ECLI:NL:GHSHE:2025:2238

ECLI:NL:GHSHE:2025:2238, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-08-2025, 200.354.810_01

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 12-08-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer 200.354.810_01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep kort geding
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2025:5482

Samenvatting

verstek, verdeling overwaarde

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

zaaknummer 200.354.810/01

arrest van 12 augustus 2025

in de zaak van

[appellante] ,

wonende te [woonplaats]

appellante,

hierna aan te duiden als de vrouw,

advocaat: mr. T. Kahya-Ekinci te Rijswijk,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als de man,

tegen wie verstek is verleend,

op het bij exploot van dagvaarding van 15 mei 2025 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 30 april 2025, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, gewezen tussen de vrouw als eiseres en de man als gedaagde.

De zaak in het kort

Deze verstekzaak gaat over de verdeling van de overwaarde van een woning.

1. Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/433788/ KG ZA 25-148)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3. De beoordeling

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

a. a) Partijen zijn op 27 juli 2013 gehuwd in [plaats A] , Polen. Op [geboortedatum] is de zoon van partijen geboren. Partijen zijn op 19 december 2023 in Polen gescheiden.

b) Partijen zijn sinds november 2013 gezamenlijk (ieder voor de helft) eigenaar van de woning aan [adres] (hierna: de woning). De woning is belast met een recht van hypotheek van Nationale Nederlanden ter grootte van een bedrag van € 94.600,--.

c) De man is na de echtscheiding in de woning blijven wonen. De vrouw woont sinds 2020, samen met de zoon van partijen, in Polen.

De procedure bij de voorzieningenrechter

In de onderhavige procedure vordert de vrouw, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:

de man te veroordelen om mee te werken aan de verkoop en levering van de woning op verbeurte van een dwangsom;

te bepalen dat, indien de man niet meewerkt aan het ondertekenen van koopovereenkomst en de leveringsakte, het vonnis in de plaats zal treden van de handtekening van de man;

de man te veroordelen om de helft van de door hem genoten huurinkomsten uit de woning te verrekenen met zijn aandeel in de overwaarde;

een beslissing te nemen die de voorzieningenrechter geraden voorkomt;

‘betaling van de kosten van dit geding’.

Aan deze vordering heeft de vrouw kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.

Zij heeft na de echtscheiding getracht de woning te verdelen. Dat is niet gelukt. Zij is hoofdelijk aansprakelijk voor de hypothecaire geldlening maar maakt geen gebruik meer van de woning. Zolang de woning niet is verdeeld, blijft zij door juridische en economische gevolgen van de mede-eigendom van de woning, gebonden aan de man.

De man heeft de vorderingen weersproken. Hij wil de woning overnemen en is hiertoe in staat. Zijn stellingen zullen, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.

De voorzieningenrechter heeft als volgt beslist:

‘5.1. bepaalt dat de man binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan hem opdracht geeft aan [XX] Makelaardij te [plaats B] om de woning, bindend, te laten taxeren tegen de actuele waarde in het economisch verkeer;

bepaalt dat indien [XX] Makelaardij te [plaats B] de opdracht niet aanvaardt, de vrouw schriftelijk drie erkende NVM-makelaars aan de man noemt, waarvan de man er binnen één week daarna schriftelijk één uitkiest en vervolgens binnen één week daarna deze makelaar opdracht geeft om de woning, bindend, te laten taxeren tegen de actuele waarde in het economisch verkeer;

bepaalt dat de kosten van taxatie van de woning tussen partijen bij helfte worden gedeeld;

bepaalt dat de man binnen drie maanden na de datum van het taxatierapport dient aan te tonen dat hij in staat is de toedeling van de echtelijke woning tegen de getaxeerde waarde aan hem te financieren, waarbij hij de hypothecaire geldlening geheel voor zijn eigen rekening zal nemen en deze als eigen schuld zal voldoen, en waarbij de vrouw zal worden ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze geldlening;

veroordeelt de man, indien hij niet binnen genoemde termijn opdracht geeft aan de makelaar om de woning te taxeren dan wel niet binnen genoemde termijn aantoont in staat te zijn de woning onder genoemde voorwaarden te financieren, om medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning (…), waaronder mede begrepen:

1. het verlenen van toegang tot de woning aan een verkopend makelaar en potentiële kopers:

2. het plaatsen van een verkoopbord in de tuin en/of aan het pand;

3. het meewerken aan “open dagen";

4. het meewerken aan het laten maken van foto's van de woning;

5. het tot de datum van verkoop zorg dragen voor het onderhoud en schoonhouden van de woning;

6. het uitvoeren van verkoop bevorderende maatregelen zoals geadviseerd door de verkopend makelaar;

een en ander ter beoordeling van [XX] Makelaardij te [plaats B] , dan wel een andere op hiervoor in 5.2 bepaalde makelaar, aan wie partijen opdracht dienen te geven tot taxatie en bemiddeling bij verkoop van de woning tegen een door deze makelaar te adviseren vraag- en laatprijs;

zulks op verbeurte van een dwangsom van € 250,= per keer dat de man, na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis, zijn medewerking aan enige voor de verkoop noodzakelijke handeling onthoudt, tot een maximum van € 10.000,=;

veroordeelt de man tot het mede-ondertekenen van de opdracht tot bemiddeling (c.q. verkoopopdracht) aan de makelaar, het ondertekenen van de koopovereenkomst met een koper en het ondertekenen van de leveringsakte;

bepaalt dat dit vonnis de voor de verkoop en eigendomsoverdracht noodzakelijke wilsverklaring van de man zal vervangen als bedoeld in artikel 3:300 BW;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

wijst het meer of anders gevorderde af.’

In rov. 4.18 van het bestreden vonnis heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de proceskosten zullen worden gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

De procedure bij het hof

De vrouw heeft tijdig hoger beroep ingesteld. Zij heeft geconcludeerd tot het bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad:

‘1. Het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 april 2025 te vernietigen, uitsluitend voor zover daarin is geoordeeld dat de vordering van de vrouw tot uitbetaling van haar aandeel in de overwaarde van de gezamenlijke woning dient te worden afgewezen (r.o. 4.17);

2. De overige beslissingen in het vonnis van 30 april 2025 worden door appellante gerespecteerd en zijn niet in geschil;

3. De man alsnog te veroordelen tot uitbetaling van het aandeel van de vrouw in de overwaarde van de voormalige echtelijke woning (…), uit te keren op basis van de marktwaarde zoals vastgesteld door de bij vonnis van 30 april 2025 aangewezen makelaar, na aftrek van de nog openstaande hypothecaire schuld;

4. De man te veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep, te vermeerderen met de nakosten en wettelijke rente.’

Het hof begrijpt haar vordering aldus dat de man, in geval van toedeling van de woning aan hem, de helft van de overwaarde aan haar moet voldoen. Zij heeft daartoe één grief ingesteld.

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Rechtsmacht

Partijen zijn in Polen gehuwd en de echtscheiding is in Polen uitgesproken. Het geschil heeft dus internationale aspecten, zodat het hof eerst moet beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is er kennis van te nemen. Omdat het in deze zaak gaat om een zelfstandige verdelingsprocedure, zal het hof de bevoegdheid van de Nederlandse rechter toetsen aan art. 6 van de Huwelijksvermogensrechtverordering. Dit artikel luidt als volgt:

‘In de gevallen waarin geen enkel gerecht van een lidstaat op grond van de artikelen 4 of 5 bevoegd is, of in andere dan de in die artikelen bedoelde gevallen, zijn betreffende het huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten de gerechten bevoegd van de lidstaat:

a. a) waar de echtgenoten op het tijdstip van het aanbrengen van de zaak hun gewone verblijfplaats hebben of, bij gebreke daarvan,

b) waar zich de laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten bevindt, mits een van hen daar op het tijdstip van aanbrengen nog verblijft, of, bij gebreke daarvan,

c) waar de gedaagde op het tijdstip van aanbrengen zijn gewone verblijfplaats heeft of, bij gebreke daarvan,

d) waarvan de beide echtgenoten op het tijdstip van aanbrengen de nationaliteit hebben.’

Het hof stelt vast dat partijen op het tijdstip van het aanbrengen van de zaak bij de rechtbank hun gewone laatste gewone verblijfplaats in Nederland hadden en de man daar op het tijdstip van het aanbrengen van de zaak bij de rechtbank nog verbleef. Dit betekent dat het hof rechtsmacht heeft op grond van art. 6 sub van de Huwelijksvermogensrechtverordening.

Toepasselijk recht

Geen grieven zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank (rov. 4.2.) dat Pools recht van toepassing is. Ook het hof zal daarom uitgaan van toepasselijkheid van Pools recht (vgl. HR 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:200).

Spoedeisend belang

Voorop wordt gesteld dat in hoger beroep niet beslissend is of in eerste aanleg al dan niet terecht een spoedeisend belang is aangenomen. Het gaat erom of ten tijde van de uitspraak in hoger beroep een spoedeisend belang aanwezig is (zie HR 31 mei 2002, NJ 2003/343). Gelet op de aard van het geschil is, ook in hoger beroep, nog sprake van een spoedeisend belang van de vrouw.

Beoordeling grief vrouw

De grief van de vrouw richt zich tegen de afwijzing van haar vermeerdering van eis. Daarover overwoog de voorzieningenrechter in rov. 4.17:

‘4.17. De vrouw heeft tegen het einde van de zitting opgemerkt haar eis te willen vermeerderen, in die zin dat de man tevens wordt veroordeeld tot betaling aan de vrouw van de helft van de overwaarde van de woning. Daargelaten of deze eiswijziging voldoet aan het bepaalde in artikel 130 Rv is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit deel van de aangevoerd dat hij sinds het vertrek van de vrouw uit de woning alle lasten, waaronder ook de hypothecaire aflossingen, heeft betaald. Tegen deze achtergrond en bij gebreke van een deugdelijk partijdebat als gevolg van de late eiswijziging, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vrouw haar eis voorshands onvoldoende heeft onderbouwd.’

De vrouw heeft haar grief als volgt toegelicht.

In de dagvaarding heeft zij expliciet kenbaar gemaakt aanspraak te maken op haar aandeel in de overwaarde in de woning. Die vordering is niet opgenomen in het petitum, maar wel tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht. Zij heeft behoefte aan de betaling van haar aandeel in de overwaarde omdat haar financiële draagkracht zeer beperkt is (pt. 8 appeldv).

Zij hoeft niet voor de helft bij te dragen aan de kosten van de taxatie van de woning als de man niet ook wordt veroordeeld de helft van de overwaarde aan haar te voldoen.

Partijen zijn op 19 december 2023 gescheiden. De man werkt sindsdien niet mee aan de verdeling van de woning. Hij heeft, in ieder geval sinds de echtscheiding, het uitsluitend gebruik van de woning. Zij heeft met ingang van 19 december 2023 recht op een gebruiksvergoeding (ex art. 3:169 BW). Deze gebruiksvergoeding dient in mindering te strekken op de door haar verschuldigde helft van de eigenaarslasten (pt. 10 t/m 14 appeldv).

Tegen de man is verstek verleend. Het hof stelt daarom bij de beoordeling van de grief het volgende voorop.

Op de voet van het in hoger beroep van overeenkomstige toepassing zijnde art. 139 Rv dient het hof de vorderingen van de vrouw jegens de man (de niet verschenen geïntimeerde), tegen wie in hoger beroep verstek is verleend, toe te wijzen, tenzij deze hem (ambtshalve) onrechtmatig of ongegrond voorkomen (zie HR 11 juni 2010 LJN BL8504). Het hof zal thans, met inachtneming van het voorgaande, de grief beoordelen.

De vrouw heeft geen grief gericht tegen de beslissing van de voorzieningenrechter dat de woning behoort tot het gemeenschappelijk vermogen van partijen (naar Pools recht), ieder voor een gelijk gedeelte. Het hof zal daar bij zijn beoordeling dan ook van uitgaan.

In geschil is of de vrouw in geval van toedeling van de woning aan de man gerechtigd is tot de helft van de overwaarde. Het hof begrijpt de man aldus (rov. 4.17 van het bestreden vonnis) dat dit volgens hem niet het geval is, omdat de vrouw sinds haar vertrek uit de woning geen bijdrage meer heeft geleverd aan de lasten die zijn verbonden aan de woning (incl. de aflossingen op de hypotheek). De vrouw gaat er vanuit dat zij wel recht heeft op de helft van de overwaarde omdat deze lasten gelijk moeten worden gesteld met een gebruiksvergoeding waarop zij (ex art. 3:169 BW) vanaf 19 december 2023 recht heeft.

Een gebruiksvergoeding vindt haar grondslag in art. 3:169 BW. Dit artikel bepaalt:

“Tenzij een regeling anders bepaalt, is iedere deelgenoot bevoegd tot het gebruik van een gemeenschappelijk goed, mits dit gebruik met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is.”

Deze wettelijke bepaling heeft mede tot doel de deelgenoot die het goed met uitsluiting van de andere echtgenoot gebruikt, te verplichten de deelgenoot die aldus verstoken wordt van het gebruik en genot waarop hij uit hoofde van het deelgenootschap recht heeft, schadeloos te stellen, bijvoorbeeld door het betalen van een gebruiksvergoeding.

Het staat vast dat de vrouw de mede-eigendom van de woning had. Zij was daarom naast de man gerechtigd tot het gebruik van de woning. Ook staat vast dat de man in de woning is blijven wonen nadat de vrouw deze in 2020 heeft verlaten en dat de vrouw sindsdien niet meer het gebruik en genot van de woning heeft gehad. De man dient de vrouw voor dat gemiste gebruik en genot, gelet op het bepaalde in art. 3:169 BW, de vrouw schadeloos te stellen.

Gebruikerslasten

De omstandigheid dat de man de gebruikerslasten heeft moeten betalen, staat aan een toekenning van een gebruiksvergoeding niet in de weg. De gebruikerslasten zijn verbonden aan het gebruik door de man van de woning. Dit betekent dat het beroep van de man hierop faalt. De omstandigheid dat hij de gebruikerslasten heeft voldaan, is niet van invloed op de vordering van de vrouw wegens overbedeling van de man. In zoverre slaagt de grief.

Aflossingen hypotheek

Aflossingen op de hypotheek moeten worden aangemerkt als vermogensvorming. In hoger beroep is niet in geschil dat de man op de hypotheek heeft afgelost. De man heeft echter - in eerste aanleg- nagelaten om duidelijkheid te geven over het door hem sinds 19 december 2023 afgeloste bedrag, Het hof zal daar in deze procedure dan ook geen rekening mee houden.

De grief van de vrouw slaagt.

Proceskosten

Het hof zal met toepassing van art. 237 Rv in verbinding met art. 353 Rv (partijen zijn voormalige echtgenoten) de proceskosten in hoger beroep compenseren, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

4. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de afwijzing van de vermeerdering van eis betreft (rov. 4.17 in verbinding met rov. 5.9);

opnieuw rechtdoende:

veroordeelt de man tegelijk met de levering van de woning aan hem tot uitbetaling van het aandeel van de vrouw in de overwaarde van de woning, uit te keren op basis van de marktwaarde zoals vastgesteld door de bij vonnis van 30 april 2025 aangewezen makelaar, na aftrek van de nog openstaande hypothecaire schuld;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.P.M. van Reijsen, M.J. van Laarhoven en E.F.M. van Swaaij en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 augustus 2025.

griffier rolraadsheer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?