Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 6 februari 2024, in de strafzaak met parketnummer 03-153213-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De rechtbank heeft verdachte ter zake van:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl hij daarbij misbruik heeft gemaakt van haar
kwetsbare positie;
veroordeeld tot:
-een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met de bijzondere voorwaarde van een contactverbod met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] .
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Het dictum van het bevestigde vonnis luidt:
-veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;
bepaalt dat een gedeelte van de straf groot 6 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
-stelt de volgende bijzondere voorwaarde waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen: dat de veroordeelde geen contact zal opnemen, zoeken of hebben - in welke vorm dan ook, ook niet via derden — met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] ;
Aldus gewezen door:
mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,
mr. J.F.T.M. Krieken en mr. J.C. Gillesse, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. van der Meijs, griffier,
en op 19 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. C.P.J. Scheele is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.