27 april 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/176HR
MK/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.S.M. Dietz de Loos-Schrijver.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaar - zich gewend tot de rechtbank Breda en verzocht op hem de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.
De rechtbank heeft bij vonnis van 19 juni 2006 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 4 december 2006 heeft het hof het vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de schuldenaar beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2007.