11 juli 2008
Eerste Kamer
07/13096
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Partij zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 25 januari 2006 is ten aanzien van [verzoeker] de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van mr. H.W. Unger tot rechter-commissaris. J. Kerkhoffs is laatstelijk tot bewindvoerder benoemd.
Met een op 27 maart 2007 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de bewindvoerder zich gewend tot die rechtbank en verzocht de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
[Verzoeker] heeft het verzoek bestreden.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 28 juni 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd, het salaris van de bewindvoerder vastgesteld en H.W. Unger tot rechter-commissaris en J. Kerkhoffs tot curator benoemd in het faillissement van [verzoeker].
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 6 november 2007 het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.