ECLI:NL:RBZWB:2025:5482

ECLI:NL:RBZWB:2025:5482, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30-04-2025, C/02/433788 / KG ZA 25-148

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 30-04-2025
Datum publicatie 21-08-2025
Zaaknummer C/02/433788 / KG ZA 25-148
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Middelburg
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2025:2238
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005291 CELEX:32016R1103 EU:32016R1103

Samenvatting

Kort geding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

vonnis

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/02/433788 / KG ZA 25-148

Vonnis in kort geding van 30 april 2025

in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende te [woonadres] ,

eiseres,

advocaat mr. T. Kahya-Ekinci te Rijswijk,

tegen

[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding;

de mondelinge behandeling op 16 april 2025.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen de man alsook de vrouw via een videoverbinding, bijgestaan door haar advocaat en dhr. [tolk] , tolk in de Poolse taal.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Partijen zijn op [datum] 2013 te [plaats 1] , Polen, met elkaar gehuwd.

Partijen zijn in 2023 gescheiden in Polen.

3. Het geschil

De vrouw vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

1. gedaagde te veroordelen om in de ruimste zin van het woord medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning gelegen te [adres] , waaronder mede begrepen:

1. het verlenen van toegang tot de woning aan een verkopend makelaar en potentiële

kopers:

2. het plaatsen van een verkoopbord in de tuin en/of aan het pand;

3. het meewerken aan “open dagen";

4. het meewerken aan het laten maken van foto's van de woning etc.;

5. het tot de datum van verkoop zorg dragen voor het onderhoud en schoonhouden van de woning;

6. het uitvoeren van verkoop bevorderende maatregelen zoals geadviseerd door de verkopend makelaar,

een en ander te beoordeling van door de vrouw aan te wijzen lokaal goed bekend staande NVM-makelaar, aan wie partijen opdracht dienen te geven tot bemiddeling bij verkoop van de woning tegen een door de makelaar te adviseren vraag- en laatprijs,

zulks op verbeurte van een dwangsom van € 250 per keer dat gedaagde, na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis, zijn medewerking aan enige voor de verkoop noodzakelijke

handeling onthoudt, tot een maximum van € 10.000;

2. gedaagde te veroordelen tot het mede- ondertekenen van de opdracht tot bemiddeling (c.q. verkoopopdracht) aan de makelaar, het ondertekenen van de koopovereenkomst met een koper en het ondertekenen van de leveringsakte, zulks onder de bepaling dat bij gebreke van die medewerking het ten dezen te wijzen vonnis de voor de verkoop en eigendomsoverdracht noodzakelijke wilsverklaring (handtekening) van gedaagde zal vervangen als bedoeld in art. 3:300 lid 2 BW;

3. gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres van de helft van de door hem genoten

huurinkomsten uit de voormalige echtelijke woning, gerekend vanaf de datum van de

echtscheidingsbeschikking tot aan de datum van juridische levering van de woning aan een

derde, zijnde het moment van overdracht bij de notaris, met dien verstande dat deze vordering verrekend kan worden met het aandeel in de overwaarde van de woning waarop gedaagde aanspraak maakt;

4. subsidiair in dit kader iedere andere voorziening te treffen die de voorzieningenrechter geraden voorkomt

5. tot betaling van de kosten van dit geding.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter is bevoegd van het geschil kennis te nemen op grond van artikel 6 sub b van Verordening (EU) 2016/1103 van de Raad van de Europese Unie van 24 juni 2016 tot uitvoering van de nauwere samenwerking op het gebied van de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van huwelijksvermogensstelsels (Huwelijksvermogensrechtverordening). De laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten is in Nederland en de man verbleef daar op het tijdstip van aanbrengen van de zaak nog.

Op het huwelijksvermogensregime is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing. Niet gebleken is dat partijen een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht. Zij hadden bij de huwelijksvoltrekking dan wel kort daarna alleen de Poolse nationaliteit gemeenschappelijk in de zin van artikel 15, lid 1 van het Verdrag. Zij hebben na de huwelijksvoltrekking dan wel kort daarna hun eerste gewone verblijfplaats op het grondgebied van Nederland gevestigd. Polen is een zogenaamd nationaliteitsland. Polen is voorts niet aangesloten bij het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978. Nederland is wel aangesloten bij voornoemd verdrag en heeft de verklaring van artikel 5 van het Verdrag afgelegd. Op grond van het bepaalde in artikel 4, lid 2 aanhef en sub 2 aanhef en onder a. van het Verdrag is daarom vanaf de datum van de huwelijksvoltrekking het gemeenschappelijke nationale recht van partijen, te weten het recht van Polen, van toepassing op hun huwelijksvermogensregime. Dit recht is daarop nog steeds van toepassing en de voorzieningenrechter zal dit recht dan ook toepassen op de vorderingen van de vrouw.

Spoedeisend belang

Voordat de voorzieningenrechter toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen dient allereerst beoordeeld te worden of de vrouw een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorzieningen.

De vrouw stelt spoedeisend belang te hebben bij haar vorderingen, omdat zij door haar financiële situatie nauwelijks in staat is haar leven zelfstandig in te richten. De man komt daarnaast zijn alimentatieverplichtingen niet na. Het is voor de vrouw onmogelijk om een stabiele en veilige leefomgeving te realiseren voor haar en de minderjarige. Daarnaast wordt de vrouw geconfronteerd met onnodige financiële risico's, nu zij hoofdelijk aansprakelijk blijft voor de op de gezamenlijke woning rustende hypothecaire schuld, terwijl zij geen gebruik meer maakt van de woning en evenmin zicht heeft op de wijze waarop de man de woning beheert.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat er sprake is van een spoedeisend belang, zodat de vrouw ontvankelijk is in haar vorderingen. De voorzieningenrechter oordeelt hiertoe dat reeds op 19 december 2023 de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken. Sindsdien heeft de vrouw herhaaldelijk getracht om met de man tot verdeling van de woning te komen, echter tevergeefs, terwijl als uitgangspunt heeft te gelden dat niemand gedwongen kan worden in een onverdeelde gemeenschap te blijven. Voldoende aannemelijk is dat de vrouw ook een financieel belang heeft bij de verdeling van de woning. Daarnaast is zij aansprakelijk voor de woning, terwijl zij hier geen zicht op heeft en krijgt.

Inhoudelijke beoordeling

Eigendom woning

Op grond van het Poolse huwelijksvermogensrecht hebben partijen in beginsel recht op de helft van het gemeenschappelijk vermogen. Van dit beginsel kan afgeweken worden op grond van bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer één van de echtgenoten meer bijgedragen heeft in het verworven goed dan de ander. Partijen hebben eensluidend verklaard over de eigendomsverdeling van de woning, namelijk dat partijen de woning in november 2013 samen hebben gekocht, de hypotheek op naam van beide partijen staat en zij allebei voor de helft eigenaar zijn. Dit blijkt ook uit de door de vrouw overgelegde eigendomsinformatie van het Kadaster. Voldoende aannemelijk is derhalve geworden dat de woning behoort tot het gemeenschappelijk vermogen van partijen, waarop partijen recht hebben, ieder voor de helft. Van bijzondere omstandigheden als hiervoor bedoeld is onvoldoende gebleken. De vrouw stelt voorts, onbetwist, dat de woning ten tijde van de echtscheidingsprocedure nog niet is verdeeld.

Voor zover de man zich op het standpunt heeft gesteld dat de woning niet verdeeld dient te worden, oordeelt de voorzieningenrechter dat hij dit standpunt onvoldoende heeft onderbouwd en hiertoe ook geen rechtsgrond heeft aangevoerd. Door de man is gesteld noch is dit overigens gebleken dat zijn belangen aanmerkelijk groter zijn dan de belangen die door de verdeling worden gediend.

Verkoop c.q. overname van de woning

De vrouw vordert verkoop van de woning. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de man opgemerkt de woning te willen overnemen en hiertoe ook in staat te zijn. Partijen zijn overeengekomen dat de man een korte periode de gelegenheid krijgt om te bezien of hij de toedeling van de woning aan hem kan financieren. Afgesproken is dat de man binnen twee weken na de betekening van dit vonnis aan hem opdracht geeft aan de nader te noemen taxateur om de woning te laten taxeren. De man dient vervolgens binnen drie maanden na de datum van het taxatierapport aan te tonen dat hij in staat is de toedeling van de echtelijke woning tegen de getaxeerde waarde aan hem te financieren, waarbij hij de hypothecaire geldlening geheel voor zijn eigen rekening zal nemen en deze als eigen schuld zal voldoen, en waarbij de vrouw zal worden ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze geldlening. De voorzieningenrechter zal dienovereenkomstig beslissen.

De voorzieningenrechter zal, op verzoek van partijen, een taxateur aanwijzen. De voorzieningenrechter zal bepalen dat de man [makelaar] te [plaats 2] opdracht geeft om de woning te taxeren tegen de actuele waarde in het economisch verkeer. De door de taxateur vastgestelde waarde, zo is tussen partijen niet in geschil, zal bindend zijn voor partijen voor wat de overname van de woning door de man betreft. Indien [makelaar] te [plaats 2] de opdracht niet aanvaardt, dient de vrouw schriftelijk drie erkende NVM-makelaars aan de man te noemen, waarvan de man er binnen één week daarna schriftelijk één uitkiest en vervolgens binnen één week daarna deze makelaar opdracht geeft om de woning, bindend, te laten taxeren naar de actuele waarde in het economisch verkeer. Tussen partijen is niet in geschil dat de kosten van taxatie van de woning tussen partijen bij helfte worden gedeeld.

Indien de man niet binnen genoemde termijn opdracht geeft aan de makelaar dan wel binnen genoemde termijn niet aantoont in staat te zijn de woning onder genoemde voorwaarden te financieren, dan zal de woning aan een derde moeten worden verkocht. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van de vrouw dienaangaande toewijzen, omdat deze door de man niet zijn bestreden, een en ander met inachtneming van hetgeen hierna wordt overwogen.

Daar waar de vrouw vordert gedaagde te veroordelen om in de ruimste zin van het woord medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning, is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit deel van de vordering dient te worden afgewezen, nu dit te onbepaald is.

De vrouw vordert, ook bij verkoop van de woning, een lokaal goed bekend staande NVM-makelaar aan te wijzen om de woning te verkopen. De voorzieningenrechter zal, als niet in geschil, bepalen dat de makelaar die de taxatie uit zal voeren, te weten [makelaar] te [plaats 2] dan wel de andere op voornoemde wijze bepaalde makelaar, ook in geval van verkoop de opdracht zal krijgen tot bemiddeling bij verkoop van de woning tegen een door de makelaar te adviseren vraag- en laatprijs.

Dwangsom

De rechtbank zal geen dwangsom verbinden aan het al dan niet kunnen overnemen van de woning door de man, omdat het overschrijden van de gegeven termijnen betekent dat de woning dient te worden verkocht. De voorzieningenrechter zal de vordering van de vrouw ten aanzien van de dwangsom in geval van verkoop wel toewijzen. De voorzieningenrechter ziet hier aanleiding toe, omdat de man de afgelopen periode meermaals heeft aangegeven niet mee te willen werken aan de verkoop van de woning.

Huurinkomsten

De vrouw stelt dat de man de woning reeds geruime tijd aan derden verhuurt en dat hij de daaruit voortvloeiende huurinkomsten ontvangt. De vrouw stelt aanspraak te maken op de helft van deze huurinkomsten, gerekend vanaf de datum van de echtscheidingsbeschikking. De vrouw weet dat de man de woning verhuurt, omdat, zo stelt zij, zij veelvuldig met mensen heeft gesproken die haar dit vertelden. Ook haar zoon gaf aan dat er andere mensen woonden.

De man betwist uitdrukkelijk de woning te verhuren en hier huurinkomsten uit te ontvangen. De man heeft wel eens mensen een gunst verleend door hen tijdelijk bij hem te laten wonen, maar hij heeft hier nooit inkomsten uit ontvangen. Die mensen voerden dan in ruil voor onderdak wel taken in het huishouden uit.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat onvoldoende vaststaat dat de man huurinkomsten ontvangt uit de woning, dan wel heeft ontvangen. De vrouw heeft haar vordering met het oog op de betwisting van de man onvoldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van de vrouw dienaangaande derhalve afwijzen.

Vermeerdering van eis

De vrouw heeft tegen het einde van de zitting opgemerkt haar eis te willen vermeerderen, in die zin dat de man tevens wordt veroordeeld tot betaling aan de vrouw van de helft van de overwaarde van de woning. Daargelaten of deze eiswijziging voldoet aan het bepaalde in artikel 130 Rv is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit deel van de vordering van de vrouw dient te worden afgewezen. De man heeft, door de vrouw erkend, aangevoerd dat hij sinds het vertrek van de vrouw uit de woning alle lasten, waaronder ook de hypothecaire aflossingen, heeft betaald. Tegen deze achtergrond en bij gebreke van een deugdelijk partijdebat als gevolg van de late eiswijziging, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vrouw haar eis voorshands onvoldoende heeft onderbouwd.

Proceskosten

Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

bepaalt dat de man binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan hem opdracht geeft aan [makelaar] te [plaats 2] om de woning, bindend, te laten taxeren tegen de actuele waarde in het economisch verkeer;

bepaalt dat indien [makelaar] te [plaats 2] de opdracht niet aanvaardt, de vrouw schriftelijk drie erkende NVM-makelaars aan de man noemt, waarvan de man er binnen één week daarna schriftelijk één uitkiest en vervolgens binnen één week daarna deze makelaar opdracht geeft om de woning, bindend, te laten taxeren tegen de actuele waarde in het economisch verkeer;

bepaalt dat de kosten van taxatie van de woning tussen partijen bij helfte worden gedeeld;

bepaalt dat de man binnen drie maanden na de datum van het taxatierapport dient aan te tonen dat hij in staat is de toedeling van de echtelijke woning tegen de getaxeerde waarde aan hem te financieren, waarbij hij de hypothecaire geldlening geheel voor zijn eigen rekening zal nemen en deze als eigen schuld zal voldoen, en waarbij de vrouw zal worden ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze geldlening;

veroordeelt de man, indien hij niet binnen genoemde termijn opdracht geeft aan de makelaar om de woning te taxeren dan wel niet binnen genoemde termijn aantoont in staat te zijn de woning onder genoemde voorwaarden te financieren, om medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning gelegen te [adres] , waaronder mede begrepen:

1. het verlenen van toegang tot de woning aan een verkopend makelaar en potentiële

kopers:

2. het plaatsen van een verkoopbord in de tuin en/of aan het pand;

3. het meewerken aan “open dagen";

4. het meewerken aan het laten maken van foto's van de woning;

5. het tot de datum van verkoop zorg dragen voor het onderhoud en schoonhouden van de woning;

6. het uitvoeren van verkoop bevorderende maatregelen zoals geadviseerd door de verkopend makelaar;

een en ander ter beoordeling van [makelaar] te [plaats 2] , dan wel een andere op hiervoor in 5.2 bepaalde makelaar, aan wie partijen opdracht dienen te geven tot taxatie en bemiddeling bij verkoop van de woning tegen een door deze makelaar te adviseren vraag- en laatprijs;

zulks op verbeurte van een dwangsom van € 250,= per keer dat de man, na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis, zijn medewerking aan enige voor de verkoop noodzakelijke handeling onthoudt, tot een maximum van € 10.000,=;

veroordeelt de man tot het mede-ondertekenen van de opdracht tot bemiddeling (c.q. verkoopopdracht) aan de makelaar, het ondertekenen van de koopovereenkomst met een koper en het ondertekenen van de leveringsakte;

bepaalt dat dit vonnis de voor de verkoop en eigendomsoverdracht noodzakelijke wilsverklaring van de man zal vervangen als bedoeld in artikel 3:300 BW;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hopmans en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2025 in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?