Nr. 10/04253 B
Mr. Knigge
11 oktober 2011
Conclusie inzake:
[Klager]
1. De Rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 23 september 2010 het klaagschrift van klager ex. art. 552a Sv, strekkende tot teruggave van een inbeslaggenomen Porsche, ongegrond verklaard.
2. Tegen deze beschikking is namens klager cassatieberoep ingesteld.
3. Namens klager heeft mr. D. van den Broek, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.(1)
4. Aan de bespreking van dit middel kom ik niet toe. In het klaagschrift wordt gesteld dat de desbetreffende auto in eigendom toebehoort aan de partner van klager en dat klager wenst dat de auto aan hem wordt teruggegeven zodat hij deze aan zijn partner kan doen toekomen. Blijkens het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer heeft de klager aldaar verklaard: "Ik wil graag dat mijn partner, [mede-klaagster], de auto terug krijgt".
5. In aanmerking genomen dat teruggave aan de beslagene niet aangewezen is als blijkt dat een andere rechthebbende is(2), kan het gedane beklag bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een verzoek om teruggave aan een ander. Voor een dergelijk verzoek biedt art. 552a Sv geen basis. Derhalve had de Rechtbank klager niet-ontvankelijk behoren te verklaren in zijn beklag.(3)
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en de klager niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn beklag.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
1 Deze zaak hangt samen met 10/04254B ([mede-klaagster]) in welke zaak ik vandaag ook zal concluderen.
2 Vgl. HR 29 oktober 2002, LJN AE5650, NJ 2003/19.
3 Zie o.m. HR 7september 2004, LJN AP1533, NJ 2004/593.