25 september 2007
Strafkamer
nr. 02313/06
RR/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 oktober 2005, nummer 23/000612-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1.1. Bij de stukken van het geding bevindt zich een aan het Hof gericht faxbericht, inhoudende:
"Inzake: [verdachte] / OM (appèl)
(...)
Uw ref: parketnr. 23/000612-05
Amsterdam, 13 oktober 2005
Geachte heer/mevrouw,
In bovengenoemde zaak welke hedenmiddag dient om 14:45 bij uw Hof in de 19e kamer deel ik u mede dat ondergetekende noch cliënt ter zitting aanwezig zal zijn.
Vriendelijk verzoek ik u recht te doen op de stukken.
In vertrouwen u hiermee naar behoren te hebben bericht, teken ik,
met vriendelijke groet,"
2.1.2. Onder dat faxbericht is de naam van de raadsman van de verdachte vermeld en een - onleesbare - handtekening.
2.2. Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 17 mei 2006, zodat de verdachte - nu uit het hiervoor weergegevene moet worden afgeleid dat de verdachte te voren bekend was met de terechtzitting van het Hof van 13 oktober 2005 - ingevolge art. 432, eerste lid aanhef en onder c, Sv in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 25 september 2007.