ECLI:NL:HR:2002:AE4170

ECLI:NL:HR:2002:AE4170, Hoge Raad, 14-06-2002, 36863

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 14-06-2002
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 36863
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 8 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005416 BWBR0005537 BWBR0006358

Samenvatting

-

Uitspraak

Nr. 36.863

14 juni 2002

TVW

gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 3 januari 2001, nr. 96/1618, betreffende na te melden aan X B.V. te Z opgelegde aanslag in de toeristenbelasting.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 1996 ter zake van het gelegenheid bieden tot verblijf op haar ter beschikking staande terreinen een aanslag in de toeristenbelasting van de gemeente Ede opgelegd ten bedrage van f 10.500, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het hoofd afdeling Belastingen van de gemeente Ede is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft die uitspraak en de daarbij gehandhaafde aanslag van f 10.500 vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het Hof heeft geoordeeld dat uit de Verordening toeristenbelasting 1996 van de gemeente Ede (hierna: de Verordening) voortvloeit dat de grootte van de belastingschuld eerst kan worden vastgesteld na afloop van het tijdvak waarover de toeristenbelasting wordt geheven, te weten het kalenderjaar, en dat de bestreden aanslag, nu deze is opgelegd vóór de afloop van dat tijdvak, niet in stand kan blijven.

3.2. Het middel betwist dat de grootte van de belastingschuld pas na afloop van het belastingtijdvak kan worden vastgesteld. Het betoogt dat het aantal mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen op grond van vast beleid door de gemeente wordt vastgesteld op basis van twee tellingen, in de maanden juli en augustus. Aldus zou, volgens dat betoog, na de telling in augustus al de grootte van de belastingschuld vaststaan.

3.3. De verordening stelt in artikel 5 als maatstaf van heffing voorop het aantal overnachtingen, en kent in artikel 6 een forfaitaire regeling voor het bepalen van die maatstaf. Een beleid als gesteld komt erop neer dat bij de uitvoering van de verordening niet de in artikel 6 voorgeschreven forfaitaire regeling wordt toegepast - daarvoor zouden immers zes tellingen moeten worden verricht gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee maanden - , maar dat de maatstaf van heffing voor een belastingjaar op andere, niet in de verordening geregelde, wijze schattenderwijs wordt bepaald op basis van twee tellingen. Anders dan bij toepassing van de in de verordening neergelegde forfaitaire regeling het geval zou zijn, hangt de materiële belastingschuld dan dus af van het werkelijke aantal overnachtingen gedurende het belastingjaar, en dat brengt mede dat - ook al kan dat aantal schattenderwijs worden bepaald en kan een dergelijke schatting ook eerder verricht worden - die materiële belastingschuld pas ontstaat bij het einde van het belastingjaar. Nu de onderhavige aanslag over het belastingjaar 1996, waarvan het aanslagbiljet is gedagtekend 31 augustus 1996, is opgelegd vóórdat de grootte van de uit de verordening voortvloeiende materiële belastingschuld kon worden vastgesteld, heeft het Hof die aanslag terecht vernietigd. Het middel faalt derhalve.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2002.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Belastingblad 2002/890 BNB 2002/294 met annotatie van G.J. van Leijenhorst FED 2002/379 WFR 2002/943 V-N 2002/32.27 met annotatie van Redactie NTFR 2002/872 met annotatie van mr. J.F. Kastelein MRE MRICS RV
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?