, verstopte kleinere ruimte werden 654 hennepstekken aangetroffen en vele andere, hennep gerelateerde goederen, waaronder koolstoffilters en jerrycans met groeimiddelen. Gelet op de wijze van aantreffen bestaat het vermoeden dat de hennepstekken daar waren neergezet om later in de andere (grote) kweekruimte te worden opgekweekt.

Deze kleinere ruimte werd niet (meer) gebruikt als kweekruimte, maar fungeerde als opslagplaats. Gelet op de inrichting van deze ruimte bestaat echter het vermoeden dat deze in een eerder stadium wel als kweekruimte voor hennep in gebruik is geweest. Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt deze kleinere ruimte buiten beschouwing gelaten.

Vaststelling opbrengst per oogst in de kweekruimtes

De grote ondergrondse kweekruimte had een afmeting van ca. 16,5 x 3 meter.

De oppervlakte was (afgerond) 50 m2. De kleinere kelder had een afmeting van ca. 6 x 2

meter en had dus een oppervlakte van 12 m2.

Aangetroffen plantenpotten

In de grote kweekruimte stonden 1.116 hennepplanten.

In de kleine kelder stonden 654 hennep stekken in stektrays bij elkaar.

De productiecapaciteit van de aangetroffen kwekerij bedroeg 1.116 hennepplanten.

Per m2 stonden er 22 hennepplanten en/of potten.

Opbrengst hennep per plant

In de rapporten van Functioneel Parket Afpakken van 1 juni 2016 en 1 november 2010 is

een tabel opgenomen met daarin de opbrengst per hennepplant.

Deze opbrengst is afhankelijk van de hoeveelheid hennepplanten op een m2.

Hieruit blijkt, dat hoe lager het aantal planten op een m2, hoe hoger de opbrengst per plant.

Bij 22 planten per m2 bedraagt de opbrengst gemiddeld 24,6 gram per plant.

Opbrengst hennep per oogst

De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt:

1.116 planten x 24,6 gram = (afgerond) 27,45 kilogram.

Financiële opbrengst per oogst

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van het Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal EUR 4.070,-- per kilogram. De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt dan minimaal:

27,45 kilogram x EUR 4.070,- = (afgerond) EUR 111.721,--.

Vaststelling (m)eerdere oogsten in de kweekruimten

In de hierna vermelde berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt uitgegaan van (minimaal) 4 reeds eerder gerealiseerde oogst(en) in de kweekruimte.

De laatste kweek die werd aangetroffen en in beslag is genomen wordt buiten beschouwing gelaten omdat hier geen wederrechtelijk verkregen voordeel mee werd behaald. Uitgangspunt bij de berekening is een gemiddelde kweekcyclus van tien weken per oogst. De vermelde eerdere oogsten zijn vastgesteld op basis van ingesteld onderzoek, waarbij de volgende aanwijzingen bleken.

Hennepresten

Er zijn op diverse plaatsen verdroogde resten van hennepplanten aangetroffen.

Lege jerrycans

Er zijn (deels) lege jerrycans aangetroffen van groeimiddelen.

Kalkafzetting

In de kweekruimte bevond zich een op kalk gelijkende afzetting op het zeil en aan de onderzijde van de plantenpotten. Daarnaast was er ernstige kalkafzetting op (water)slangen die op de vloeren van de kweekruimte lagen.

Stof op koolstoffilters

In beide ruimtes zijn koolstoffilters aangetroffen. Ze waren in beide kelders verbonden met een buizenstelsel om de gefilterde lucht af te voeren. Het filterdoek van de koolstoffilters en de filters zelf waren vervuild. De vervuiling van het filterdoek treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin hennepplanten worden gekweekt. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de kweekruimtes, komen deze stofdeeltjes op het filterdoek terecht.

Stof op voorwerpen

Er lag stof en/of andere vervuiling/aanslag op:

- de kappen van de armaturen van de assimilatielampen;

- de lampen zelf, voornamelijk bij de regelknop om deze in te stellen;

- de (plastic) hoes van de afzuiging en andere ventilatiekanalen;

- de aanwezige elektra;

- de aangelegde waterleiding(en);

- de elektriciteitsdraden;

- de voorschakelapparaten.

Vervuiling met stof in een hennepkwekerij treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin de hennepplanten worden gekweekt. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de kwekerij, komen deze stofdeeltjes op voormelde goederen terecht. Ook alg vorming / groene aanslag treedt op na langer gebruik.

Droogrekken/netten

In de kleinere kelder werden gebruikte droognetten aangetroffen.

Verkleurde PUR-schuim

Onder invloed van licht, zuurstof en warmte kan PUR vergelen, verkleuren, kracht en flexibiliteit verliezen en afbrokkelen. In de kweekruimte is op diverse plaatsen sterk verkleurd PUR schuim aangetroffen. Dit duidt er op dat de onderhavige kweeklocatie al langere tijd in gebruik is. PUR schuim verkleurt / veroudert sterk bij langere blootstelling

aan bovengenoemde factoren.

Gebruikte knipscharen

In de kweekruimte zijn enkele gebruikte knipscharen aangetroffen.

Kostenberekening in de kweekruimten

[verdachte] betrok de elektriciteit op illegale wijze en door [benadeelde] werd hiervan aangifte gedaan.

Uit het onderzoek rijst de verdenking dat [verdachte] voor het knippen van de hennepplanten kosten heeft gemaakt. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal er dan ook rekening mee worden gehouden.

Uit het onderzoek rijst het vermoeden dat er ten behoeve van de huisvesting geen extra kosten gemaakt zijn. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal

hier dan ook geen rekening mee worden gehouden.

De in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij zijn op basis van de rapporten van het Functioneel Parket Afpakken als volgt: (bij 1.116 planten)

Afschrijvingskosten: EUR 650,00 (tabel p.3 rapport van FPA uit .2010)

Hennepstekken: EUR 4.251,96 (EUR 3,81 per stek/plant)

Variabele kosten: EUR 4.330,08 (EUR 3,88 per stek/plant)

Kosten knippers: EUR 2.232,00 (EUR 2,00 per stek/plant)

Totaal aan kosten: EUR 11.464,04 (afgerond 11.465 euro)

Totale opbrengst bij 4 eerdere oogsten

Het uiteindelijke wederrechtelijk verkregen wordt als volgt berekend;

Opbrengst: 4 x 111.721 ,-- euro = 446.884,-- euro

Kosten: 4 x 11.465,-- euro = 45.860,-- euro

Totaal: 401.024,-- euro

Opgemerkt dient te worden dat dit vermoedelijk een minimaal bedrag is omdat het, gelet op de aangetroffen situatie waarschijnlijk is, dat de aangetroffen kweeklocatie al langer in gebruik was.

Verklaring [verdachte]

verklaarde dat de aangetroffen hennepkwekerij van hem zelf was.

Grondslag van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De veroordeling

De betrokkene is bij arrest van dit hof arrest van 5 september 2023 in de zaak met parketnummer 20-000365-20 tot straf veroordeeld ter zake van (onder meer):

1. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, gepleegd op 12 september 2017,

2. diefstal, gepleegd in de periode 4 juli 2017 tot en met 12 september 2017, en

4. valsheid in geschrift, meermalen gepleegd in de periode 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017.

In de zaak met parketnummer 20-000365-20 heeft het hof op de terechtzitting van 22 augustus 2023 de splitsing bevolen van het in die zaak onder feit 3 tenlastegelegde en bepaald dat het hof te zijner tijd afzonderlijk uitspraak zal doen in de afgesplitste zaak, die vervolgens is geregistreerd onder parketnummer 20-002333-23. In laatstgenoemde zaak is de betrokkene bij arrest van dit hof van 21 november 2024 eveneens veroordeeld tot straf, nu ter zake van:

3. van het plegen van witwassen een gewoonte maken, gepleegd in de periode 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017.

De wettelijke grondslag

Het hof ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel dat de betrokkene door middel van de hiervoor vermelde strafbare feiten of uit de baten van andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan, voordeel als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, heeft verkregen.

Algemeen

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat moet worden op een bedrag van € 680.000,00. Hierbij heeft hij zich gebaseerd op de berekening die door de politie is gemaakt in het tegen de betrokkene ingestelde witwasonderzoek (dossier LB1R017024 Sissipaha) en de nadien in het kader van dat onderzoek opgemaakte aanvullende processen-verbaal van bevindingen. Zoals door het hof is overwogen in zijn arrest d.d. 21 november 2024 in de strafzaak met parketnummer 20-002333-23, acht het hof echter niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van witwassen wat betreft de in het onderzoek van de politie vermelde bedragen van (samengeteld) € 59.710,-- aan “stortingen op overige bankrekeningen”, € 105.904,-- aan “overige contante betalingen” en € 119.837,-- aan “tekort NIBUD-norm”, dan wel de naderhand gecorrigeerde hoogte van die bedragen. Wat betreft het witwassen van deze bedragen is de betrokkene door het hof vrijgesproken. Gelet daarop zal het hof de schatting van het door de betrokkene in deze zaak niet baseren op de berekening van de politie zoals die is gemaakt in het onderzoek LB1R017024 Sissipaha.

Het hof baseert zich bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op het door de politie opgemaakte Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e, tweede lid van Wetboek van Strafrecht van 2 oktober 2017, alsmede de daarbij behorende bijlage, betreffende de update ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket Afpakken (FPA) d.d. 1 juni 2016 (hierna ook te noemen: normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016).

De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Opbrengsten

Oogsten

Tijdens het onderzoek op de locatie [adres 2] werden door de politie allerlei sporen aangetroffen die er op duiden dat in ieder geval in de grote kweekruimte, aangeduid als kweekruimte 1, meerdere keren hennep is geoogst. Uit de hiervoor vermelde bewijsmiddelen blijkt namelijk dat op diverse plaatsen verdroogde resten van hennepplanten en lege jerrycans van groeimiddelen zijn aangetroffen, dat er sprake was van (ernstige) kalkafzetting, van stof op de koolstoffilters en op allerlei andere voorwerpen in de kwekerij en van sterk verkleurd PUR schuim. Verder werden in de kweekruimte enkele gebruikte knipscharen aangetroffen. In de kleinere kelder, aangeduid als kweekruimte 2, werden gebruikte droognetten aangetroffen. Ook de positieve meting van het energiebedrijf [benadeelde] van oktober 2016 duidt op de aanwezigheid van een hennepkwekerij in die tijd.

Gelet op het voorgaande en de overige hiervoor vermelde bewijsmiddelen is voor het hof voldoende aannemelijk geworden dat de betrokkene voordeel heeft behaald uit tenminste 4 eerdere oogsten in kweekruimte 1.

Totale bruto-opbrengst

Uit het dossier volgt dat in “kweekruimte 1” 1.116 hennepplanten zijn aangetroffen en dat er per m² 22 planten stonden. Ingevolge de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 levert dit (per oogst) een opbrengst op van 24,6 gram hennep per plant.

Overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 stelt het hof de opbrengst daarvan vast op een bedrag van € 4.070,-- per kilogram.

Gelet op het vorenstaande komt het hof, per kweekruimte, tot de volgende totale bruto-opbrengst.

Kweekruimte 1: Opbrengst (kg): 1.116 hennepplanten x 24,6 gram x 1.000 = 27,45 kilogram. Opbrengst (€): 27,45 kilogram x € 4.070,- = € 111.721,--

De totale bruto opbrengst per oogst is dus € 111.721,--.

Totaal aan kosten per oogst = € 11.464,04

Schatting van de kosten

Ter zake van de kostenberekening heeft het hof aansluiting gezocht bij het in deze zaak opgemaakte, bij de bewijsmiddelen opgenomen, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij en de update ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016, aangezien uit de verklaring van de betrokkene en het dossier geen concrete en betrouwbare aanwijzingen naar voren zijn gekomen waaruit is af te leiden dat van die landelijk aanvaarde uitgangspunten moet worden afgeweken.

Bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient acht te worden geslagen op de aannemelijk geworden kosten. Naar het oordeel van het hof dienen op voormeld bedrag derhalve de volgende kosten, die in directe relatie staan met de eerdere teelten en oogsten van 1.116 hennepplanten en als reële uitvoeringskosten daarvan kunnen worden gezien, in mindering te worden gebracht.

Afschrijvingskosten

Het hof zoekt wat betreft het bedrag van de in aanmerking te nemen afschrijvingskosten aansluiting bij hetgeen is vermeld in het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 en hetgeen in het BOOM-rapport van november 2010 is beschreven omtrent de afschrijvingstermijn voor investeringen in een hennepkwekerij.

Gelet daarop stelt het hof de afschrijvingskosten in kweekruimte 1 per oogst vast op het navolgende bedrag:

1.116 hennepplanten = € 650,--.

Kosten hennepstekken

Het hof zal conform de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 een inkoopprijs van € 3,81 per stek/plant in aanmerking nemen.

Het hof zal de kosten hennepstekken ten aanzien van 1.116 hennepplanten vaststellen op 1.116 planten x € 3,81 = € 4.251,96.

Variabele kosten

Het hof zal - conform de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 - uitgaan van € 3,88 per plant per oogst.

Het hof zal de totale variabele kosten ten aanzien van 1.116 hennepplanten vaststellen op een bedrag van 1.116 planten x € 3,88 = € 4.330,08.

Kosten knippen

Overeenkomstig het hierboven bij de bewijsmiddelen vermelde Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij acht het hof het aannemelijk dat gebruik is gemaakt van knippers. Het hof zal conform de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 de kosten van de knippers per plant van € 2,00 in aanmerking nemen.

Het hof zal de totale kosten van knippen ten aanzien van 1.116 hennepplanten vaststellen op 1.116 x € 2,00 = € 2.232,00.

Totaal aan kosten

Gelet op het voorstaande komt het hof tot de volgende berekening van de in mindering te brengen kosten per oogst:

- afschrijvingskosten = € 650,00

- hennepstekken = € 4.251,96

- variabele kosten = € 4.330,08

- kosten knippers = € 2.232,00 +/+

Afgerond gaat het om € 11.465,00 aan kosten per oogst.

Kosten elektriciteit

Vaststaat dat de ten behoeve van de hennepkwekerij gebruikte stroom op illegale wijze is weggenomen. In het hierboven bij de bewijsmiddelen vermelde Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij is nog geen rekening gehouden met deze kosten. Uit de stukken in het dossier blijkt echter dat de betrokkene hiervoor inmiddels € 7.732,-- aan [benadeelde] heeft moeten betalen. Overeenkomstig het op schrift gestelde requisitoir van de advocaat-generaal zal het hof dit bedrag in mindering brengen op de geschatte opbrengst van de hennepkwekerij.

Vaststelling geschat wederrechtelijk verkregen voordeel

Uit het vorenstaande volgt dat het hof het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt op:

De totale bruto opbrengst van de oogst bedraagt: = € 111.721,00

De totale kosten van de oogst bedragen: = € 11.465,00 -/-

Wederrechtelijk verkregen voordeel per oogst: = € 100.256,--

Uitgaande van 4 oogst stelt het hof het geschatte wederrechtelijke voordeel vast op:

4 x € 100.256,-- = € 401.024,--. Dit bedrag dient nog verminderd te worden met de kosten van elektriciteit van € 7.732,--.

Gelet op het vorenstaande zal het hof het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel in totaal vaststellen op: € 401.024,-- minus € 7.732,-- = € 393.292,--.

Op te leggen betalingsverplichting

Het hof zal aan de betrokkene de verplichting opleggen tot betaling van na te melden bedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Van de zijde van de betrokkene is ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat bij de vaststelling van de hoogte van de aan de betrokkene op te leggen betalingsverplichting rekening zal worden gehouden met de door hem met de Belastingdienst gesloten overeenkomst. Vermoedelijk wordt hiermee bedoeld dat het hof rekening zal houden met de inhoud van de stukken die de betrokkene ter terechtzitting d.d. 23 november 2023 aan het hof heeft overgelegd en die als bijlage zijn gehecht aan het proces-verbaal van die terechtzitting. Uit de betreffende stukken maakt het hof op dat de betrokkene een compromis heeft bereikt over de aanslagen inkomstenbelasting (IB/PVV) over de jaren 2013 tot en met 2016 en de aanslagen Inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (Zvw) over die jaren. Voor het hof is echter niet duidelijk of en in welke mate er wat betreft het door de betrokkene met de Belastingdienst bereikte compromis sprake is van een regeling met betrekking tot de inkomsten waarover het in deze ontnemingszaak gaat. Het hof is niet gebleken van een dubbeltelling, zoals van de zijde van de betrokkene is aangevoerd. Het hof ziet in het kennelijk door de betrokkene met de Belastingdienst bereikte compromis geen aanleiding om de in deze ontnemingszaak op te leggen betalingsverplichting te verminderen.

Redelijke termijn

In de onderhavige ontnemingszaak is, evenals in de strafzaken met parketnummers

20-000365-20 en 20-002333-23, het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van de betrokkene op een openbare behandeling van de ontnemingszaak binnen een redelijke termijn geschonden. Met die schending is door het hof rekening gehouden in de genoemde strafzaken, doordat de aan de betrokkene als verdachte op te leggen straffen in die zaken zijn verminderd.

Omdat de overschrijding van de redelijke termijn al in de strafzaken tegen de betrokkene is verdisconteerd in de straftoemeting, zal het hof in de ontnemingszaak volstaan met de enkele constatering dat sprake is geweest van een schending van de redelijke termijn en daar geen verdere gevolgen aan verbinden.

Gijzeling

Met ingang van 1 januari 2020 heeft het nieuwe elfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kracht van wet gekregen. Het hof zal daarom bij het opleggen van de ontnemingsmaatregel tevens de duur van de gijzeling bepalen die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering in de onderhavige zaak ten hoogste kan worden gevorderd indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt.

Het hof hanteert, overeenkomstig de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde uitgangspunten, bij de berekening van de duur van deze gijzeling voor elke volle € 50,00 van de betalingsverplichting één dag. De maximale duur van de gijzeling bedraagt ingevolge artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht drie jaren.

Gelet op de hoogte van de op te leggen betalingsverplichting zal het hof mitsdien de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd hierna bepalen op 1080 dagen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals dat ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens gold dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens geldt.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt de uitspraak waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 393.292,00 (driehonderddrieënnegentigduizend tweehonderdtweeënnegentig euro).

Legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 393.292,00 (driehonderddrieënnegentigduizend tweehonderdtweeënnegentig euro).

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.

Aldus gewezen door:

mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,

mr. M. van der Horst en mr. F. van Es, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,

en op 21 november 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M. van der Horst is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?