ECLI:NL:HR:2000:AA9137

ECLI:NL:HR:2000:AA9137, Hoge Raad, 22-12-2000, R00/058HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 22-12-2000
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer R00/058HR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2000:AA9137
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 7 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0004043 BWBR0005537 BWBR0007333 BWBR0008015

Samenvatting

-

Uitspraak

22 december 2000

Eerste Kamer

Rek.nr. R00/058HR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. W.I. Wisman,

t e g e n

DE GEMEENTE AMSTELVEEN, gevestigd te Amstelveen,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 5 augustus 1998 ter griffie van het Kantongerecht te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - zich gewend tot de Kantonrechter aldaar en verzocht te bepalen dat door de Gemeente op verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - ter zake van kosten van bijstand in de vorm van een renteloze geldlening terstond kan worden ingevorderd een totaalbedrag van ƒ 2.834,60.

[Verzoeker] heeft het verzoek bestreden.

De Kantonrechter heeft bij beschikking van 11 juni 1999 het verzoek van de Gemeente geheel toegewezen.

Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Amsterdam.

Bij beschikking van 8 maart 2000 heeft de Rechtbank de beschikking waarvan beroep bekrachtigd en het meer of anders verzochte afgewezen.

De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer strekt tot vernietiging van de beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Hof van het ressort.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Wat betreft de feiten en het verloop van de procedure verwijst de Hoge Raad naar punt 1 van de conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer.

3.2 In het onderhavige geval is het inleidend verzoekschrift tot terugbetaling van aan [verzoeker] verleende leenbijstand ingediend na 30 juni 1997. Dit brengt mee dat ingevolge het bepaalde in art. XVI lid 2 van de Wet van 25 april 1996, Stb. 248 (Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid) de Kantonrechter bevoegd is kennis te nemen van dat verzoek, indien het besluit tot terugvordering is bekend gemaakt vóór 1 juli 1997. Indien zulk een besluit is bekend gemaakt op of na 1 juli 1997 dan dient de Gemeente de bestuursrechtelijke procedure te volgen. Immers, alsdan levert het besluit tot terugvordering ingevolge het bepaalde in art. 87 lid 1 Abw een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, tegen welk besluit de belanghebbende slechts kan opkomen door het volgen van de bestuursrechtelijke procedure van de Algemene wet bestuursrecht.

Beslissend voor de vraag of in het onderhavige geval de Kantonrechter bevoegd was kennis te nemen van het op 5 augustus 1998 ingediende verzoekschrift of dat de bestuursrechtelijke procedure gevolgd had moeten worden, is derhalve of het besluit tot terugvordering bekend is gemaakt vóór dan wel op of na 1 juli 1997. Daaromtrent is door de Kantonrechter en de Rechtbank niets vastgesteld en ook uit de stukken van het geding blijkt daarvan niet. De Rechtbank had mitsdien, nu zij ook zonder dat een daartoe strekkende grief tegen het vonnis van de Kantonrechter was gericht had behoren te beoordelen of de Kantonrechter wel bevoegd was kennis te nemen van het onderhavige geschil, moeten nagaan of het besluit tot terugvordering vóór dan wel op of na 1 juli 1997 bekend was gemaakt. De hierop gerichte klachten zijn derhalve gegrond.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 8 maart 2000;

verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het Gerechtshof te Amsterdam.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en H.A.M. Aaftink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 22 december 2000.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2000, 663 NJ 2001, 66 RvdW 2001, 12 JWB 2000/259
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?