10 januari 2012
Strafkamer
nr. S 10/04253 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 23 september 2010, nummer RK 10/2732, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. D. van den Broek, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en de klager niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn beklag.
2. Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
2.1. Aan het door de klager ingediende klaagschrift ligt de stelling ten grondslag dat zijn partner als rechthebbende moet worden aangemerkt van de onder de klager inbeslaggenomen auto.
2.2. Deze stelling kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een verzoek tot teruggave van de auto aan zijn partner.
2.3. De wet kent niet de mogelijkheid dat op verzoek van een belanghebbende teruggave van het inbeslaggenomene aan een ander wordt gelast. Derhalve had de Rechtbank de klager in zijn beklag niet-ontvankelijk behoren te verklaren.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, het middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verklaart de klager niet-ontvankelijk in zijn beklag.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 januari 2012.