ECLI:NL:HR:1979:AB7301

ECLI:NL:HR:1979:AB7301, Hoge Raad, 01-06-1979, 11350

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 01-06-1979
Datum publicatie 04-11-2025
Zaaknummer 11350
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:1979:AB7301
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 5 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001886 BWBR0001958

Samenvatting

Vraag of — respectievelijk onder welke omstandigheden — een werknemer die uitsluitend ten eigen genoegen d.m.v. een zelf meegebrachte draagbare radio muziek ten gehore brengt in een bedrijfsruimte waar ook andere werknemers die muziek kunnen horen, gezegd kan worden die muziek openbaar te maken in de zin van de Auteurswet 1912.

Uitspraak

1 juni 1979

E.K.

De Hoge Raad der Nederlanden,

in de zaak nr. 11.350 van

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging Bureau voor Muziekauteursrecht "Buma", gevestigd te Amsterdam, eiseres tot cassatie van een tussen partijen gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 december 1977, vertegenwoordigd door Mr. E. Korthals Altes, advocaat bij de Hoge Raad,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Wasserij en Chemisch Wasserij de Zon B.V., gevestigd te Goes, verweerster in cassatie, vertegenwoordigd door Mr. G.J. Rijken, eveneens advocaat bij de Hoge Raad;

Gehoord partijen;

Gehoord de Advocaat-Generaal ten Kate in zijn conclusie strekkende tot vernietiging van het bestreden arrest met verwijzing naar een ander hof en met veroordeling van verweerster in cassatie in de kosten op het beroep in cassatie aan de zijde van eiseres gevallen;

Gezien het bestreden arrest en de stukken van het geding, waaruit het volgende blijkt:

Bij exploot van 30 juli 1974 heeft eiseres tot cassatie - verder te noemen Buma - de verweerster in cassatie - De Zon - gedaagd voor de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd om De Zon bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te verbieden om enig muziekwerk, waarvan Buma het uitvoeringsauteursrecht uitoefent en handhaaft in enige voor het publiek - waaronder begrepen het personeel van De Zon - toegankelijke ruimte in de door De Zon geëxploiteerde inrichting te Goes aan de Wijngaardstraat nummers 13-15-17 zonder voorafgaande toestemming van Buma ten gehore te brengen of te laten brengen, alsmede De Zon te bevelen om te verhinderen dat derden dit aldaar doen of laten doen, zulks op verbeurte door De Zon van een dwangsom van f 300, -- voor elke overtreding van het verbod en het bevel, met veroordeling van De Zon in de kosten van dit geding, daartoe onder meer stellende:

"4. dat De Zon te Goes aan de Wijngaardstraat nummers 13- 15-17 een wasserijbedrijf exploiteert, in welk bedrijf in de ruimten waar personeel werkzaam is, althans personeel en/of derden toegang tot heeft/hebben - derhalve in het openbaar - muziekwerken worden ten gehore gebracht, welke behoren tot het Buma-repertoire, althans in welk bedrijf in ruimten waar personeel werkzaam is, althans en/of derden toegang tot heeft/hebben apparatuur speelbaar aanwezig is, althans door personeelsleden wordt medegebracht, waarmede in het openbaar zodanige muziekwerken langs mechanische weg ten gehore gebracht (kunnen) worden;

"5. dat noch De Zon, noch enige van de in haar onderneming werkzame personen - ondanks herhaald verzoek zijdens Buma - de vereiste toestemming van Buma heeft verkregen tot het in het openbaar ten gehore (laten) brengen van werken behorend tot het Buma-repertoire;

"6. dat De Zon derhalve inbreuk maakt op het exclusieve uitvoeringsauteursrecht op de tot Buma's repertoire behorende muziekwerken, althans De Zon niet verhindert dat zodanige inbreuk gemaakt wordt, althans De Zon zodanige inbreuk dreigt te maken, althans De Zon niet verhindert, dat zodanige inbreuk dreigt gemaakt te worden en derhalve De Zon jegens Buma onrechtmatig handelt/nalaat, althans onrechtmatig dreigt te handelen/na te laten, reden waarom Buma recht en belang heeft om in rechte voorzieningen te vragen als in het petitum; ".

Na verweer van De Zon heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 21 maart 1975 aan Buma bewijs opgedragen en na gehouden getuigenverhoor bij vonnis van 19 maart 1976 De Zon verboden om enig muziekwerk, waarvan Buma het uitvoeringsauteursrecht uitoefent en handhaaft, in enige voor het publiek - waaronder haar personeel - toegankelijke ruimte in de door De Zon geëxploiteerde inrichting te Goes aan de Wijngaardstraat nummers 13-15-17 zonder voorafgaande toestemming van Buma ten gehore te laten brengen en De Zon bevolen om te verhinderen dat derden dat werk ten gehore brengen, zulks op verbeurte door De Zon van een dwangsom van f 300, -- voor elke overtreding van het verbod en bevel.

Daartoe heeft de Rechtbank onder meer overwogen:

"In aanmerking genomen dat enerzijds de getuigen van Buma slechts een min of meer vluchtig bezoek aan De Zon hebben kunnen brengen en dat anderzijds de in tegenverhoor gehoorde getuigen allen in dienst van De Zon zijn, mag als vaststaand worden aangenomen dat het in casu gaat om één transistorradio, eigendom van een werkneemster van De Zon; dat zij haar radio op haar paktafel in de grote hal van De Zon heeft neergezet en daarmede muziek ten gehore brengt waaronder - naar niet betwist is - van het repertoire van Buma; dat in de hal 25 à 30 mensen werken en dat mede ten gevolge van de onderlinge afstanden en het lawaai van machines behalve de eigenares van de radio één à twee andere meisjes duidelijk tot minder duidelijk de muziek kunnen horen, als de radio zacht speelt, terwijl als de radio hard speelt nog ongeveer vier andere werkneemsters de muziek min of meer duidelijk kunnen horen; dat gezien de beschrijving van de transistor het niet onwaarschijnlijk voorkomt dat het geluid van de radio nog meer werknemers zal kunnen bereiken, doch tevens verklaard is dat de chef er wat van zegt als hij hard aanstaat.

"Door het aanzetten van haar radio brengt de bedoelde werkneemster muziek als boven aangeduid langs mechanische weg tot uitvoering. Ook al heeft zij mogelijk slechts de bedoeling de muziek voor zichzelf te spelen - hetgeen voor de toepassing van de Auteurswet irrelevant is - zij maakt deze voor anderen (in casu in kleine kring) hoorbaar, zonder dat zij daartoe van de uitvoeringsgerechtigde tot het betrokken muziekauteursrecht, in casu Buma, toestemming heeft. Het is daarbij niet van belang of de muziek duidelijk en in alle details te horen is. Deze uitvoering is een openbaarmaking in de zin van de Auteurswet tenzij die kring waarbinnen uitgevoerd wordt, een familie-, vrienden- of daaraan gelijk te stellen kring is. Er is aan de hand van de verklaring van de getuige [getuige] onvoldoende grond een dergelijke kring aan te nemen.

"Dit leidt tot de conclusie dat De Zon door een werkneemster als bovenomschreven muziek ten gehore te laten brengen en niet te verhinderen dat deze inbreuk pleegt op het uitvoeringsauteursrecht van Buma, onrechtmatig handelt.

"Het in deze gevorderde verbod en bevel is derhalve voor toewijzing vatbaar. De gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad berust niet op de wet; ".

Van deze uitspraak is De Zon in hoger beroep gekomen bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, welk Hof bij zijn thans bestreden uitspraak het vonnis van de Rechtbank heeft vernietigd en aan Buma het gevorderde heeft ontzegd, na daartoe onder meer te hebben overwogen:

"2) dat de grieven van De Zon tegen het eindvonnis van de Rechtbank - zakelijk en verkort weergegeven - hierop neerkomen dat de Rechtbank ten onrechte de vorderingen van Buma heeft toegewezen;

"3) dat te beantwoorden is de vraag wat moet worden verstaan onder "openbaarmaking" in de zin van de Auteurswet, zoals deze is gewijzigd bij de Wet van 27 oktober 1972, Staatsblad nummer 570;

"4) dat in de Auteurswet het natuurlijke begrip "openbaarmaking" niet wordt beschreven, maar wel wordt aangeduid wat naast dat natuurlijke begrip onder het wettelijke begrip "openbaarmaking" moet worden begrepen;

"a) dat vóór de wetswijziging in 1972 artikel 12, 2e lid van de Auteurswet luidde: "Onder een voordracht, op - of uitvoering of voorstelling in het openbaar wordt mede verstaan ene in besloten kring, welke tegen betaling toegankelijk is, ook al geschiedt die betaling door de voldoening van een contributie of op andere wijze";

"b) dat volgens het wetsontwerp tot wijziging van de Auteurswet artikel 12, 2e lid (voor zover te dezen van belang) als volgt zou moeten worden gelezen: "Onder een voordracht, op- of uitvoering of voorstelling in het openbaar wordt mede begrepen die in besloten kring, tenzij deze zich beperkt tot de familie-, vrienden- of kennissenkring ... en voor de toegang tot de voordracht, op- of uitvoering of voorstelling geen betaling, in welke vorm ook, geschiedt";

"c) dat blijkens de memorie van toelichting op dit wetsontwerp de reden voor de voorgestelde wijziging was dat in de oude tekst de scheidslijn tussen voordracht enz. in het openbaar en die in besloten kring niet juist werd getrokken;

"d) dat toch in de hedendaagse samenleving talrijke muziekuitvoeringen in min of meer besloten kring geschieden en niet tegen betaling toegankelijk zijn, zoals concerten door ondernemingen aangeboden aan een groot aantal genodigden, mechanische muziekuitvoering in bedrijfsruimte en cantines, waarbij de ratio van het auteursrecht zich er tegen verzet deze buiten de werkingssfeer van dit recht te stellen; dat het begrip "openbare uitvoering" dan ook behoort te worden geïnterpreteerd vanuit de tegenpool "de privé-kring"; dat bij de behandeling van het wetsontwerp in de Tweede Kamer der Staten-Generaal bij amendement is voorgesteld het woord "kennissenkring" te vervangen door "daaraan gelijk te stellen kring"; dat de Minister van Justitie het begrip "daaraan gelijk te stellen kring" te vaag oordeelde, doch tenslotte die woorden heeft overgenomen;

"5) dat het standpunt van Buma nu is, dat de Auteurswet aan het begrip "openbaarmaking" geen andere beperkingen stelt dan dat het ten gehore brengen niet in familie-, vrienden- of daarmede gelijk te stellen kring geschiedt;

"6) dat, ware dit juist, dit zou inhouden dat, indien iemand met een portable uitsluitend voor eigen gebruik (ten eigen genoegen) muziek ten gehore brengt, die, wanneer dit niet in een geluiddichte ruimte geschiedt, ook anderen kunnen horen, deze die muziek openbaar zou maken; dat echter vorenstaande wetsgeschiedenis daartoe geen enkele aanwijzing geeft;

"a) dat de vraag nu is, of dit anders wordt, indien het uitsluitend ten eigen genoegen ten gehore brengen van de muziek door een werknemer door middel van een zelf meegebrachte portable geschiedt in een bedrijfsruimte, waar ook andere werknemers de muziek kunnen horen;

"b) dat uit de getuigenverklaringen is gebleken dat van die werknemers slechts enkelen, van een beduidend groter aantal, en wel degenen, die in de onmiddellijke nabijheid van de betrokkene werken, de muziek kunnen horen; dat nu de omvang van het geluid zodanig beperkt is, dat de overgrote meerderheid van de in dezelfde ruimte vertoevende personen de muziek niet kunnen horen, het Hof van oordeel is dat onder deze omstandigheden van openbaar maken in de zin der wet geen sprake is; dat derhalve het eindvonnis van de Rechtbank niet in stand kan blijven en aan Buma het gevorderde dient te worden ontzegd;";

Overwegende dat Buma deze uitspraak bestrijdt met het volgende middel van cassatie:

"Schending van het recht en verzuim van vormen, waarvan de niet-inachtneming nietigheid medebrengt, doordien het Hof op de in zijn arrest vermelde en hier als herhaald en overgenomen gronden het eindvonnis van de Rechtbank heeft vernietigd en opnieuw rechtdoende aan Buma het gevorderde heeft ontzegd, zulks ten onrechte, aangezien het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat er onder de omstandigheden zoals deze door het Hof zijn vastgesteld - te weten dat een werkneemster - naar het Hof klaarblijkelijk heeft aangenomen: uitsluitend ten eigen genoegen - muziek ten gehore brengt door middel van een zelf medegebracht draagbaar radiotoestel in een bedrijfsruimte, waar ook andere werknemers de muziek kunnen horen, zij het dat van die werknemers slechts enkelen van een beduidend groter aantal en wel diegenen, die in de onmiddellijke nabijheid van de betrokken werkneemster werken, de muziek kunnen horen - geen sprake is van openbaar maken in de zin van de Auteurswet, nu de omvang van het geluid zodanig beperkt is dat de overgrote meerderheid van de in dezelfde ruimte vertoevende personen de muziek niet kan horen, omdat er onder voornoemde omstandigheden wel degelijk sprake is van een openbaarmaking in de zin van de wet, waaraan niet afdoet dat de betrokken werkneemster uitsluitend ten eigen genoegen de muziek ten gehore brengt en dat slechts enkelen van een beduidend groter aantal van de overige werknemers, en wel degenen die in de onmiddellijke nabijheid van de betrokken werkneemster werken, de muziek kunnen horen en de omvang van het geluid zodanig beperkt is dat de overgrote meerderheid van de in dezelfde ruimte vertoevende personen de muziek niet kan horen, althans is er onder voornoemde omstandigheden sprake van een openbaarmaking in de zin van de Auteurswet nu er te dezen - naar Buma heeft aangevoerd, de Rechtbank heeft aangenomen en het Hof in het midden heeft gelaten - niet gesproken kan worden van een uitvoering in een besloten kring welke zich beperkt tot de familie-, vrienden- of daaraan gelijk te stellen kring, hebbende het Hof ten onrechte het standpunt van Buma dat de Auteurswet aan het begrip "openbaarmaking" geen andere beperkingen stelt dan dat het ten gehore brengen - hiermede doelt het Hof kennelijk op een voordracht, op- of uitvoering als bedoeld in artikel 12 lid 2 der Auteurswet - niet in familie-, vrienden- of daarmede gelijk te stellen kring geschiedt, als onjuist verworpen; ";

Overwegende omtrent dit middel:

Het middel betreft de vraag of - respectievelijk onder welke omstandigheden - een werknemer die uitsluitend ten eigen genoegen door middel van een zelf meegebrachte draagbare radio muziek ten gehore brengt in een bedrijfsruimte waar ook andere werknemers die muziek kunnen horen, gezegd kan worden die muziek openbaar te maken in de zin van de Auteurswet 1912.

Volgens het verst strekkende onderdeel van het middel moet de vraag of zulks het geval is reeds daarom bevestigend worden beantwoord, omdat in het genoemde geval niet gesproken kan worden van een ten gehore brengen van de muziek in een besloten familie-, vrienden- of daaraan gelijk te stellen kring, en omdat dan ieder ten gehore brengen van muziek als openbaarmaking in de zin van de Auteurswet 1912 moet worden beschouwd. Deze opvatting dient echter te worden verworpen.

De Auteurswet 1912 bevat geen definitie van wat onder openbaarmaking van een muziek- of ander kunstwerk moet worden verstaan. Wel bepaalt zij in artikel 12 dat onder openbaarmaking mede moet worden verstaan de uitvoering in het openbaar, waaronder - krachtens het tweede lid - mede moet

worden begrepen die in besloten kring, tenzij deze zich beperkt tot de familie-, vrienden- of daaraan gelijk te stellen kring en voor de toegang tot de uitvoering geen betaling, in welke vorm ook, geschiedt. Hieruit volgt wèl dat de wetgever de beslotenheid van de kring waarbinnen de uitvoering plaatsvindt op zich zelf onvoldoende acht om de uitvoering niet als openbaarmaking te beschouwen, maar niet dat hij - buiten het geval van uitvoering binnen de familie-, vrienden- en daaraan gelijk te stellen kring - ieder laten klinken van muziek zó dat ook anderen dan degene die de muziek laat klinken deze kunnen horen, als openbaarmaking beschouwd wenst te zien, ongeacht of het ook de bedoeling was om anderen mee te laten luisteren. Ook de parlementaire geschiedenis van de totstandkoming van artikel 12, tweede lid, in zijn huidige redactie geeft geen steun aan de opvatting dat de wetgever een zó ver gaande bescherming van het muziekauteursrecht ten koste van de vrijheid van de individuele burger heeft gewenst.

Wanneer iemand uitsluitend ten eigen genoegen muziek ten gehore brengt, zal het feit dat er anderen zijn die deze muziek ook kunnen horen alleen dan kunnen meebrengen dat het ten gehore brengen van de muziek als openbaarmaking in de zin van de Auteurswet 1912 moet worden beschouwd, als hij er een beroeps- of bedrijfsbelang of een soortgelijk belang bij heeft dat ook anderen dan hij zelf naar de muziek kunnen luisteren.

Hieruit volgt dat ook het eerste onderdeel van het middel niet tot cassatie kan leiden, nu door Buma niet is gesteld dat de werkneemster die haar radio tijdens het werk liet spelen, er een belang - als hiervoor bedoeld - bij had, dat anderen dan zij zelf de muziek konden horen.

Waar bedoelde werkneemster, door haar radio aldus te laten spelen, niet in strijd handelt met de Auteurswet 1912, rust op haar werkgeefster jegens degenen die op de uitgezonden muziek auteursrecht kunnen doen gelden ook geen zorgvuldigheidsplicht die haar zou nopen om de werkneemster het laten spelen van de radio tijdens het werk te verbieden;

Verwerpt het beroep;

Veroordeelt Buma in de kosten op de voorziening in cassatie gevallen, welke tot aan deze uitspraak aan de zijde van De Zon worden begroot op f 225, -- aan verschotten en f 1.700, -- voor salaris.

Aldus gedaan door Mrs. Dubbink, President, Minkenhof, Vice-President, Drion, Haardt en De Groot, Raden, en door de President voornoemd bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van de eerste juni 1900 negen en zeventig, in tegenwoordigheid van de Advocaat-Generaal Franx.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1979, 470 met annotatie van L. Wichers Hoeth AA19800030 met annotatie van Cohen Jehoram H.
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?