ECLI:NL:HR:2008:BD2568

ECLI:NL:HR:2008:BD2568, Hoge Raad, 02-09-2008, 01621/07

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 02-09-2008
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 01621/07
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2008:BD2568
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0002415

Samenvatting

Betekening appeldagvaarding en inleidende dagvaarding. Zoals in de conclusie AG is uiteengezet is de appeldagvaarding ex art. 588.1.b. onder 20 jo. lid 3.c Sv rechtsgeldig betekend, zodat het middel vzv. het daarover klaagt, faalt. Voor wat betreft de betekening van de inleidende dagvaarding geldt dat de akte van uitreiking inhoudt dat die dagvaarding op 19-5-05 is uitgereikt aan de griffier van de Rb te Almelo, "omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is." De stukken houden niet in dat de Rb heeft onderzocht of en zo ja waar verdachte t.t.v. die betekening was gedetineerd. Bij gebleken detentie moest de penitentiaire inrichting, waarin verdachte verbleef, als diens bekende verblijfplaats worden aangemerkt (vgl. HR LJN AD5163). Uit de stukken kan evenmin blijken dat het Hof dat onderzoek alsnog heeft verricht. Het in de uitspraak besloten liggende oordeel dat de inleidende dagvaarding rechtsgeldig is betekend, is derhalve niet zonder meer begrijpelijk.

Uitspraak

2 september 2008

Strafkamer

nr. S 01621/07

KD/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 5 september 2006, nummer 21/006285-05, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Almelo van 25 juli 2005 - de verdachte ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand honden" veroordeeld tot twee weken hechtenis.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.M.H. van Vliet, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Rechtbank te Almelo is vernietigd, en de inleidende dagvaarding nietig zal verklaren.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel klaagt over de in de bestreden uitspraak besloten liggende oordelen van het Hof dat de betekening van de inleidende dagvaarding en van de appeldagvaarding rechtsgeldig hebben plaatsgevonden.

3.2. Zowel het vonnis in eerste aanleg als de bestreden uitspraak is bij verstek gewezen.

3.3. Zoals in de conclusie van de Advocaat-Generaal is uiteengezet, faalt het middel voor zover het klaagt over de betekening van de appeldagvaarding.

3.4. Voor wat de betekening van de inleidende dagvaarding betreft geldt het volgende. Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in eerste aanleg, houdt in dat die dagvaarding op 19 mei 2005 is uitgereikt aan de griffier van de Rechtbank te Almelo, "omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is".

De stukken van het geding houden niet in dat de Rechtbank heeft onderzocht of en zo ja waar de verdachte ten tijde van die betekening was gedetineerd. Immers, bij gebleken detentie moest de penitentiaire inrichting, waarin de verdachte verbleef, als diens bekende verblijfplaats worden aangemerkt (vgl. HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317, rov. 3.24 sub a). Uit de stukken kan evenmin blijken dat het Hof dat onderzoek alsnog heeft verricht. Een en ander brengt mee dat het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de inleidende dagvaarding rechtsgeldig is betekend, niet zonder meer begrijpelijk is.

3.5. Het middel is dus in zoverre terecht voorgesteld.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven. De Hoge Raad zal de inleidende dagvaarding om doelmatigheidsredenen nietig verklaren.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Rechtbank te Almelo is vernietigd;

verklaart de inleidende dagvaarding nietig.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 2 september 2008.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2008, 618 RvdW 2008, 829 NJB 2008, 1699
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?