ECLI:NL:RBLIM:2020:508

ECLI:NL:RBLIM:2020:508, Rechtbank Limburg, 23-01-2020, 03/720585-17

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 23-01-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 03/720585-17
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Roermond
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2024:3795
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2024:3794
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
7 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941 BWBR0005290 BWBR0008804 BWBR0009709 BWBR0018450

Samenvatting

Veroordeling voor onder meer het telen van hennep, (gewoonte)witwassen en valsheid in geschrift. Gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van het voorarrest.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/720585-17

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 januari 2020

in de strafzaak tegen

[Naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats/datum] 1979,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J. van Wijk, advocaat, kantoorhoudend te Eindhoven.

1. Het onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 januari 2020. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

feit 1: op 12 september 2017 opzettelijk hennep heeft geteeld, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad;

feit 2: in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 12 september 2017 elektriciteit heeft gestolen door middel van braak of verbreking;

feit 3: in de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017 een gewoonte heeft gemaakt van witwassen, althans een geldbedrag heeft witgewassen;

feit 4: in de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017 huurovereenkomsten heeft vervalst, althans gebruik heeft gemaakt van valse huurovereenkomsten;

feit 5: op 12 september 2017 een pistool en vijfentwintig volmantelpatronen voorhanden heeft gehad;

feit 6: op 12 september 2017 twee gas/alarmpistolen voorhanden heeft gehad.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft een pleitnota overgelegd met als bijlage een rapportage elektriciteitsmeting van 18 oktober 2016 op het adres [adres woning verdachte] . De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 1, feit 5 en feit 6 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte.

Ten aanzien van feit 2, diefstal van elektriciteit, heeft de raadsman primair aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken omdat niet kan worden bewezen dat de verdachte de wetenschap heeft gehad van een illegale aftapping en daardoor het bewijs voor het vereiste oogmerk op de wederrechtelijke toe-eigening ontbreekt. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde pleegperiode 1 oktober 2016 tot 1 augustus 2017. De verdachte heeft immers verklaard dat hij slechts enkele weken een hennepkwekerij operationeel heeft gehad.

Ten aanzien van feit 3, witwassen, heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het ten laste gelegde geldbedrag een legale herkomst heeft zodat een criminele herkomst niet als enige, aanvaardbare verklaring kan gelden. Niet kan met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat dit geldbedrag afkomstig is uit enig misdrijf en niet kan worden bewezen dat de verdachte dit geldbedrag voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geldbedrag onmiddellijk dan wel middellijk van misdrijf afkomstig was.

Ten aanzien van feit 4, valsheid in geschrift, heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat niet kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk heeft gehandeld.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen en overwegingen ten aanzien van feit 1, feit 2, feit 5 en feit 6 :

Ten aanzien van feit 1:

De rechtbank acht het onder feit 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, omdat de verdachte dit feit heeft bekend en namens hem geen vrijspraak is bepleit (artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

De rechtbank acht het feit bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;

- het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij.

Ten aanzien van feit 2:

Naar aanleiding van een MMA-melding dat de verdachte hennep zou kweken op zijn huisadres is op verzoek van de politie door Enexis op 18 oktober 2016 een blokmeting gedaan., Deze blokmeting liet een duidelijk terugkerend schakelpatroon zien dat overeenkomt met het energieverbruik van assimilatieverlichting die veelal gebruikt wordt in de hennepteelt. Tijdens het daaropvolgende onderzoek van de politie op het adres van verdachte aan de [adres woning verdachte] op 19 oktober 2016 is door de politie geen hennepkwekerij aangetroffen. Op 12 september 2017 heeft de politie naar aanleiding van een witwasonderzoek en met assistentie van het Advanced Search Team van het Ministerie van Defensie opnieuw een doorzoeking op het adres van de verdachte verricht, waarbij op het perceel van de verdachte in een verborgen en met een luik afgedekte ondergrondse kelder een in werking zijnde hennepkwekerij werd aangetroffen.

De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door [Fraude-inspecteur] , fraude-inspecteur bij de netwerkbeheerder Enexis, in aanwezigheid van de verbalisanten. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Op het perceel van de verdachte waren twee elektriciteitsaansluitingen aanwezig: een in de vrijstaande woning en een in de loods.

Door de netwerkbeheerder Enexis werd aangifte gedaan van diefstal van stroom. Er bleek een illegale aftakking te zijn gemaakt, buiten, op de aansluitleiding van Enexis. De illegale aftakking (elektriciteitskabel) liep buiten de meetinrichting van Enexis om naar de elektrische installatie in de loods en voorzag deze van elektriciteit. De illegale kabel is buiten de hoofdveiligheid in de aansluitkast van Enexis om aangesloten.

[Fraude-inspecteur] , fraude-inspecteur bij de netwerkbeheerder Enexis, werd als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat uit het op 12 september 2017 ingestelde onderzoek bleek dat de verdachte een illegale aftakking op de voedende kabel van zijn perceel heeft gemaakt. Er werd dus stroom afgetapt voor de meter. Deze aftakking zat ergens in het perceel van de verdachte. Dit bleek uit metingen. De stroom werd op het perceel afgeschakeld en bij controle in de transformator bleek toch nog stroom afgenomen te worden. Feitelijk bleek dit uit het feit dat zij de kwekerij inmiddels hadden gevonden. Hierin brandden de assimilatielampen. Nadat zij de hoofdschakelaar in de meterkast hadden uitgeschakeld bleven de lampen in de kwekerij gewoon branden, waaruit volgt dat het stroomverbruik van de assimilatielampen in de kwekerij niet over de meter liep maar via de illegale aftakking.

In het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel wordt gerelateerd dat – gelet op de MMA-melding in het najaar van 2016 en de positieve blokmeting op 18 oktober 2016 – reeds eerder een vermoeden bestond van hennepkweek op de locatie [adres woning verdachte] . Verder wordt in het rapport gerelateerd dat in ieder geval sprake is geweest van vier eerdere oogsten in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 12 september 2017, gelet op de volgende aanwijzingen:

er zijn op diverse plaatsen verdroogde resten van hennepplanten aangetroffen;

er zijn (deels) lege jerrycans van groeimiddelen aangetroffen;

in de kweekruimte bevond zich een op kalk gelijkende afzetting op het zeil en aan de onderzijde van de plantenpotten. Daarnaast was er ernstige kalkafzetting op (water)slangen die op de vloeren van de kweekruimte lagen;

er zijn koolstoffilters aangetroffen die verbonden waren met een buizenstelsel om de gefilterde lucht af te voeren. Het filterdoek van de koolstoffilters en de filters zelf waren vervuild. De vervuiling van het filterdoek treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin hennepplanten worden gekweekt. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de kweekruimte, komen deze stofdeeltjes op het filterdoek terecht;

er lag stof en/of andere vervuiling/aanslag op de kappen van de armaturen van de assimilatielampen, de lampen zelf (voornamelijk bij de regelknop om deze in te stellen), de (plastic) hoes van de afzuiging en andere ventilatiekanalen, de aanwezige elektra, de aangelegde waterleiding(en), de elektriciteitsdraden, de voorschakelapparaten. Vervuiling met stof in een hennepkwekerij treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin de hennepplanten worden gekweekt. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de kwekerij, komen deze stofdeeltjes op voormelde goederen terecht. Ook algvorming/groene aanslag treedt op na langer gebruik;

in een tweede kleinere kelder werden gebruikte droognetten aangetroffen;

onder invloed van licht, zuurstof en warmte kan PUR vergelen, verkleuren, kracht en flexibiliteit verliezen en afbrokkelen. In de kweekruimte is op diverse plaatsen sterk verkleurd PUR schuim aangetroffen. Dit duidt erop dat de kweeklocatie al langere tijd in gebruik is;

in de kweekruimte zijn enkele gebruikte knipscharen aangetroffen.

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zelf alles heeft geïnstalleerd voor de hennepkwekerij. Er lag al een kabel vanuit de loods naar de ruimte waarin de hennepkwekerij is aangetroffen en die kabel heeft hij gebruikt voor de stroomvoorziening van de hennepkwekerij. De verdachte heeft verklaard dat hij de stroom heeft geplaatst, de assimilatielampen heeft opgehangen, de stroom heeft aangesloten en de ventilatoren op tafeltjes heeft neergezet en aangesloten.

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een hoeveelheid elektriciteit van Enexis Netbeheer B.V. heeft gestolen door middel van braak en/of verbreking. Uit de verklaring van fraude-inspecteur [Fraude-inspecteur] blijkt dat er een illegale aftakking was, omdat de lampen in de kwekerij gewoon bleven branden nadat de medewerkers van Enexis de hoofdschakelaar in de meterkast hadden uitgeschakeld. De verdachte heeft bovendien verklaard dat hij de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij zelf heeft ‘geplaatst en aangesloten’, wat strookt met het feit dat tijdens de doorzoeking op 12 september 2017 een Stanley gereedschapskoffer is aangetroffen met daarin diverse elektriciteitszegels en goederen die nodig zijn voor de aansluiting van stroom. Het is een feit van algemene bekendheid dat een hennepkwekerij grote hoeveelheden elektriciteit verbruikt en de verdachte is bovendien al eerder met politie in aanraking geweest in verband met hennepteelt. Gelet hierop kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat de verdachte wist dat de stroom illegaal werd afgenomen. Het vereiste oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening is daarmee vast komen te staan. De verklaring van de verdachte dat hij dacht dat het elektriciteitsverbruik van de hennepkwekerij gewoon via de meter liep acht de rechtbank niet geloofwaardig. De verdachte zou dan immers – zeker gelet op de omvang van onderhavige kwekerij van 1.100 planten – eenvoudigweg gemerkt hebben dat het door de meter geregistreerde gebruik niet kon kloppen, nu immers onmiddellijk nà de installatie van de hennepkwekerij door hem, geen aanmerkelijke toename in het (geregistreerde) verbruik zichtbaar is geworden. Bovendien zou een hoog geregistreerd verbruik het risico van blootstelling van de hennepkwekerij met zich meebrengen en dat valt dan weer niet te rijmen met alle moeite die de verdachte heeft gedaan om de ondergrondse hennepkwekerij juist verborgen te houden. Voorts moet de verdachte bij het plaatsen en aansluiten van de elektriciteit hebben gemerkt dat op de betreffende kabel spanning bleef staan indien de hoofdschakelaar in de meterkast werd uitgeschakeld, zoals de fraude specialist van Enexis heeft vastgesteld. Ten slotte overweegt de rechtbank dat de verklaring van de verdachte dat het Enexis was opgevallen dat hij veel stroom verbruikte en dat daarom door Enexis een nieuwe meterkast in de loods is geplaatst en het ampèrage is verzwaard van 25 naar 35 ampère, niet geloofwaardig is. De elektriciteit liep immers buiten de meter om.

Ten aanzien van de periode waarin de diefstal heeft plaatsgevonden overweegt de rechtbank dat uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat door Enexis in oktober 2016 een positieve blokmeting is verricht die een duidelijk terugkerend schakelpatroon liet zien, dat overeenkomt met het energieverbruik van de assimilatieverlichting zoals die in de kwekerij is aangebracht. Verder zijn er hennepresten, lege jerrycans waarin groeimiddel was opgeslagen, kalkafzettingen, vervuilde koolstoffilters, stof en aanslag op de apparatuur, droognetten, sterk verkleurd PUR schuim en gebruikte knipscharen aangetroffen.

Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat de hennepkwekerij in de ten laste gelegde periode van 1 oktober 2016 tot en met 12 september 2017 actief is geweest en acht de rechtbank bewezen dat de verdachte in deze periode elektriciteit heeft weggenomen.

Ten aanzien van feit 5 en feit 6:

De rechtbank acht het onder feit 5 en feit 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, omdat de verdachte dit feit heeft bekend en namens hem geen vrijspraak is bepleit (artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

De rechtbank acht de feiten bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;

- het proces-verbaal van doorzoeking;

- de kennisgeving van inbeslagneming;

- het proces-verbaal met betrekking tot het onderzoek aan wapens en munitie.

Bewijsmiddelen en overwegingen ten aanzien van feit 3 en feit 4 :

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank eerst feit 4 bespreken en daarna feit 3.

3.3.2.1 Ten aanzien van feit 4:

1. Huurcontract loods [adres woning verdachte] en huurcontract uitbreiding

Op 12 september 2017 werd de woning van de verdachte, perceel [adres woning verdachte] , doorzocht. Tijdens deze doorzoeking werd een grijze ordner aangetroffen met het opschrift “Vastgoed verhuur privé” met daarin een aantal schriftelijke bescheiden die betrekking hadden op de verhuur van de loods naast de woning van de verdachte en het buitenterrein achter deze loods.

Er werd een huurcontract loods 375 m2 [adres woning verdachte] d.d. 31-12-2012 aangetroffen. In dit contract is vastgelegd dat de verdachte, de loods met ingang van 01-01-2013 zou verhuren aan de Poolse onderdanen [Huurder 1] , geboren op [Geboortedatum huurder 1] en de heer [Huurder 2] , geboren op [Geboortedatum huurder 2] . Volgens het huurcontract bedroeg de huurprijs inclusief gas, water en elektriciteit € 2.200,- per maand. Volgens het huurcontract werd een borgsom van “driemaal de kale huur van € 2.000,-”, zijnde € 6.000,- in totaal overeengekomen. Uit artikel 11 van het huurcontract blijkt dat de borgsom op het moment van ondertekening van het huurcontract aan de verdachte moest worden betaald. Achter dit huurcontract waren kopieën van de identiteitskaarten van [Huurder 1] , met nummer [Nummer identiteitskaart huurder 1] , en [Huurder 2] , met nummer [Nummer identiteitskaart huurder 2] , gevoegd.

Er werd ook een huurcontract uitbreiding op 01-04-2014 te Maasbree aangetroffen. In dit contract is vastgelegd dat de verdachte het overdekt buitenterrein 178 m2 en het buitenterrein 275 m2, [adres woning verdachte] , Maasbree zou verhuren aan de Poolse onderdanen mevrouw [Huurder 1] , geboren op [Geboortedatum huurder 1] en de heer [Huurder 2] , geboren op [Geboortedatum huurder 2] . Volgens het huurcontract bedroeg de huurprijs € 1.000,- per maand en voor gas, water en elektriciteit diende per maand € 50,- te worden betaald. Als waarborgsom werd een bedrag van € 1.000,- overeengekomen. Uit artikel 11 van het huurcontract blijkt dat de waarborgsom op het moment van ondertekening van het huurcontract moest worden betaald. Achter dit huurcontract waren kopieën van de identiteitskaarten van [Huurder 1] met nummer [Nummer identiteitskaart huurder 1] , en [Huurder 2] , met nummer [Nummer identiteitskaart huurder 2] , gevoegd.

In beide huurcontracten was opgenomen dat de gelden wegens huur en borg dienden te worden betaald op de bankrekening ‘ [Rekeningnummer] ’, zijnde de privérekening van de verdachte.

Tijdens het ingestelde onderzoek werden de historische gegevens van verdachtes privébankrekening [Rekeningnummer] gevorderd, verkregen en geanalyseerd. Hieruit is gebleken dat op deze bankrekening in de periode van 01-01-2013 tot 01-06-2014 in totaal een bedrag van € 46.500,- aan contant geld werd gestort. Ieder gestort geldbedrag werd nog dezelfde dag giraal overgeboekt naar de TOP-spaarrekening van de verdachte die aan voornoemde privébankrekening gekoppeld was.

Uit onderzoek is verder gebleken dat vanaf 1 juni 2014 de huurpenningen voor de loods giraal werden ontvangen op de genoemde privébankrekening [Rekeningnummer] . In de periode tussen 01-06-2014 en 01-08-2017 bleek in totaal € 114.000,- aan huurpenningen op genoemde bankrekening te zijn bijgeschreven. Alle gelden waren afkomstig van de bankrekening van de reeds op 25-04-2013 overleden heer [Naam beheerder bankrekening] [Rekeningnummer] ).

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat de bankrekening [Rekeningnummer] t.n.v. [Naam verdachte] zijn privérekening betreft. De verdachte heeft verder ter terechtzitting verklaard dat hij op internet voorbeelden van contracten (modelcontracten) heeft gedownload en op basis daarvan zelf de huurovereenkomsten heeft opgemaakt, dat beide huurders in zijn bijzijn de huurovereenkomsten hebben ondertekend en dat hij zelf nooit gelden op de rekening van de heer [Naam beheerder bankrekening] heeft gestort.

2. Huurovereenkomst [Bedrijf 3] en andere bedrijfsruimte,

[Adres bedrijf 1]

Op 12 september 2017 werd de woning van de verdachte, perceel [adres woning verdachte] , doorzocht. Tijdens deze doorzoeking werd een ordner aangetroffen met het opschrift ‘ [Bedrijf 3] 2017’ met daarin schriftelijke bescheiden waaronder een huurovereenkomst d.d. 13-03-2017. [Bedrijf 1] betreft een onderneming waarvan de verdachte enig aandeelhouder, eigenaar en zelfstandig bevoegd bestuurder was.

Uit deze huurovereenkomst bleek dat het tuindersbedrijf door [Bedrijf 3] met ingang van 01-04-2017 werd verhuurd aan de Poolse onderdanen mevrouw [Huurder 1] , geboren op [Geboortedatum huurder 1] en de heer [Huurder 2] , geboren op [Geboortedatum huurder 2] .

Deze huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 5 jaar, ingaande op 01-04-2017 en lopende tot en met 01-04-2022. Volgens de huurovereenkomst bedroeg de huurprijs inclusief gas, water en elektriciteit € 3.750,- per maand. Volgens de huurovereenkomst werd een bankgarantie/waarborgsom van € 11.250,-, zijnde drie maanden huur, overeengekomen. Achter dit huurcontract waren kopieën van de identiteitskaarten van [Huurder 1] , met nummer [Nummer identiteitskaart huurder 1] , en [Huurder 2] , met nummer [Nummer identiteitskaart huurder 2] , gevoegd. Naast deze kopieën van de identiteitskaarten waren handtekeningen van de huurders geplaatst.

[Bedrijf 1] heeft het tuindersbedrijf gelegen aan de [Adres bedrijf 1] gekocht en de levering heeft plaatsgevonden op 15 maart 2017. Het tuindersbedrijf is vervolgens verkocht aan [Bedrijf 2] , eveneens een onderneming waarvan de verdachte enig aandeelhouder, eigenaar en zelfstandig bevoegd bestuurder was.

[Bedrijf 2] is rekeninghouder van de bankrekening [Rekeningnummer] . Uit onderzoek is gebleken dat er in mei 2017 driemaal een bedrag van € 3.750,- (in totaal € 11.250,-) werd overgeboekt naar deze rekening onder vermelding van ‘huur [Bedrijf 1] Deze overboekingen waren afkomstig van de bankrekening van de reeds op 25-04-2013 overleden [Naam beheerder bankrekening] ( [Rekeningnummer] ). Uit onderzoek is verder gebleken dat er tussen 13-03-2017 en 28-06-2017 in totaal € 26.500,- contant is gestort op voornoemde rekening van [Naam beheerder bankrekening] . Direct na storting van € 15.000,- op 13-03-2017 werd dit bedrag overgeboekt naar de bankrekening van notariskantoor [Naam notariskantoor] met als omschrijving [Bedrijf 1] ’, terwijl dit bedrag diende als deelbetaling voor de aankoop van het tuindersbedrijf. Van de overige gestorte gelden werd op dezelfde telkens € 3.750,- overgeboekt naar voornoemde bankrekening van [Bedrijf 2]

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat [Bedrijf 2] een besloten vennootschap is die hij heeft opgericht op 14 september 2015. Hij is bestuurder/enig aandeelhouder. De [Adres bedrijf 1] zat vanaf maart of april 2017 als vermogen in deze BV . Dit was een aankoop van de rechtspersoon [Bedrijf 3] , welke inmiddels is opgeheven. De bankrekening [Rekeningnummer] betreft de rekening van [Bedrijf 2] De verdachte heeft verklaard dat hij degene is die als enige contante gelden stort op deze rekening.

Poolse huurders

Interpol Warschau (Polen) heeft in Polen onderzoek gedaan naar de identiteit van [Huurder 1] en [Huurder 2] . Beiden bleken in Polen bekend en onder de opgegeven identiteit geregistreerd te zijn. De identiteitskaart van [Huurder 1] , nummer [Nummer identiteitskaart huurder 1] werd op 20-10-2010 in Polen als verloren gemeld. De identiteitskaart van nummer [Nummer identiteitskaart huurder 2] werd op 26-09-2011 in Polen als verloren gemeld.

[Huurder 1] werd in Polen als getuige gehoord. Zij heeft die identiteitskaart beslist niet meer. Zij ontvangt maandelijks een nabestaandenpensioen van ongeveer 1200 zloty. Zij is nooit van haar leven in Nederland geweest. Zij kent de persoon genaamd [Huurder 2] , geboren op [Geboortedatum huurder 2] te [Geboorteplaats huurder 2] niet. Zij kent de persoon genaamd [Naam verdachte] uit [Woonplaats 2] (Nederland) niet. Zij heeft geen idee waar de plaats [Woonplaats 2] ligt. Zij heeft niets gehuurd van [Naam verdachte] . Zij heeft hem nooit iets betaald. Zij zou zo’n bedrag nooit gehad hebben, dat is voor haar een onbereikbaar bedrag. Zij heeft nog nooit van haar leven zoveel geld gezien.

[Huurder 2] is ook in Polen als getuige gehoord. Hij heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij de identiteitskaart met serienummer [Nummer identiteitskaart huurder 2] vijf jaar geleden is verloren of deze is van hem gestolen. Dit was dus in 2012. Hij heeft toen aangifte gedaan van het verlies van zijn identiteitskaart op het politiebureau in [Geboorteplaats huurder 2] . Gemiddeld verdient hij 2.000 zloty per maand. In de periode van 01 januari 2012 tot 01 augustus 2017 is hij niet in Nederland geweest. Hij kent geen [Huurder 1] uit [Geboorteplaats huurder 1] . Hij kent ook geen [Naam verdachte] uit [Woonplaats 2] in Nederland. Hij heeft van die persoon geen loods of terrein gehuurd aan [adres woning verdachte] in [Woonplaats 2] , noch een agrarisch bedrijf in [Bedrijf 1] , aan de [Adres bedrijf 1] . Hij kent de man op de aan hem getoonde foto niet.

Camerabeelden contante stortingen

Na verkrijging en analyse van de dagafschriften van de bankrekeningen waarvan de verdachte rekeninghouder was dan wel bankrekeningen waaraan hij gelieerd was, bleek dat er met enige regelmaat substantiële geldbedragen contant werden gestort. Deze stortingen werden gedaan via stortingsautomaten bij banken en/of servicepunten van banken die gevestigd zijn in winkels of supermarkten. Daarbij werden stortingsautomaten gebruikt in de nabijheid van de woonplaats van de verdachte ( [Woonplaats 2] ) waaronder de plaatsen Venlo , Panningen en Horst .

Bij analyse bleek ook dat op bankrekeningen van derden (bijvoorbeeld de heer [Naam beheerder bankrekening] ) contant gestorte gelden direct daarna giraal werden overgeboekt op bankrekeningen van de verdachte. De tekst van de omschrijvingen bij de girale overboekingen van de gestorte gelden had telkens een verwijzing naar “huur” of “borg” van eigen onroerende goederen van de verdachte.

Van een drietal contante geldstortingen (4 transacties) werden de camerabeelden opgevraagd en geanalyseerd. Het betroffen de geldstortingen:

1. op 23-05-2017 te 09.01 uur werd in Horst € 2.000,- gestort op bankrekening [Rekeningnummer] (t.n.v. [Naam verdachte] );

2. op 19-05-2017 te 10.06 uur werd in Venlo € 8.000,- op bankrekening [Rekeningnummer] (t.n.v. [Naam beheerder bankrekeningnummer 2] en € 3.750,- op [Rekeningnummer] (t.n.v. [Naam beheerder bankrekening] ) gestort. Laatstgenoemd bedrag werd dezelfde dag overgeboekt naar bankrekening [Rekeningnummer] (t.n.v. [Bedrijf 2] ) onder vermelding van ‘huur betaling maand//juni [Bedrijf 1] )’;

3. op 29-05-2017 te 15.17 uur werd in [Plaats stortingsautomaten] € 400,- gestort op bankrekening [Rekeningnummer] (t.n.v. [Naam beheerder bankrekening] ). Dezelfde dag werd een bedrag van € 3.750,- overgeboekt naar bankrekening [Rekeningnummer] (t.n.v. [Bedrijf 2] ) onder vermelding van ‘huur betaling maand//juni [Bedrijf 1] ).

Na analyse van de beelden bleek dat de betreffende stortingen waren verricht door de verdachte.

3. Huurovereenkomst Kantoorruimte, [Kantoorruimte] , Venlo 40m2:

Op 12 september 2017 werd de woning van de verdachte, perceel [adres woning verdachte] doorzocht. In de woning werden op diverse plaatsen administratieve privé-bescheiden aangetroffen en in beslag genomen. In deze woning werd een grijze ordner aangetroffen met daarin schriftelijke bescheiden waaronder:

- een huurovereenkomst betreffende de verhuur van perceel [Kantoorruimte] te [Kantoorruimte] Venlo aan [Huurder 3] d.d. 01-12-2015 en

- een betalingskwitantie betreffende de contante betaling van de huur voor perceel [Kantoorruimte] in Venlo voor de maanden mei, juni en juli 2017 door [Huurder 3] aan [Naam verdachte].

In de huurovereenkomst is opgenomen dat deze is aangegaan voor onbepaalde tijd, per

01-12-2015. Het verhuurde object betrof 40 m2 kantoorruimte, [Kantoorruimte] te [Kantoorruimte] Venlo . Verhuurder was [Naam verdachte] [Koper generator] en huurder was [Huurder 3] . De huurprijs bedroeg € 1.250,- per maand. De borgsom bedraagt 3 maanden huur all in, zijnde € 3.750,-, en moet via overboeking naar verhuurder worden betaald. De eerste betaling bedraagt in totaal € 7.500,- (eerste kwartaal huur en 3 maanden borg).

Uit analyse van verdachtes bankrekening [Rekeningnummer] is gebleken dat vanaf juni 2016 gelden zijn bijgeschreven met als omschrijving ‘huur [Kantoorruimte] Venlo ’. Deze gelden zijn afkomstig van (tegenrekening) bankrekening [Rekeningnummer]

Van deze laatste bankrekening is rekeninghouder [Huurder 3] [Bedrijf 4] .

Het betreffen de betalingen € 3.750,- (op 14-06-2016), € 3.736,- (op 22-08-2016), € 1.210,- (op 15-12-2016), en € 3.750,- (op 24-01-2017).

Op 6 januari 2017 werd een bedrag van € 1.300,- overgeboekt naar de TOP-spaarrekening van de verdachte die aan voornoemde privébankrekening gekoppeld was.

In totaal werd een bedrag van € 13.746,- aan huur ontvangen.

Daarnaast zijn ten titel van ‘huur en borg [Kantoorruimte] te Venlo ’ gelden bijgeschreven op bankrekening [Rekeningnummer] . Van deze bankrekening is de besloten vennootschap [Bedrijf 2] rekeninghouder. Zoals hiervoor vermeld is de verdachte eigenaar/enig aandeelhouder van deze rechtspersoon. Op deze bankrekening werden vanaf december 2015 gelden ten titel van huur voor perceel [Kantoorruimte] te Venlo bijgeschreven. Ook deze gelden zijn afkomstig van (tegenrekening) bankrekening [Rekeningnummer] ( [Huurder 3] - [Bedrijf 4] ). Het betreffen de betalingen van € 7.500,-

(op 23-12-2015) en € 3.750,- (op 07-03-2016). In totaal een bedrag van € 11.250,-.

Voorafgaand aan de girale overboeking van deze gelden naar de bankrekeningen van de verdachte, [Rekeningnummer] (privé) en [Rekeningnummer] ( [Bedrijf 2] ), waren de gelden contant ingelegd op de hiervoor genoemde bankrekening [Rekeningnummer] van [Huurder 3] - [Bedrijf 4] .

Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel met nummer [Nummer KvK] volgt dat [Huurder 3] van 12 november 2014 tot en met 30 september 2015 de eenmanszaak “ [Bedrijf 4] ” dreef (KvK-nr. [Nummer KvK] ), destijds gevestigd op het adres [Adres Bedrijf 4] . De onderneming is op 30 september 2015 wegens opheffing van de onderneming uitgeschreven uit het handelsregister.

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zelf eigenaar is van [Kantoorruimte] te Venlo . Dit pand ligt gekoppeld aan het pand [Adres gekoppeld aan kantoorruimte] te Venlo , zijnde het voormalige pand van de [Onderneming verdachte] . Dit pand was te betreden vanaf de [Onderneming verdachte] en vanaf [Kantoorruimte] . De verdachte heeft verder verklaard dat hij de [Kantoorruimte] te Venlo vanaf 1 december 2015 had verhuurd aan [Bedrijf 4] [Huurder 3] . De huurprijs was € 1.250,00 inclusief energiekosten. De huurpenningen en de bankpas kreeg de verdachte van hem waarna de verdachte het geld stortte op zijn bankrekening, hem de bankpas teruggaf

en waarna hij de gelden overboekte op de privébankrekening van de verdachte met nummer [Rekeningnummer] . Volgens de verdachte betaalde hij de eerste maanden via de bankrekening van [Bedrijf 2] met nummer [Rekeningnummer] . [Bedrijf 4] heeft daar gehuurd gezeten tot en met juli 2017 en heeft daarna het pand verlaten. Hij deed daar kantoorwerkzaamheden en had opslag van hout.

[Huurder 3] is door de politie gehoord en heeft bij die gelegenheid verklaard dat hij [Naam verdachte] uit Maasbree niet kent. Hij heeft [Bedrijf 4] ooit met iemand geopend. Hij heeft iemand daarmee geholpen. Hij had op enig moment het idee dat het niet klopte en hij heeft zich toen uit laten schrijven bij het KvK. Hij heeft toen ook het bankrekeningnummer opgezegd. Hij heeft er daarna nooit meer iets van gehoord. Hij heeft verklaard dat het pand [Kantoorruimte] te Venlo hem niets zegt. Hij is niet de huurder van dit pand. Hij heeft nooit een huurcontract ondertekend. De handtekening die onder de huurovereenkomst van de [Kantoorruimte] in Venlo staat, is niet zijn handtekening. Zijn handtekening komt niet overeen met de betreffende handtekening. Hij heeft nooit contant geld aan [Naam verdachte] gegeven, hij kent hem niet. Hij heeft dat pand nooit gehuurd en hij heeft ook nooit geld op die rekening gestort.

Onderzoek bij de gemeente Venlo bevestigt dat het adres [Kantoorruimte] te Venlo geen GBA-adres is en dat het geen vestigingsadres voor personen en/of bedrijven is. Ook bleek het perceel [Kantoorruimte] te Venlo kadastraal niet te bestaan. Aldus blijkt het pand/perceel [Kantoorruimte] te Venlo in werkelijkheid niet te bestaan.

[Adres onderneming verdachte] betreft een bestaande openbare weg in het centrum van Venlo . Op de hoek van het [Adres onderneming verdachte] is de onderneming [Onderneming verdachte] ( [Adres gekoppeld aan kantoorruimte] te Venlo ) gevestigd. Deze [Onderneming verdachte] betreft de onderneming van de verdachte. Aan de zijde van [Adres onderneming verdachte] heeft de [Onderneming verdachte] een aantal grote ramen. Gezien vanuit het [Adres onderneming verdachte] is het laatste raam voorzien van een groot rolluik en links naast dit rolluik is (op een betonnen pilaar) een huisnummerbordje met het cijfer ‘2’ bevestigd. Hiermee wordt voorgewend alsof achter het rolluik zich de toegang tot perceel [Kantoorruimte] zou bevinden. Echter in werkelijkheid betrof de ruimte achter het rolluik een kamer/ruimte welke deel uitmaakte van perceel [Adres gekoppeld aan kantoorruimte] te Venlo .

4. Overwegingen rechtbank

De rechtbank is op grond van voornoemde bewijsmiddelen van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de genoemde huurovereenkomsten valselijk heeft opgemaakt. De verdachte heeft verklaard dat hij deze overeenkomsten zelf heeft opgemaakt, terwijl de Poolse huurders hebben verklaard dat zij de verdachte niet kennen en ook geen huurovereenkomsten met hem hebben gesloten. Uit informatie van de Poolse autoriteiten blijkt bovendien dat de betreffende identiteitsbewijzen van mevrouw [Huurder 1] en de heer (waarvan kopieën aan de huurovereenkomsten zijn aangehecht) in Polen als verloren zijn geregistreerd. De heer [Huurder 3] heeft verklaard dat hij nooit een huurovereenkomst met de verdachte heeft gesloten. Ten aanzien van de vermeende betalingen van de huurpenningen en borg is gebleken dat dit veelal door middel van contante stortingen gebeurde, waarbij onder meer gebruik werd gemaakt van een bankrekening van een persoon die ruim een jaar tevoren is overleden. Ten aanzien van de huurpenningen voor het pand [Kantoorruimte] te Venlo is gebleken dat de hoogte van de gestorte bedragen niet gelijk is aan de hoogte van het maandbedrag (€ 1.210,- i.p.v. € 1.250,-) of het kwartaalbedrag (€ 3.736,- i.p.v. € 3.750,-). Het pand [Kantoorruimte] te Venlo blijkt bovendien een niet-bestaand pand te zijn. Ten slotte acht de rechtbank de verklaring van de verdachte dat hij de contante geldbedragen samen met de bankpas van de huurders kreeg, onaannemelijk.

Gelet op al deze feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat geen sprake is geweest van daadwerkelijke verhuur van voornoemde panden en dat de verdachte valse huurovereenkomsten heeft opgesteld met het doel de werkelijke herkomst van de gelden die contant op zijn rekening zijn gestort te verhullen.

3.3.2.2 Ten aanzien van feit 3:

Contante gelden die zijn gestort op (eigen) bankrekeningen

Handelsonderneming [Bedrijf 2] betrof een éénmanszaak die werd gedreven voor rekening en risico van de verdachte. De onderneming werd opgeheven met ingang van 01-01-2016. Er werd gebruikt gemaakt van bankrekening [Rekeningnummer] . Deze bankrekening staat vanaf 14-09-2015 op naam van [Bedrijf 2]

Uit de uitgeleverde informatie bleek dat er in de jaren 2013, 2014 en 2015 in totaal € 173.372,- op de privébankrekening contant was gestort en in totaal € 67.690,- op overige bankrekeningen contant was gestort.

[Bedrijf 2] werd opgericht op 14-09-2015 en bestuurder/algemeen directeur en enig aandeelhouder was de verdachte. Er werd gebruikt gemaakt van bankrekening [Rekeningnummer] . Vanaf 01-05-2017 werd deze rekening gebruikt voor de nieuwe eenmanszaak [Onderneming verdachte] Venlo .

Uit de uitgeleverde informatie bleek dat er in de jaren 2016 en 2017 in totaal € 56.750,- op de privébankrekening contant was gestort en in totaal € 161.460,- op overige bankrekeningen contant was gestort.

Gelet op het voorgaande staat vast dat in totaal een bedrag van € 230.122,- contant op eigen bankrekeningen van de verdachte is gestort en dat in totaal een bedrag van € 229.150,- contant op andere bankrekeningen is gestort.

Contante gelden die zijn gebruikt bij het verrichten van (privé)betalingen en bestedingen

1. Stacaravan

Uit onderzoek is gebleken dat de verdachte eigenaar was van een stacaravan, standplaats [Adres standplaats caravan verdachte] te [woonplaats] . Uit de bij de verdachte aangetroffen koopovereenkomst bleek dat de verdachte deze stacaravan in juni 2017 had gekocht voor de prijs van € 5.000,- van de heer [Koper stacaravan] . Deze overeenkomst bleek echter vals te zijn. De heer [Koper stacaravan] heeft verklaard dat de koopprijs € 16.500,- was. De koopprijs is contant voldaan.

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij direct na de aanschaf van de stacaravan een hekwerk rondom de caravan had geplaatst dat € 400,- a € 500,- had gekost. Gelet op het feit dat er geen girale betaling van dit hekwerk werd getraceerd, wordt aangenomen dat er een betaling van € 450,- contant heeft plaatsgevonden.

Uit een in de privéadministratie van de verdachte aangetroffen betalingsbewijs is gebleken dat hij op 12-06-2017 een betaling van € 345,40 contant heeft betaald aan [Adres standplaats caravan verdachte] in verband met verkrijging van twee autokaarten en overdrachtskosten. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij inschrijvingskosten bij de campingreceptie heeft betaald voor pasjes voor twee auto’s.

In totaal betreft het een bedrag van € 17.295,40.

2. Stroomaggregaat

Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte op 12 september 2017 werden schriftelijke bescheiden aangetroffen die betrekking hadden op de aanschaf van een generator/stroomaggregaat, waaronder de originele aankoopfactuur, betalingskwitantie en opdrachtbevestiging. De generator werd aangetroffen in het tuindersbedrijf van de verdachte, gelegen aan de [Adres bedrijf 1] .

Uit het verhoor van de verkoper de heer [Koper generator] bleek dat de verdachte de feitelijke koper was en niet mevrouw [Huurder 1] zoals op de aankoopfactuur genoemd. De verdachte, zich bedienend van de naam [Partner verdachte] , de naam van zijn toenmalige echtgenote, had de generator uitgezocht, had met de verkoper onderhandeld, had de koop gesloten en had de koopprijs ad € 24.000,- contant betaald. Bovendien werd op uitdrukkelijk verzoek van de verdachte een valse aankoopfactuur opgemaakt. De verkoper diende in opdracht van de verdachte de rekening en de betalingskwitantie op naam van [Huurder 1] te stellen. Uit het verhoor van [Huurder 1] bleek dat zij nergens van af wist en de generator niet te hebben gekocht.

3. Vakanties

Uit onderzoek is gebleken dat de verdachte in de periode van 01-01-2014 tot 01-08-2017 met zijn gezin vakanties heeft genoten. De boekingsbevestigingen daarvan bevinden zich in het dossier. Alle reizen bleken bij de reisorganisator of het reisbureau contant te zijn betaald. In verband met het ontbreken van bancaire informatie betreffende de kosten die tijdens deze reizen/vakanties zijn gemaakt, wordt door de politie het standpunt ingenomen dat per dag een bedrag van € 100,- aan contant gemaakte kosten wegens verblijf en vertier voor het hele gezin ter plaatse werden gemaakt. De rechtbank komt dit niet onredelijk voor. Voor wat de vakantie in 2015 naar Antalya betreft ligt dat minder voor de hand omdat dit een all-inclusive reis betrof. In totaal betreft het een bedrag van € 18.392,37.

4. Huwelijk

Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte werd op 12 september 2017 een ordner met het opschrift ‘Privé’ aangetroffen en in beslag genomen. In deze ordner waren bescheiden aanwezig waaruit bleek dat de verdachte en [Partner verdachte] op 4 oktober 2014 zijn gehuwd. De facturen voor de bruidsjapon, huwelijksvoltrekking bij De Kasteeltuinen in Arcen en het huwelijksfeest bij Chateau De Raay in Baarlo zijn contant voldaan.

Uit onderzoek van de Belastingdienst Limburg bleek dat tijdens het huwelijksfeest een DJ voor muziek heeft gezorgd, kosten: € 1.850,- contant. Van dit bedrag was geen factuur voorhanden. Verder bleek dat het bruidspaar werd vervoerd in een taxi/limousine. De kosten werden vooraf aan de eigenaar/chauffeur betaald, kosten: € 695,- contant.

In totaal betreft het een bedrag van € 10.510,50.

5. Onderhoud VW Polo

De verdachte was eigenaar van de personenauto VW Polo met het kenteken [Kenteken auto verdachte] . Uit onderzoek is gebleken dat ten behoeve van deze auto door de verdachte aan garage [naam garage] in Venlo in verband met een defecte versnellingsbak op 10-05-2017 een bedrag van € 665,- contant werd betaald.

6. Overige (contant bonnen in ordner)

Tijdens de doorzoeking op 12 september 2017 van de woning van de verdachte werd een ordner met opschrift ‘Privé’ aangetroffen en in beslag genomen. In deze ordner bevonden zich facturen, nota’s, dan wel bescheiden van gekochte goederen die contant bleken te zijn betaald. In het dossier bevinden zich kopieën van deze facturen. In totaal betreft het een bedrag van € 35.042,73.

7. Totaal getraceerde contante betalingen

Stacaravan [woonplaats] : € 17.295,- (afgerond)

Stroomaggregaat [Bedrijf 1] : € 24.000,-

Vakanties : € 18.392,- (afgerond)

Huwelijk : € 10.510,- (afgerond)

VW Polo : € 665,-

Overige (contant bonnen in ordner) : € 35.042,- (afgerond)

Totaal : € 105.904,- (afgerond)

Contante gelden te verstoppen in een televisiedecoder en in een muurairco.

Tijdens de doorzoeking op 12 september 2017 van de woning van de verdachte werden op drie verschillende plaatsen contante geldbedragen aangetroffen. Op het stenen dressoir in de woonkamer werd een zwartkleurige televisiekabelontvanger of -decoder aangetroffen. Bij onderzoek bleek één pakje geldbiljetten luchtdicht en in plastic geseald te zijn ingebouwd. Het ging om een bedrag van € 100.000,-, bestaande uit 200 biljetten van € 500,-. Bij onderzoek aan een muur-airco werden drie pakjes geldbiljetten luchtdicht en in plastic geseald aangetroffen. Het ging om een bedrag van € 60.000,-, bestaande uit 80 biljetten van € 500,-, 24 biljetten van € 200,- en 304 biljetten van € 50,-. In de portemonnee van de verdachte werd nog een bedrag aangetroffen van € 1.245,-.

In totaal betreft het een bedrag van € 161.245,-.

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat het aangetroffen geld geheel zijn eigendom is. Dit is zijn spaargeld dat hij in de loop van de jaren met zijn ondernemingen bij elkaar heeft gespaard. De briefjes van € 500,- had hij zelf verpakt in plastic folie en in de TV-receiver gestopt. Ook het geld dat is aangetroffen in de airco in de eetkamer is zijn eigendom. De verdachte heeft deze gelden verpakt en daar neergelegd. Ook dit zijn spaargelden afkomstig uit zijn bedrijven en privé.

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat het contant geld afkomstig is van de handel in auto’s en de [Onderneming verdachte] . Volgens de verdachte is het in de autohandel heel gebruikelijk om € 500,- biljetten in contanten te gebruiken. De verdachte heeft verklaard dat hij het geld zelf heeft omgewisseld naar € 500,- biljetten.

Totaal beschikbare gelden (inkomen [Naam verdachte] en inkomen [Partner verdachte] )

Er is onderzoek gedaan naar de legale beschikbare geldmiddelen van de verdachte en [Partner verdachte] in de periode van 01-01-2013 tot 01-08-2017. Deze legaal beschikbare gelden bestaan uit het (netto)loon van [Partner verdachte] voornoemd en de verdachte, vermeerderd met de gedane privéonttrekkingen/kasopnamen door de verdachte uit diens onderneming(en). De lonen van [Partner verdachte] en de verdachte werden giraal betaald op hun eigen privébankrekeningen. Uit onderzoek blijkt dat giraal nauwelijks kosten wegens levensonderhoud werden betaald, en voor zover dat wel gebeurde dat daarvoor de privébankrekening van [Partner verdachte] werd gebruikt. Gelet op het (grotendeels) ontbreken van uitgaven voor huishoudkosten is rekening gehouden met de bedragen die het gezin van de verdachte volgens het NIBUD jaarlijks naar schatting nodig had om te kunnen voorzien in hun levensonderhoud.

Uit dit onderzoek is gebleken dat de verdachte aan kasopnamen € 117.577,- legaal contant beschikbaar heeft gehad.

Zoals hiervoor overwogen heeft de verdachte € 230.122,- contant gestort op zijn eigen bankrekeningen en € 229.150,- op andere, hem ter beschikking staande, bankrekeningen contant gestort. Verder heeft de verdachte € 105.904,- aan overige contante betalingen gedaan.

Uit onderzoek is ten slotte gebleken dat de verdachte met zijn gezin volgens de normen van het NIBUD een bedrag van € 119.837,- meer contant moet hebben uitgegeven dan giraal aan kosten wegens levensonderhoud werd betaald.

Totaal contante bedragen

Dit betekent dat de verdachte in totaal heeft kunnen beschikken over het navolgende bedrag:

Kasopnamen - € 117.577,-

Contante stortingen eigen bankrekeningen € 230.122,-

Contante stortingen overige bankrekeningen € 229.150,-

Overige contante betalingen € 105.904,-

Tekort NIBUD-norm € 119.837,-

Totaal € 567.436,-

Samen met de bij de verdachte aangetroffen contante geldbedragen van in totaal € 161.245,- heeft de verdachte in de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017 over een bedrag van (€ 567.436,- plus € 161.245,- =) € 728.681,- kunnen beschikken.

Overwegingen rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel afkomstig uit enig misdrijf”, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig uit enig misdrijf.

Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, kan desondanks worden bewezen dat een voorwerp uit misdrijf afkomstig is. Dit is het geval wanneer het op grond van de wel vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Het is aan het openbaar ministerie om bewijs aan te brengen waaruit zodanige feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid.

Indien de vastgestelde feiten en omstandigheden het vermoeden van een criminele herkomst van het voorwerp of de voorwerpen rechtvaardigen, dan mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp of de voorwerpen niet van misdrijf afkomstig is of zijn. De omstandigheid dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is, maar als de rechter tot het oordeel komt dat de door de verdachte gegeven verklaring niet aannemelijk is geworden, dan kan hij daaraan in voorkomende gevallen wel de gevolgtrekking verbinden dat een legale herkomst van de voorwerpen dus ontbreekt.

In het licht van deze vooropstelling, stelt de rechtbank het volgende vast.

Bewijsvermoeden

De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen allereerst vast dat de verdachte in de periode van 1 januari 2013 tot 1 augustus 2017 heeft kunnen beschikken over een bedrag van € 728.618, terwijl uit de beschikbare gegevens is vast komen te staan dat de verdachte en zijn gezin in die periode niet hebben beschikt over voldoende legale inkomsten waaruit dit bedrag kan worden verklaard.

Zoals in overweging 3.3.1 is verwoord, heeft de verdachte bekend dat de aangetroffen hennepkwekerij met ongeveer 1116 planten en de ongeveer 654 hennepstekken op het perceel gelegen aan [adres woning verdachte] van hem zijn. Ook heeft de verdachte bekend dat de grote contante geldbedragen en (vuur)wapens die in het op dat perceel staand en gelegen pand zijn aangetroffen van hem zijn. Het is een feit van algemene bekendheid dat biljetten van € 500,- vanwege het volume binnen criminele kringen grote populariteit geniet. Dat besef heeft de Nederlandse Bank doen besluiten vanaf 27 januari 2019 geen bankbiljetten van € 500,- meer uit te geven. Het bezitten van een grote hennepkwekerij en, mede in het licht van het voorgaande, grote contante geldbedragen in coupures van € 500,- rechtvaardigt daarom het vermoeden van een criminele herkomst van de contante bedragen van in totaal € 728.681,- waarover de verdachte in die periode heeft kunnen beschikken.

De verklaring van de verdachte dat hij inkomsten heeft gegenereerd uit de verhuur van panden en de autohandel, acht de rechtbank onaannemelijk. De rechtbank acht immers bewezen dat de verdachte de betreffende huurovereenkomsten valselijk heeft opgemaakt, zoals hiervoor reeds is overwogen. Bovendien bevat het dossier geen enkel aanknopingspunt waaruit zou blijken dat de verdachte zich bezig houdt met de handel in auto’s, noch dat hij hier dusdanige inkomsten uit heeft gegenereerd dat hieruit de gelden kunnen worden verklaard. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat zijn autohandel hobbymatig van aard was. Ook zijn geen aanknopingspunten aangetroffen die enige daadwerkelijk verhuuractiviteiten aannemelijk maken.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand volstrekt onwaarschijnlijke verklaring gegeven over de herkomst van het geldbedrag van € 728.681,- en gelet daarop moet dit geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit misdrijf afkomstig zijn.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte dit geldbedrag heeft witgewassen

door geldbedragen contant te storten op verschillende bankrekeningen en vervolgens over te (doen) boeken naar andere bankrekeningen waarvan de verdachte rekeninghouder was dan wel bankrekeningen waaraan hij gelieerd was en daarbij voor te wenden dat het om huurpenningen of borgbetalingen zou gaan. Nu dit zich over een lange periode heeft voorgedaan, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte van dit witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Bovendien is de rechtbank van oordeel dat de door de verdachte verrichte handelingen onmiskenbaar waren gericht op het (doen) omzetten van de contante gelden, nu immers sprake is van:

- het omwisselen van extreem veel gelden (een bedrag van ruim € 160.000,-) naar coupures van € 500,-;

- het per valutasoort sorteren en bundelen van gelden;

- het met plastic luchtdicht sealen van de pakjes geld waardoor een door de politie gebruikte ‘geldhond’ niet of nauwelijks lucht zou kunnen nemen van de aanwezigheid van de gelden;

- het pakje geld verstoppen in een dichtgeschroefde kabelontvanger/decoder;

- de pakjes geld verstoppen in een dichte muurairco.

Nu dit zich over een lange periode heeft voorgedaan is de rechtbank van oordeel dat de verdachte van dit witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

feit 1.

op 12 september 2017, in de gemeente Peel en Maas, opzettelijk heeft geteeld, een hoeveelheid van ongeveer 1116 hennepplanten en 654 hennepstekken, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

feit 2.

in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 12 september 2017, in de gemeente Peel en Maas, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Enexis Netbeheer B.V., waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

feit 3 primair.

in de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017 in Nederland en in Duitsland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij,

voorwerpen te weten grote geldbedragen van in totaal ongeveer EUR 728.681,-, verworven en voorhanden gehad en omgezet,

terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen te weten grote geldbedragen van in totaal ongeveer EUR 728.681,-, telkens geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

feit 4 primair.

op tijdstippen, omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017, in de gemeente Peel en Maas en/of elders in Nederland, althans in Nederland, meermalen,

meerdere huurcontracten- en een overeenkomst te weten:

-Een huurcontract loods 375 m2 [adres woning verdachte] d.d. 31-12-2012 op naam van [Huurder 1] en [Huurder 2] en

-Een huurcontract uitbreiding op 01-04-2014 te Maasbree d.d. 01-04-2014 op naam van [Huurder 1] en [Huurder 2] en

-Een huurovereenkomst [Bedrijf 3] en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW [Adres bedrijf 1] , [Bedrijf 1] kadaster sectie [nummer] , op naam van [Huurder 1] en [Huurder 2] en

-Een huurovereenkomst Kantoorruimte, [Kantoorruimte] , Venlo 40m2 op naam van [Huurder 3] ,

zijnde geschriften, die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers heeft hij verdachte toen aldaar telkens valselijk in die contracten en overeenkomst onjuiste huurdersgegevens vermeld in die zin dat voornoemde huurders geen huurcontracten- en overeenkomst hadden afgesloten met verdachte,

zulks telkens met het oogmerk om die contracten en overeenkomst als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

feit 5.

op 12 september 2017, in de gemeente Peel en Maas, een wapens van categorie III, te weten een pistool van het merk CZ (Crvena Zastava), Model 70, kaliber 7,65, serienummer [Serienummer] , en munitie van categorie III, te weten 25 stuks volmantelpatronen kaliber .32 Auto van het merk PPU (Prvi Partizan) (geschikt om te worden verschoten door het pistool als hierboven genoemd), voorhanden heeft gehad;

feit 6.

op 12 september 2017, in de gemeente Peel en Maas, twee wapens van categorie III, te weten twee gas/alarmpistolen, beiden van het merk Walther, type P88 compact, en beiden van het kaliber 9 mm P.A. Knal en voorzien van de serienummers [Serienummer] en [Serienummer] voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.

Ten aanzien van feit 2:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Ten aanzien van feit 3 primair:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Ten aanzien van feit 4 primair:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 5:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Ten aanzien van feit 6:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, geheel subsidiair, verzocht om aansluiting te zoeken bij de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting die gelden bij een fraudebedrag tussen de € 500.000,- en € 1.000.000,- en de eis van de officier van justitie aanzienlijk te matigen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft ruim 1100 hennepplanten geteeld en hij heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de in Nederland florerende hennepteelt. Hennep bevat de voor de volksgezondheid schadelijke stof THC en is daarom door de wetgever op de bij de Opiumwet behorende lijst II geplaatst. Het is een feit van algemene bekendheid dat de handel in en het gebruik van verdovende middelen niet zelden gepaard gaat met verschillende vormen van ernstige criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt berokkend.

De verdachte heeft bovendien een hoeveelheid elektriciteit gestolen van Enexis Netbeheer B.V. en hij heeft een pistool met bijbehorende munitie en twee gas/alarmpistolen voorhanden gehad. Het onbevoegd voorhanden hebben van wapens, in het bijzonder vuurwapens, is maatschappelijk onaanvaardbaar vanwege de grote dreiging die daarvan uitgaat voor anderen. Dergelijke wapens kunnen gebruikt worden voor allerlei (levens)bedreigende activiteiten. Het voorhanden hebben daarvan vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van wapens.

De verdachte heeft zich verder over een lange periode schuldig gemaakt het witwassen van een bedrag van in totaal € 728.681,- en hij heeft geprobeerd de herkomst van zijn illegale inkomsten te verklaren door valse huurovereenkomsten op te maken en te verklaren dat hij uit die overeenkomsten contante huurpenningen heeft ontvangen.

De uiterst professionele wijze waarop de hennepkwekerij was opgezet en de vakkundige manier waarop zij aan het oog was onttrokken, de aanwezigheid van verboden vuurwapens en de plaatsen waar en de wijze waarop een grote hoeveelheid contant geld in de woning van de verdachte was verstopt, vormen voor de rechtbank sterke aanwijzingen dat een en ander heeft plaatsgevonden in een context van georganiseerde criminaliteit, waarop naar het oordeel van de rechtbank niet anders kan worden gereageerd dan met een forse gevangenisstraf.

De rechtbank houdt ten aanzien van de persoon van de verdachte rekening met de inhoud van het strafblad van de verdachte van 2 december 2019, waaruit blijkt dat hij eerder door de strafrechter voor Opiumwetdelicten en vermogensdelicten is veroordeeld, en met hetgeen ter terechtzitting over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gebracht.

Alles afwegend, zal de rechtbank conform de eis van de officier van justitie aan de verdachte opleggen een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaar met aftrek van de tijd die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 225, 311, 420ter van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Dit vonnis is gewezen door mr. F.L.G. Geisel, voorzitter, mr. J.B.J. Driessen en

mr. R.J.M.G. Rulkens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A.E. van de Venne, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 januari 2020.

Buiten staat

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij, op of omstreeks 12 september 2017, in de gemeente Peel en Maas, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 1116 hennepplanten en/of 654 hennepstekken, in

elk geval (een) grote hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

2.

hij, in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 12 september 2017, in de gemeente Peel en Maas, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Enexis Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3.

hij, op één of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017, in de gemeente Peel en Maas en/of elders in Nederland, althans in Nederland

en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader,

a.

van (een) voorwerp(en) te weten één of meer (grote) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) EUR 728.681,-, althans (enig)e geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst verborgen en/of verhuld althans heeft/hebben hij en/of zijn mededader verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die geldbedrag(en) was/waren en/of wie voornoemd(e)

geldbedrag(en) voorhanden had(den),

en/of

b.

(een) voorwerp(en) te weten één of meer (grote) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) EUR 728.681,-, althans enig(e) geldbedrag(en) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans van een of meerdere voorwerp(en) te weten één of meer (grote) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) EUR 728.681,-, althans enig(e) geldbedrag(en) gebruik gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) te weten één of meerdere (grote) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) EUR 728.681,-, althans enig(e) geldbedrag(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomsting was/waren uit enig misdrijf;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, op één of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017, in de gemeente Peel en Maas en/of elders in Nederland, althans in Nederland

en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

van (een) voorwerp(en) te weten één of meer (grote) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) EUR 728.681,-, althans (enig)e geldbedrag(en),

a.

de werkelijke aard en/of de herkomst heeft/hebben verborgen en/of verhuld althans heeft/hebben hij en/of zijn mededader verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd(e) geldbedrag(en) was/waren en/of wie voornoemd(e) geldbedrag(en) voorhanden had(den),

en/of

b.

(een) voorwerp(en) te weten één of meer (grote) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) EUR 728.681,-, althans enig(e) geldbedrag(en) heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet, althans van een of meerdere voorwerp(en) te weten één of meer (grote) geldbedrag(en) van in totaal

(ongeveer) EUR 728.681,-, althans enig(e) geldbedrag(en) gebruik heeft/hebben gemaakt,

zulks terwijl hij, verdachte, en of zijn mededader (telkens) wist(en) althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voornoemde geldbedrag(en) te weten één of meer (grote) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) EUR 728.681,-, althans enig(e) geldbedrag(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddelijk of middelijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

4.

hij, op één of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017, in de gemeente Peel en Maas en/of elders in Nederland, althans in Nederland

en/of in Duitsland, meermalen, althans eenmaal,

één of meerdere huurcontract(en)- en/of overeenkomst(en) te weten:

-Een huurcontract loods 375 m2 [adres woning verdachte] d.d. 31-12-2012 op naam van [Huurder 1] en [Huurder 2] en/of

-Een huurcontract uitbreiding op 01-04-2014 te Maasbree d.d. 01-04-2014 op naam van [Huurder 1] en [Huurder 2] en/of

-Een huurovereenkomst [Bedrijf 3] en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW [Adres bedrijf 1] , [Bedrijf 1] kadaster sectie [nummer] , op naam van [Huurder 1] en [Huurder 2] en/of

-Een huurovereenkomst Kantoorruimte, [Kantoorruimte] , Venlo 40m2 op naam van [Huurder 3] ,

zijnde (een) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen, immers heeft hij verdachte toen aldaar (telkens) valselijk in/op dat/die contract(e)n en/of overeenkomst(en) onjuiste huurdersgegevens vermeldt in die zin dat voornoemde huurder(s) geen huurcontract(en)- en/of overeenkomst(en) had(den) afgesloten met verdachte,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die contract(e)n en/of overeenkomst(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017, in de gemeente Peel en Maas en/of elders in Nederland, althans in Nederland en/of Duitsland,

opzettelijk (een) vals(e) en/of vervalst(e) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:

-Een huurcontract loods 375 m2 [adres woning verdachte] d.d. 31-12-2012 op naam van [Huurder 1] en [Huurder 2] en/of

-Een huurcontract uitbreiding op 01-04-2014 te Maasbree d.d. 01-04-2014 op naam van [Huurder 1] en [Huurder 2] en/of

-Een huurovereenkomst [Bedrijf 3] en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW [Adres bedrijf 1] , [Bedrijf 1] kadaster [nummer] , op naam van [Huurder 1] en [Huurder 2] en/of

-Een huurovereenkomst Kantoorruimte, [Kantoorruimte] , Venlo 40m2 op naam van [Huurder 3] ,

voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/die geschrift(en) bestemd was/waren om gebruik van te maken als ware het/ze echt en onvervalst;

5.

hij, op of omstreeks 12 september 2017, in de gemeente Peel en Maas, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool van het merk CZ (Crvena Zastava), Model 70, kaliber 7,65, serienummer [Serienummer] , en/of munitie van categorie III, te weten 25 stuks volmantelpatronen kaliber .32 Auto van het merk PPU (Prvi Partizan) (geschikt om te worden verschoten door het pistool als hierboven genoemd), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

6.

hij, op of omstreeks 12 september 2017, in de gemeente Peel en Maas, twee wapens van categorie III, te weten twee gas/alarmpistolen, beiden van het merk Walther, type P88 compact, en beiden van het kaliber 9 mm P.A. Knal en voorzien van de serienummers [Serienummer] en [Serienummer] voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. F.L.G. Geisel
  • mr. J.B.J. Driessen
  • mr. R.J.M.G. Rulkens

Griffier

  • mr. F.A.E. van de Venne

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?