ECLI:NL:HR:1993:ZC0870

ECLI:NL:HR:1993:ZC0870, Hoge Raad, 19-02-1993, 14892

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 19-02-1993
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14892
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:1992:49
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 10 zaken
Aangehaald door 25 zaken
13 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656 BWBR0002761 BWBR0003045 BWBR0005289 BWBR0005290 BWBR0005291 BWBR0006358 BWBR0047436 CELEX:32006L0123 CELEX:32008R0593 EU:32006L0123 EU:32008R0593

Samenvatting

Onrechtmatige daad overheid; uitgifte verontreinigde bouwgrond door gemeente. Samenloop vordering uit onrechtmatige daad en verborgen gebreken-regeling. Ambtshalve uitleg overeenkomst.

Uitspraak

19 februari 1993

Eerste Kamer

Nr. 14.892

AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

DE GEMEENTE GRONINGEN,

gevestigd te Groningen,

EISERES tot cassatie,

advocaat: Mr. J.C. van Oven,

tegen

de gezamenlijke erfgenamen van [A],

overleden te [plaats] en handelende onder de naam EXCELSIOR TIMMERFABRIEK,

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: Mr. F.H.A.M. Thunnissen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerders in cassatie - verder te noemen de erven [A] - hebben bij exploit van 30 januari 1989 eiseres tot cassatie - verder te noemen de Gemeente - op verkorte termijn gedagvaard voor de Rechtbank te Groningen en gevorderd, kort gezegd, de erven [A] te machtigen om de grond onder het ten processe bedoelde perceel te doen saneren op kosten van de Gemeente, althans de Gemeente te veroordelen om die grond te doen saneren, met veroordeling van de Gemeente tot vergoeding van de ten gevolge van de bodemverontreiniging geleden schade, te weten f 235.500, -- zijnde het bedrag van de waardevermindering van het litigieuze perceel en overige schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, een en ander met rente en kosten.

Nadat de Gemeente tegen de vorderingen verweer had gevoerd heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 5 januari 1990 een comparitie van partijen gelast.

Tegen dit tussenvonnis heeft de Gemeente hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Bij tussenarrest van 10 juli 1991 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen ten einde partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten omtrent de exacte datum van de verlening van een bouwvergunning en omtrent een deskundigenonderzoek.

Het tussenarrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het tussenarrest van het Hof heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De erven [A] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Gemeente heeft haar zaak doen toelichten door haar advocaat en de erven [A] hebben hun zaak namens hun advocaat doen toelichten door Mr. R.H. de Bock, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep. De conclusie is aan dit arrest gehecht.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie moet van het volgende worden uitgegaan:

- De erven [A] zijn de gezamenlijke erfgenamen

- [A] heeft op 23 oktober 1959 van de Gemeente gekocht een perceel industrieterrein, gelegen aan de [a-straat] (thans nr. […]) te [plaats]; dit perceel is op 20 september 1963 aan [A] in eigendom overgedragen.

- In het koopcontract waren - in de conclusie van het Openbaar Ministerie onder 5 geciteerde - bepalingen opgenomen, inhoudende dat [A] het perceel aanvaardde in de Staat waarin het zich bevond en dat de Gemeente niet tot enige vrijwaring zou zijn gehouden.

- Krachtens een van de voorwaarden van de koopovereenkomst was [A] verplicht het terrein binnen twee jaar na aanvaarding in gebruik te nemen voor het stichten van een timmerfabriek; hij heeft het perceel in de loop der jaren doen bebouwen met een industriehal, een overkapping, een gesloten berging en, nadat de Gemeente hem daartoe in 1968 een vergunning had verleend, een vrijstaande woning.

- Het gehele industrieterrein Beckerweg, waarvan het perceel deel uitmaakt, was tot eind jaren vijftig een vuilstortplaats, die in eigendom toebehoorde aan de Gemeente en die door haar werd beheerd en geëxploiteerd; het terrein was als vrije stortplaats in gebruik, waarbij er weliswaar personeel van de Gemeente aanwezig was, maar geen of weinig controle werd uitgeoefend op wat werd gestort; er werden onder meer stortingen gedaan vanwege de (gemeentelijke) Gasfabriek en Hoek (thans Hoekloos), waarbij tot de stortingen teerprodukten en ander chemisch afval, zoals gasolie, hebben behoord.

- Na sluiting van de stortplaats heeft de Gemeente het terrein geëgaliseerd, opgehoogd en (in delen) als industrieterrein uitgegeven; ten tijde van die uitgifte wist de Gemeente of had zij kunnen weten dat daarop door industriële bedrijven onder meer chemisch afval was gestort.

- Uit een in juni 1988 afgesloten saneringsonderzoek is gebleken dat de bodem en het grondwater onder het perceel van de erven [A], met name in de nabijheid van de woning, zijn verontreinigd met onder meer schadelijke componenten als polycyclische en vluchtige aromaten, benzeen en cyaniden; deze stoffen waren reeds ten tijde van de uitgifte in de bodem aanwezig; de wegens de aangetroffen stoffen gebleken noodzaak tot sanering van het perceel vindt zijn oorzaak in het gebruik van het terrein als vrije vuilstort.

De Rechtbank heeft geoordeeld dat de Gemeente onrechtmatig jegens de erven [A] heeft gehandeld en deswege tot schadevergoeding gehouden is. Het Hof heeft geoordeeld dat het handelen van de Gemeente "naar de huidige maatstaven en rechtsopvatting" jegens de erven [A] onrechtmatig is, maar het achtte een onderzoek door deskundigen nodig naar de vraag of "ook naar de maatstaven en kennis van (het begin van) de zestiger jaren onzorgvuldig door de Gemeente is gehandeld".

3.2 De Rechtbank (rov. 5) heeft "samenvattend" de onrechtmatigheid van het handelen van de Gemeente daarin gezocht dat de Gemeente, die teerafval heeft gestort en heeft toegestaan dat chemische en andere giftige afvalstoffen op de door haar beheerde stortplaats werden gestort, over dat terrein grond heeft gestort en het heeft geëgaliseerd en vervolgens zonder meer die stortplaats (in delen) heeft uitgegeven voor vestiging van bedrijven en woningen zonder oog voor de gevaren voor de volksgezondheid.

In het bijzonder op grond van hetgeen het Hof in rov. 5 - behoudens de hierna nog te noemen passage tussen gedachtenstreepjes -, rov. 7 en 11 overweegt moet worden aangenomen dat 's Hofs oordeel omtrent de onrechtmatigheid, voor zover het gaat om de onrechtmatigheid naar de "huidige maatstaven en rechtsopvatting", niet wezenlijk afwijkt van dat van de Rechtbank, zij het dat het Hof in het midden laat of de verontreiniging gevaar oplevert voor de gezondheid. Het Hof oordeelt dat het in het algemeen onrechtmatig is jegens latere eigenaren of gebruikers om zonder voorafgaand onderzoek en slechts na ophoging met. zand en/of grind een terrein uit te geven als bouwgrond, terwijl de uitgevende instantie weet of had kunnen weten dat daar door industriële bedrijven onder meer chemisch afval is gestort.

Uit de omstandigheid dat het Hof in rov. 5 tussen gedachtenstreepjes spreekt over de verkoop en levering van het door [A] gekochte, mag niet worden afgeleid dat het Hof de onrechtmatigheid mede heeft gezocht in de schending van contractuele verplichtingen. Niet alleen maar vooral ook uit rov. 7 blijkt immers dat het Hof, evenals trouwens de Rechtbank (rov. 4.4), de onrechtmatigheid niet zoekt in schending van contractuele verplichtingen, maar in een handelen van de Gemeente dat naar het oordeel van het Hof "geheel los" van het bestaan van enige contractuele verplichting onrechtmatig is. Dit strookt met de door de Rechtbank in haar rov. 2.1 vastgestelde en door het Hof kennelijk gevolgde grondslag van de vordering, die het gehele handelen ter zake van de gronduitgifte omvat, waaronder ook de toekenning aan de grond van de bestemming "industrieterrein" in het ter plaatse geldende bestemmingsplan en het afgeven van bouwvergunningen voor het bebouwen van die grond.

3.3 Onderdeel 2a heeft tot uitgangspunt dat de erven [A] aan hun vorderingen "in wezen géén andere omstandigheden ten grondslag (leggen) dan die waarvoor de wetgever de speciale regeling heeft gegeven van art. 1544 BW". Blijkens hetgeen hiervoor in 3.2 is overwogen mist dit uitgangspunt feitelijke grondslag: het Hof heeft op het voetspoor van de erven [A] de onrechtmatigheid gezocht in - kort gezegd - het uitgeven van bouwgrond onder de door het Hof genoemde omstandigheden en heeft geoordeeld dat dit los staat van het bestaan van enige contractuele verplichting, zodat het reeds daarom onafhankelijk van enige schending van een dergelijke verplichting onrechtmatig is.

Voor zover het onderdeel ten betoge strekt dat het Hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, faalt het. Het Hof heeft terecht geoordeeld: dat naar de huidige rechtsopvattingen de uitgifte van bouwgrond onder de genoemde omstandigheden in het algemeen onrechtmatig is jegens latere eigenaren of gebruikers; dat het handelen van de Gemeente onafhankelijk van de schending van contractuele verplichtingen onrechtmatig is.

3.4 Onderdeel 2b bestrijdt als onjuist 's Hofs oordeel (rov. 7) dat de verborgen-gebrekenregeling niet in de weg staat aan een vordering uit onrechtmatige daad van de erven [A], evenwel tevergeefs.

Nu de algemene regeling omtrent wanprestatie niet in de weg staat aan een vordering uit onrechtmatige daad wanneer er onafhankelijk van de schending van contractuele verplichtingen onrechtmatig is gehandeld, valt niet in te zien waarom de verborgen-gebrekenregeling, die moet worden aangemerkt als een bijzondere regeling omtrent wanprestatie, daaraan wel in de weg zou staan. Bovendien is de door het onderdeel voorgestane opvatting niet te rijmen met de rechtsontwikkeling, die erop neerkomt dat de regeling niet meer beantwoordde aan haar strekking en dan ook in het huidige recht is vervallen.

3.5 Het Hof (rov. 8) heeft de hiervoor in 3.1 vermelde bepalingen in de koopovereenkomst aldus uitgelegd dat zij de Gemeente niet tegen een andere dan contractuele aansprakelijkheid beschermen. Deze aan het Hof als rechter die over de feiten oordeelt voorbehouden uitlegging is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat, zoals het Hof opmerkt, de bepalingen zijn toegesneden op de verplichtingen van de verkoper jegens de koper. In het midden kan blijven of zich een onrechtmatige daad kan voordoen, ter zake waarvan de door het Hof gevolgde uitleg nadere motivering zou eisen. Dit is - anders dan onderdeel 3a wil - in elk geval niet zo bij de onderhavige onrechtmatige daad, die immers blijkens het voorgaande in de gedachtengang van het Hof "geheel los" van het bestaan van enige contractuele verplichting staat. De eerste klacht van onderdeel 3a stuit op een en ander af.

De slotklacht van het onderdeel miskent dat naar 's Hofs uitlegging de bepalingen geen betrekking hebben op een aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad.

3.6 Onderdeel 3b faalt eveneens. Nu naar 's Hofs kennelijk en niet onbegrijpelijk oordeel partijen het niet eens waren over de uitlegging van de betrokken bepalingen, stond het het Hof vrij die bepalingen zelfstandig uit te leggen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de erven [A] begroot op f 4.867,20 aan verschotten en f 2.500, -- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Snijders als voorzitter en de raadsheren Bloembergen, Davids, Neleman en Nieuwenhuis, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Davids op 19 februari 1993.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1994, 290 met annotatie van C.J.H. Brunner RvdW 1993, 64 BR 1993, p. 468 M en R 1994, 17
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?