ECLI:NL:HR:1914:226

ECLI:NL:HR:1914:226

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 19-10-1914
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer 23554
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:1914:1

Samenvatting

-

Uitspraak

Nº 346

De Hooge Raad der Nederlanden,

Op het beroep van [requirant], 51 jaar, agent in assurantiën, geboren en wonende te [woonplaats], requirant van cassatie tegen een te zijnen laste gewezen vonnis van de Arrondissements- Rechtbank te Utrecht van 11 Mei 1914, waarbij de requirant in hooger beroep, met vernietiging van een vonnis van den Kantonrechter te Utrecht van 20 Februari 1914, als schuldig aan het aandeelen in een loterij, tot het aanleggen en houden waarvan de bij de wet vereischte toestemming niet is verleend, ten verkoop in voorraad hebben, met toepassing van de artikelen 1, 2 sub 2° en 6 der Loterijwet 1905 en de artikelen 23 en 91 van het Wetboek van Strafrecht is veroordeeld tot eene geldboete van vijf en twintig gulden, en eene vervangende hechtenis van vijf dagen, met vrijspraak van het onbewezen gedeelte der aanklacht en last tot teruggave der stukken van overtuiging, gelijk in het vonnis vermeld;

Gehoord het verslag van den Raadsheer Jhr Feith;

Gezien de insinuatie, namens de Procureur-Generaal aan den requirant beteekend, ter kennisgeving van den dag, voor de behandeling dezer zaak bepaald;

Gelet op de middelen van cassatie namens den requirant voorgesteld bij pleidooi:

1º Schending of verkeerde toepassing van de artikelen 211 juncto artikel 221 van het Wetboek van Strafvordering, 1, 2 sub 2 en sub 3 en 6 der Loterijwet 1905, omdat de Rechtbank veroordeelende wegens het primair ten laste gelegde ten verkoop in voorraad hebben van een aandeel in een loterij tevens vrijsprak van het subsidiair ten laste gelegde, dat het litigieuze stuk een verboden certificaat zou zijn, of wel aandeel en certificaat tegelijk - aldus een onderzoek instellende, wat niet ingesteld had mogen worden, daar het laatste onvereenigbaar is met het eerste;

2° Schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, 2 sub 2 en 3, en 6 der Loterijwet 1905, en der artikelen 211, 216 en 221 junctis 247 en 256 van het Wetboek van Strafrecht, omdat de Rechtbank veroordeelde wegens het ten verkoop in voorraad hebben van een aandeel in een loterij, hoewel in het vonnis eerst nadrukkelijk wordt beslist, dat een der essentialia (namelijk het voldoen aan zekere voorwaarden) niet bewezen is;

Gehoord den Advocaat-Generaal Tak, namens den Procureur-Generaal in zijne conclusie, strekkende tot verwerping van het ingestelde beroep;

Overwegende dat den requirant bij de inleidende dagvaarding is telaste gelegd, dat hij op 12 Januari 1914 des namiddags te 2 ure te [plaats] in perceel [a-straat 1] behalve nog andere dergelijke stukken heeft ten verkoop in voorraad gehad een stuk papier, genummerd en van de inrichting als uitvoerig bij de dagvaarding omschreven, welk zoogenaamd premiebewijs den houder of de(n) houders de gelegenheid gaf om tegen betaling van een bepaald bedrag mede te dingen naar prijzen of premiën in geld uitgeloofd ten behoeve van de deelnemers, die als winners zouden worden aangewezen door trekking der loten in de 5de klasse der 404de Nederlandsche Staatsloterij, alzoo door het lot, terwijl dat premiebewijs is te beschouwen als een aandeel in eene loterij, tot het aanleggen en houden waarvan de bij de Loterijwet 1905 vereischte toestemming niet was verleend, althans als een certificaat recht gevende op de aan een oorspronkelijk aandeel in eene loterij althans in eene premieleening, verbonden winkans bij trekkingen, althans èn als een bovenomschreven aandeel èn als een bovenomschreven certificaat;

Overwegende dat bij het bestreden vonnis van deze telastlegging met vrijspraak van het meer of anders telaste gelegde bewezen is verklaard, dat de requirant op tijd en plaats voormeld behalve nog andere dergelijke stukken ook het bij dagvaarding bedoelde stuk papier ten verkoop in voorraad heeft gehad, welk zoogenaamd premiebewijs den houder de gelegenheid gaf om mede te dingen naar prijzen of premiën in geld in voege als voorzegd, terwijl dat premiebewijs is te beschouwen als een aandeel in een loterij, tot het aanleggen en houden waarvan de bij de Loterijwet 1905 vereischte toestemming niet was verleend, - zijnde dit feit gequalificeerd en de requirant deswege veroordeeld, gelijk hierboven vermeld;

Overwegende dat het eerste middel van cassatie zich richt tegen dat deel van het bestreden vonnis bij hetwelk de requirant van het hem subsidiair in de dagvaarding telaste gelegde is vrijgesproken;

dat blijkens de daarvan opgemaakte acte, de requirant evenwel alleen cassatie aanteekende "voor zooveel zijne veroordeeling betreft" en derhalve niet tegen voormeld gedeelte der uitspraak, zijne vrijspraak van de subsidiaire telastelegging behelzende;

dat dit gedeelte alzoo niet aan 's Raads beoordeeling is onderworpen en het daartegen gericht middel niet tot cassatie kan leiden;

Overwegende dat tot ondersteuning van het tweede middel is aangevoerd, dat blijkens artikel 1 der Loterijwet 1905 eene loterij in den zin der wet slechts aanwezig is, indien door hen, voor wie de gelegenheid wordt opengesteld om mede te dingen naar prijzen of premiën in geld of goed als in dat artikel bedoeld aan zekere voorwaarde wordt voldaan, en de Rechtbank - niet bewezen verklarende, dat de houder of de houders van het bij de dagvaarding bedoeld premiebewijs, om mede te dingen naar prijzen of premiën in geld, uitgeloofd ten behoeve van de deelnemers als winners aangewezen door trekking der loten in de 5de klasse der 404de Staatsloterij, een bepaald bedrag hadden te betalen, en de requirant van dit deel der telastelegging vrijsprekende, - mitsdien bedoeld premiebewijs niet had mogen beschouwen als een aandeel in eene loterij;

Overwegende dienaangaande:

dat de wetgever bij het geven eener wettelijke omschrijving van het begrip loterij inderdaad den eisch heeft gesteld dat de deelnemers, die naar de uitgeloofde prijzen of premiën wenschen mede te dingen, aan zekere voorwaarde of voorwaarden moeten voldoen, zoodat loterijen, waarbij de deelnemers door de aanleggers der loterij geheel om niet tot die mededinging worden toegelaten buiten het wettelijk begrip vallen;

dat van zoodanige toelating om niet in het onderwerpelijk geval echter geen sprake is, waar overeenkomstig de dagvaarding als bewezen is aangenomen, dat requirant stukken papier als het in de dagvaarding omschrevene ten verkoop in voorraad had, hetgeen alleen in dezen zin kan worden verstaan, dat bij het in voorraad hebben de bedoeling voorzat de stukken papier aan anderen te verkoopen en door dezen den koopprijs te doen betalen;

dat de Rechtbank, als bewezen aannemende, dat de requirant de bij dagvaarding bedoelde stukken ten verkoop voorradig had, hieruit dus kon en mocht afleiden, gelijk zij blijkbaar ook deed, dat wilden de verkrijgers mededingen naar de prijzen of premiën in geld uitgeloofd ten behoeve der winners in de 5de klasse der 404de Nederlandsche Staatsloterij, zij vooraf aan zekere voorwaarden hadden te voldoen, ook al nam zij niet niet als bewezen aan dat ieder houder, dus ook iedere latere houder, daarvoor een "bepaald bedrag" had te betalen.

Overwegende dat aan het middel derhalve de feitelijke grondslag ontbreekt; Verwerpt het beroep in cassatie.

Gewezen te 's-Gravenhage bij de Heeren Mrs. Jhr. De Savornin Lohman, President, Segers, Hesse, Savelberg en Jhr. Feith, Raden, in bijzijn van den Griffier Jhr. Mr. Van Panhuys, die dit arrest hebben onderteekend, en door den President, in tegenwoordigheid van de genoemde Heeren uitgesproken ter openbare terechtzitting van den negentienden October 1914.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand