ECLI:NL:GHSHE:2025:2034

ECLI:NL:GHSHE:2025:2034, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-07-2025, 200.281.613_01

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 17-07-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer 200.281.613_01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2020:3204
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2021:2263
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2022:3709

Samenvatting

Zorgregeling

Uitspraak

13. De beschikking d.d. 27 oktober 2022

Bij die beschikking heeft het hof - uitvoerbaar bij voorraad - omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de moeder met betrekking tot [minderjarige] de volgende voorlopige regeling vastgesteld:

Het hof heeft iedere verdere beslissing aangehouden tot 27 juli 2023 PRO FORMA, in afwachting van nader bericht van de advocaat van de vader omtrent de stand van zaken inzake de strafrechtelijke procedures. Het hof heeft de advocaat van de vader verzocht het hof tijdig vóór bovenstaande pro forma datum schriftelijk te informeren.

Het meer of anders verzochte is afgewezen.

14. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Bij brief van 12 mei 2025 heeft het hof mededeling gedaan aan partijen dat sprake is van een rechterswisseling in deze zaak en erop gewezen dat de mogelijkheid bestaat tijdens de voortgezette mondelinge behandeling de standpunten opnieuw voor te dragen.

De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 mei 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de vader, bijgestaan door mr. Nederlof;

-de moeder, bijgestaan door mr. R.G.J. van Kerkhof, kantoorgenoot van mr. Hooft;

- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .

Het hof heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- het V8-formulier van de advocaat van de vader d.d. 23 augustus 2024;

- het V8-formulier van de advocaat van de moeder d.d. 17 oktober 2024;

- het V8-formulier van de advocaat van de vader d.d. 25 februari 2025;

- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 17 april 2025;

- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 8 mei 2025;

- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 9 mei 2025;

- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 14 mei 2025;

- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 16 mei 2025;

- het V6-formulier met bijlage van de advocaat van de vader d.d. 19 mei 2025.

De advocaat van de vader heeft het hof in het bericht van 19 mei 2025 verzocht om de bijlage (bestaande uit een emailbericht van 5 februari 2025) bij het V6-formulier van 8 mei 2025) geen onderdeel te laten zijn van het dossier, kort gezegd op de grond dat deze bijlage onjuiste informatie bevat. Het hof heeft ter mondelinge behandeling beslist het genoemde emailbericht van 5 februari 2025 niet aan het dossier toe te voegen.

15. De verdere beoordeling

Feiten

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie is [minderjarige] geboren. De vader heeft [minderjarige] erkend. Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige] . [minderjarige] woont bij de moeder.

Bij de beschikking van rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 25 november 2019 heeft de rechtbank aan de moeder vervangende toestemming verleend om met [minderjarige] te verhuizen naar [woonplaats moeder] en het verzoek van de vader om het hoofdverblijf van [minderjarige] bij hem vast te stellen, afgewezen.

Bij deze beschikking heeft de rechtbank tevens aan de vader vervangende toestemming verleend om [minderjarige] in te schrijven op basisschool [basisschool 1] in [woonplaats vader] .

De rechtbank heeft verder de beslissing over de zorgregeling pro forma aangehouden, in afwachting van de resultaten van schikkingsonderhandelingen tussen partijen.

Het hof heeft in de zaak met zaaknummer 200.271.146/01 bij beschikking van 12 maart 2020 iedere verdere beslissing aangehouden in afwachting van de beslissing van de rechtbank over de zorgregeling en heeft de advocaten van partijen verzocht, het hof uiterlijk twee weken vóór 30 juni 2020 schriftelijk te informeren over de stand van zaken en over de verdere afhandeling van de zaak, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raad.

Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 22 juli 2020 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, uitvoerbaar bij voorraad, bepaald dat de vader en [minderjarige] gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar gedurende elke woensdag van 17:00 uur tot donderdag 18:00 uur en om het weekend van zaterdag 10:30 uur tot maandagochtend, waarbij de vader [minderjarige] op die maandagen naar school brengt.

Bij beschikking van het hof van 20 augustus 2020 heeft het hof in de zaak met zaaknummer 200.271.146/01, uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 25 november 2019 voor zover daarin aan de vader vervangende toestemming is verleend om [minderjarige] te inschrijven op basisschool [basisschool 1] te [woonplaats vader] vernietigd en alsnog aan de moeder vervangende toestemming verleend om [minderjarige] in te schrijven op Basisschool [basisschool 2] te [woonplaats moeder] .

Het hof heeft daarbij benadrukt dat hierdoor niet wordt vooruitgelopen op enige beslissing in het hoger beroep over de zorgregeling en heeft in verband daarmee de ouders in overweging gegeven deze schoolwijziging van [minderjarige] goed met elkaar af te stemmen als het gaat om halen en brengen en in relatie tot een praktische en voor [minderjarige] goede zorgverdeling daarbij.

Het hof heeft voorts in deze beschikking het verzoek van de vader om, gezien de verknochtheid en/of connexiteit, de behandeling van de zaak geregistreerd onder nummer 200.271.146/01 en de onderhavige zaak (200.281.613/01) samen te voegen, afgewezen.

Omvang van het geschil

De vader kan zich met de voornoemde beschikking van 22 juli 2020 niet verenigen en is hiervan in hoger beroep gekomen.

De moeder heeft verweer gevoerd.

Het hof heeft in de onderhavige zaak meerdere keren een mondelinge behandeling gelast, te weten op 11 augustus 2020 (betrekking hebbend op zaaknummer 200.271.146/01 en op de onderhavige zaak), 31 mei 2021, 31 januari 2022, 19 september 2022 en laatstelijk op 20 mei 2025.

Verder heeft het hof drie tussenbeschikkingen gewezen: op 15 oktober 2020, 15 juli 2021 en 27 oktober 2022.

Het hof heeft daarin onder meer de ouders verwezen voor onderzoek en behandeling naar [instantie 1] te [woonplaats vader] (hierna: [instantie 1] ) zulks met het oog op herstel van de ernstig geschonden ouderlijke betrekkingen die zien op [minderjarige] en aan [instantie 1] verzocht een onderzoek in te stellen en hiervan een rapport uit te brengen aan het hof.

Voorts heeft het hof partijen verwezen naar [instantie 2] voor een traject omgangsbegeleiding coaching. Op de mondelinge behandeling van 31 januari 2022 is besproken dat de vader en [minderjarige] onder supervisie van mevrouw [begeleidster] eenmaal per week voor 2 ½ uur omgang zullen hebben.

Het hof heeft in de (laatste) tussenbeschikking van 27 oktober 2022 een voorlopige begeleide omgangsregeling tussen de man en [minderjarige] vastgesteld, waarbij is bepaald dat de vader en [minderjarige] gerechtigd zijn tot professioneel begeleide omgang met elkaar op de woensdagmiddag van 14:00 tot 16:30 uur in de woning van de grootouders vaderszijde, dat deze begeleiding wordt verzorgd door mevrouw [begeleidster] of een andere door partijen gezamenlijk aangewezen professional. Verder is bepaald dat deze regeling geldt behoudens de vakanties die de moeder met [minderjarige] heeft, met dien verstande dat de moeder in staat dient te zijn om in ieder geval de helft van de schoolvakanties met [minderjarige] door te brengen. [instantie 1] blijft aanspeekpunt voor het bespreken van inhoudelijke zaken.

Het hof heeft de zaak aangehouden in afwachting van nader bericht van de advocaat van de vader omtrent de strafrechtelijke procedures in hoger beroep waarbij de vader is veroordeeld voor het plegen van ernstige strafbare feiten tegen minderjarigen (het met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd en mishandeling meermalen gepleegd).

De vader heeft tegen deze veroordelingen cassatie ingesteld.

Op dit moment liggen in hoger beroep nog voor de verzoeken van de vader wat betreft de zorgregeling tussen hem en [minderjarige] . Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling op 20 mei 2025 hebben partijen het hof verzocht een eindbeslissing te geven.

De raad heeft dit eveneens geadviseerd.

Het hof acht zich voldoende voorgelicht om een eindbeslissing te nemen en beslist als volgt.

Zorgregeling

Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter worden voorgelegd. In het geval van een geschil omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken kan de rechter, gelet op artikel 1:253a lid 2, aanhef en sub a, BW, een regeling vaststellen. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

De vader heeft zijn oorspronkelijke verzoek, zoals opgenomen in zijn beroepschrift van 7 augustus 2020, laatstelijk gewijzigd bij verzoek van 8 mei 2025. Hij is op dit moment gedetineerd en daarom is sprake van een wijziging van omstandigheden. De eerder door het hof vastgestelde voorlopige begeleide zorgregeling kan feitelijk niet meer plaatsvinden. Mevrouw [begeleidster] en [instantie 1] zijn niet meer bij de omgang tussen de vader en [minderjarige] betrokken. [zorgcoach] ( [zorgcoach] ) heeft de begeleiding overgenomen en is via een opdracht van het sociaal team van de gemeente [woonplaats moeder] betrokken. Dit gebeurt volgens de vader op vrijwillige basis.

De vader verzoekt het hof, bij beschikking, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat, inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de vader en [minderjarige] gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:

I. voor de tijd dat de vader gedetineerd zal zijn in de PI te [verblijfplaats] en aan de vader geen verlof zal worden toegekend, eenmaal per veertien dagen op dinsdag van 16:15 uur tot 20:00 uur, waarbij [minderjarige] de vader zal bezoeken in de PI te [verblijfplaats] onder begeleiding van de ouders van de vader, waarbij de ouders van de vader [minderjarige] om 16:15 uur ophalen bij de moeder en hem om 20:00 uur weer terugbrengen;

II. voor de tijd dat de vader gedetineerd zal zijn in de PI te [verblijfplaats] en op het moment dat aan de vader kortdurend verlof zal worden toegekend, één keer per maand op woensdagmiddag van 14:00 uur tot 18:00 uur, dan wel op vrijdagmiddag van 15:00 uur tot 19:00 uur, onder begeleiding van [zorgcoach] en in de woning van de ouders van de vader;

III. voor de tijd dat de vader gedetineerd zal zijn in de PI te [verblijfplaats] en op het moment dat aan de vader kortdurend verlof op basis van sociaal netwerk zal worden toegekend twee keer per maand op vrijdagmiddag van 15:00 uur tot 19:00 uur onder begeleiding van [zorgcoach] en in de woning van de ouders van de vader en op de daaropvolgende zaterdag van 10:00 uur (na het voetbal) tot 19:00 uur in de woning van de ouders van de vader.

De vader heeft daaraan tijdens de voortgezette mondelinge behandeling van 20 mei 2025 het volgende toegevoegd. Hij verblijft sinds oktober 2024 in detentie. Hij heeft cassatie ingesteld van zijn strafrechtelijke veroordeling door het hof. Dit verzoek is nog in behandeling. Sinds kort verblijft hij in de PI te [verblijfplaats] . Op dit moment belt hij om de week met [minderjarige] , waarbij [minderjarige] wordt begeleid door [zorgcoach] . Verder is er (eveneens door [zorgcoach] ) begeleide omgang tussen hem en [minderjarige] van minimaal een uur, één keer per kwartaal in de schoolvakanties. Dit wordt tussen de moeder, [zorgcoach] en de PI afgestemd en vindt plaats in de PI. De vader verwacht op korte termijn een aanvraag te kunnen doen voor kortdurend verlof. Hij wenst tijdens dit verlof contact met [minderjarige] . Hij heeft daarvoor een verlofplan gemaakt. De reclassering is positief over dit plan.

Hij weet nog niet of en zo ja, met ingang van wanneer, dit verzoek wordt gehonoreerd. De gewijzigde zorg- en contactregeling doet volgens hem recht aan de belangen van [minderjarige] en komt tegemoet aan de zorgen van de moeder. De vader benadrukt met klem dat er nooit een veiligheidsrisico is voor [minderjarige] .

De moeder heeft voorafgaand aan de voortgezette mondelinge behandeling bij brief van 16 april 2025 gewezen op de door haar gestarte procedure tot beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. In het kader van die procedure zal de raad een onderzoek doen. Zo nodig kan in deze procedure de raad worden verzocht het onderzoek uit te breiden met een onderzoek over een contactregeling tussen [minderjarige] en de vader. Het is duidelijk dat de vader voor langere tijd in detentie zal blijven.

Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling heeft de moeder daaraan toegevoegd dat zij achter contact tussen de vader en [minderjarige] staat. Zij heeft vertrouwen in [zorgcoach] die op dit moment de omgang en de belmomenten tussen de vader en [minderjarige] begeleidt. De moeder vindt het goed wanneer de belregeling en de huidige begeleide omgangsregeling worden vastgelegd. De moeder heeft echter, gelet op vervelende ervaringen in het verleden, geen vertrouwen in begeleiding van de omgang door de grootouders vaderszijde. Verder vindt zij de door de vader voorgestelde omgangsregeling te belastend voor [minderjarige] , gelet op de frequentie, het tijdstip en daarmee de impact op [minderjarige] . Bovendien vindt zij de bezoekruimte in de PI [verblijfplaats] niet kindvriendelijk. Zij verzoekt het hof dan ook om de (gewijzigde) verzoeken van de vader inzake de omgang af te wijzen.

De raad acht het verzoek van de vader onder I. te belastend voor [minderjarige] . De raad acht het in het belang van [minderjarige] dat de huidige begeleide omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] als een voorlopige regeling wordt vastgelegd. Dat is ook in lijn van de eerdere beschikkingen en de daarin vastgestelde voorlopige begeleide contactregelingen tussen de vader en [minderjarige] . Wat betreft de verzoeken van de vader onder II. en III., in het geval het door de vader in te dienen verlofverzoek wordt gehonoreerd, heeft de raad nog veel vragen. De raad vindt de huidige situatie van de vader heftig en er moet worden bezien of de moeder emotionele toestemming kan geven voor een regeling zoals de vader verzoekt nog daargelaten of dit voor [minderjarige] passend is. De raad laat het aan het oordeel van het hof of een raadsonderzoek nodig is.

Het hof overweegt als volgt.

Tijdens onderhavig hoger beroep is begeleide omgang geweest tussen de vader en [minderjarige] . Eerst vond deze plaats onder begeleiding van mevrouw [begeleidster] (en op afstand [instantie 1] ). Vanaf het moment dat de vader in detentie verblijft is de omgang gewijzigd. Op dit moment is er telefonisch contact en omgang tussen de vader en [minderjarige] onder begeleiding van [zorgcoach] . Om de week spreken de vader en [minderjarige] elkaar telefonisch op woensdagmiddag van 16:00 uur tot 16:15 uur. [zorgcoach] komt dan bij [minderjarige] thuis en begeleidt hem bij het gesprek. De vader en [minderjarige] hebben verder één keer per kwartaal begeleide omgang in een vakantieperiode (mits de moeder niet op vakantie is) van minimaal één uur, zolang en als de PI dit kan faciliteren. De moeder werkt hieraan mee en [zorgcoach] kan dit blijven faciliteren. Het hof begrijpt dat deze regelingen goed verlopen.

Gelet op het feit dat de vader gedetineerd is en vooralsnog geen enkele concrete aanwijzing bestaat dat deze situatie binnen een afzienbare tijd zal wijzigen en in welke zin, ziet het hof geen grond een andere zorgregeling vast te leggen dan thans feitelijk wordt uitgevoerd.

Het hof acht de door de vader onder I. verzochte regeling, voor het geval aan de vader geen verlof zal worden toegekend, om eenmaal per veertien dagen op dinsdag van 16:15 uur tot 20:00 uur omgang te hebben met de vader in de PI onder begeleiding van de ouders van de vader, niet in het belang van [minderjarige] . Het hof is (met de raad) van oordeel dat deze door de vader verzochte regeling te belastend is voor [minderjarige] . Nog daargelaten dat de grootouders vaderszijde naar het oordeel van het hof niet de aangewezen personen zijn om dit te begeleiden wordt ook het tijdstip en de omgeving (de reguliere bezoekersruimte in de PI) niet in het belang van [minderjarige] geacht.

Wat betreft de andere twee verzoeken (onder II. en III.) van de vader overweegt het hof als volgt. Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling is gebleken dat de vader nog geen verlofverzoek heeft ingediend bij de PI. Bovendien is onzeker of een dergelijk verzoek zal worden goedgekeurd. Reeds op die grond wijst het hof de verzoeken onder II en III af. Daarbij komt dat het niet bekend is of [zorgcoach] de begeleiding van deze contacten tussen de vader en [minderjarige] kan begeleiden. De vader kon op vragen hierover tijdens de mondelinge behandeling geen antwoord geven. Voor het hof is overigens zonder meer duidelijk dat er begeleiding dient te zijn en dat de ouders van de vader deze begeleiding niet voor hun rekening kunnen nemen. Zij kunnen evenmin het ophalen en brengen van [minderjarige] verzorgen. Uitdrukkelijk wordt erop gewezen dat niet alleen de relatie tussen de moeder en de ouders van de vader onder druk staat, tijdens de voortgezette mondelinge behandeling is ook gebleken dat de moeder van de vader kennelijk bewust en opzettelijk onjuiste informatie heeft opgenomen in de aanvankelijk als bijlage 8 overgelegde brief. Het hof kan dit niet anders duiden dan een poging om het hof, dan wel de PI, te misleiden. Dat baart het hof ernstige zorgen. Bovendien heeft de raad nog veel vragen en betwijfelt de raad of deze verzoeken in het belang van [minderjarige] zijn. Ook heeft de raad zorgen over de belastbaarheid van de moeder als verzorgende ouder van [minderjarige] , welke zorgen het hof uitdrukkelijk deelt. Gelet op het feit dat deze verzoeken naar het oordeel van het hof op dit moment prematuur zijn ziet het hof geen aanleiding voor een nader raadsonderzoek op dit punt.

De slotsom

Op grond van het vorenstaande zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen en beslissen zoals hierna onder 16. vermeld.

16. De beslissing

Het hof:

vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 22 juli 2020 wat betreft de beslissing over de zorgregeling;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

stelt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast tussen [minderjarige] en de vader waarbij er, onder begeleiding van [zorgcoach] , om de week op woensdagmiddag van 16:00 uur tot 16:15 uur telefonisch contact plaatsvindt, alsmede één keer per kwartaal begeleide omgang in een vakantieperiode (mits de moeder niet op vakantie is) van minimaal één uur, zolang en als de PI en [zorgcoach] dit kunnen faciliteren;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, C.M.J. Peters en M.I. Peereboom-van Drunick en is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?