ECLI:NL:HR:2003:AH9382

ECLI:NL:HR:2003:AH9382, Hoge Raad, 11-07-2003, R03/064HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 11-07-2003
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer R03/064HR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2003:AH9382
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005700

Samenvatting

11 juli 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/064HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. G.E.M. Later. 1. Het geding in feitelijke instantie...

Uitspraak

11 juli 2003

Eerste Kamer

Rek.nr. R03/064HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later.

1. Het geding in feitelijke instantie

De Officier van Justitie in het arrondissement Almelo heeft op 24 februari 2003 onder overlegging van een op 24 februari 2003 ondertekende geneeskundige verklaring een verzoek ingediend bij de Rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: verzoeker - in een psychiatrisch ziekenhuis.

Nadat de Rechtbank verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat, en de behandelend arts op 28 februari 2003 had gehoord, heeft zij bij beschikking van 28 februari 2003 de voorlopige machtiging voor de duur van zes maanden na dagtekening van deze beschikking verleend.

De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing naar de Rechtbank.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Onderdeel 1 keert zich met een motiveringsklacht tegen het oordeel van de Rechtbank dat verzoeker door een stoornis van de geestvermogens gevaar oplevert voor zichzelf en voor een of meer anderen, dan wel voor de algemene veiligheid van personen of goederen, welk gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.

3.2 Het onderdeel is gegrond. In de geneeskundige verklaring is ten aanzien van bedoeld gevaar vermeld dat dit blijkt uit de "dreigende/geladen houding van patiënt" en uit "verbale agressie naar anderen" en bestaat in "agressie naar anderen" en het "oproepen van agressie bij anderen". Zoals in de verklaring is vermeld, is bedoelde agressie niet door de geneeskundige zelf waargenomen, maar hem meegedeeld door een collega. Blijkens het proces-verbaal van het verhoor van verzoeker heeft zijn advocaat aangevoerd, dat in het huis van bewaring, waar verzoeker verblijft, geen sprake is van gevaar, dat het gevaar ook te weinig concreet is aangeduid en dat het verzoek van de officier van justitie daarom zou moeten worden afgewezen. De behandelend psychiater, volgens wie verzoeker "op den duur ook een suïcidekandidaat is of iets anders heel ergs", heeft bevestigd dat in het huis van bewaring van gevaar geen sprake is. "Ik zie het gevaar pas komen als hij buiten komt. Dat hij dan het idee krijgt dat de hele wereld over hem heen dondert. Ik zie het voor mij dat wanneer hij nu naar buiten gaat en hij het zelf allemaal moet uitzoeken, dat het met zijn psychische toestand achteruit gaat", aldus de psychiater.

In het licht hiervan had de Rechtbank niet mogen volstaan met de standaardmotivering inhoudende dat uit de geneeskundige verklaring en de mondelinge toelichting van de behandeld psychiater blijkt van gevaar in de zin van de Wet Bopz. Wat de Rechtbank te dezer zake precies voor ogen heeft gestaan is immers zonder nadere redengeving uit de stukken niet te begrijpen.

3.3 Het slagen van onderdeel I brengt mee dat onderdeel II geen bespreking behoeft.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van de Rechtbank te Almelo van 28 februari 2003;

verwijst de zaak naar die Rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 11 juli 2003.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2003, 379 JWB 2003/298 BJ 2003/35
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?