ECLI:NL:HR:1930:247

ECLI:NL:HR:1930:247, Hoge Raad, 31-03-1930, 33121

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 31-03-1930
Datum publicatie 28-04-2025
Zaaknummer 33121
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 7 zaken

Aangehaald door

Samenvatting

De grief, dat niet zou zijn gebleken, dat bedreiging met geweld heeft plaats gehad, stuit af op de bewezenverklaring. Het vereischte als zou de bedreiging van zoodanigen aard moeten zijn, dat op den ambtenaar een psychische drang wordt uitgeoefend, waardoor deze er toe wordt gebracht zijn ambtsverrichting te staken, vindt in de wet geen steun. Voldoende is, dat de bedreiging met geweld het karakter heeft v. e. verzet tegen den ambtenaar, d. i. het weerstreven v. d. ambtenaar in diens ondernomen ambtshandeling. [Adv.-Gen.: voldoende is, zooals Noyon het uitdrukt, dat de bedreiging uiterlijk van dien aard zij, dat de bedreigde met grond voor het gevolg beducht kan zijn.] (conclusie niet meer voorhanden)

Uitspraak

No.33121.

HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN,

Op het beroep van [requirante] , huisvrouw van [echtgenoot] , zonder beroep, geboren 11 September 1890 te 's-Gravenhage, vroeger wonende aldaar thans te de Bilt, requirante van cassatie tegen een te haren laste gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van den achttienden December 1929, waarbij, in hooger beroep, is bevestigd een door den Politierechter bij de Arrondissements-Rechtbank aldaar op 28 April 1929 mondeling gedane uitspraak, houdende veroordeeling van requirante ter zake van wederspannigheid,met aanhaling van de artikelen 180 en 23 van het Wetboek van Strafrecht, tot eene geldboete van tien gulden en tien dagen vervangende hechtenis;

Gehoord het verslag van den Raadsheer Taverne;

Gezien de insinuatie, namens den Procureur-Generaal aan de requirante beteekend, ter kennisgeving van den dag, voor de behandeling dezer zaak bepaald;

Gelet op het middel van cassatie, namens de requirante voorgesteld bij schriftuur:

Schending, althans verkeerde toepassing van de artikelen 180 van het Wetboek van Strafrecht, 350, 359, 415, 423 van het Wetboek van Strafvordering, aangezien het Hof in zijn arrest- lees: de Politierechter in zijn vonnis - overweegt, dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en dat dit is strafbaar, ten onrechte, immers-

a het ten laste gelegde feit voldoet niet aan alle vereischten van het misdrijf van artikel 180 van het Wetboek van Strafrecht;

b. bij de behandeling is niet gebleken dat er bedreiging met geweld heeft plaats gehad;

Gehoord den Advocaat - Generaal Besier, namens den Procureur - Generaal, in zijne conclusie, strekkende tot verwerping van het ingestelde beroep;

Overwegende dat bij het bevestigde vonnis, overeenkomstig de dagvaarding ten laste van requirante is bewezen verklaard, met qualificatie en strafoplegging als voormeld, dat zij te 's-Gravenhage op 3 December 1928, toen de deurwaarder der directe belastingen [deurwaarder], voorzien van zijne aanstelling, bezig was in perceel 132 aan de Beeklaan in beslag te nemen de aldaar aanwezige roerende goederen van [echtgenoot] en van die inbeslagneming proces-verbaal op te maken, zulks nadat die deurwaarder, handelende op last van den ontvanger der directe belastingen, 4de kantoor te 's-Gravenhage, gemelden [echtgenoot] bij herhaling bevel had gedaan tot betaling van achterstallige belastingschuld wegens Rijksinkomstenbelasting 1927- 1928, personeele belasting 1928 en Rijksinkomstenbelasting 1928-1929 en nadat aan dit bevel niet was voldaan, met bedreiging met geweld zich heeft verzet tegen gemelden deurwaarder, terwijl deze werkzaam was in de rechtmatige uitoefening zijner bediening, door tijdens zij een theepot ophief dien deurwaarder dreigend toe te voegen: " je komt er niet meer levend uit " ;

Overwegende ten aanzien van het middel van cassatie: dat de grief onder b afstuit op de bewezenverklaring;

dat tot toelichting van de grief onder a nog is aangevoerd dat voor het misdrijf van wederspannigheid noodig is dat de bedreiging met geweld van zoodanigen aard moet zijn, dat op den ambtenaar een psychische drang wordt uitgeoefend, waardoor deze er toe wordt gebracht zijn ambtsverrichting te staken;

dat dit vereischte echter in de wet geen steun vindt en het voor de toepasselijkheid van artikel 180 van het Wetboek van Strafrecht voldoende is dat de bedreiging met geweld het karakter heeft van een verzet tegen den ambtenaar, dat is het weerstreven van den ambtenaar in diens ondernomen ambtshandeling, wat, volgens de bewezenverklaring met de onderhavige bedreiging met geweld het geval was, terwijl het artikel niet eischt, dat het geweld of de bedreiging met geweld de uitwerking heeft dat de ambtenaar de aangevangen ambtshandeling staakt;

Overwegende dat het middel derhalve in zijn beide onderdeelen ongegrond is;

Verwerpt het beroep.

Gewezen te 's-Gravenhage bij de Heeren Jhr.de Savornin Lohman, President, Savelberg, Jhr. Feith, Taverne en Kranenburg, Raden, in bijzijn van den Griffier Jas, die dit arrest hebben ondertekend en door den President voornoemd uitgesproken ter openbare terechtzitting van den een en dertigsten Maart 1900 Dertig in tegenwoordigheid van de genoemde Heeren, alsmede van den Advocaat - Generaal Besier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1930, p. 692
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?