ECLI:NL:HR:2012:BX4736

ECLI:NL:HR:2012:BX4736, Hoge Raad, 27-11-2012, 11/01149 P

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 27-11-2012
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11/01149 P
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2012:BX4736
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 25 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0018135 BWBR0018895

Samenvatting

Profijtontneming. Art. 588a.1.ahf.c Sv. De vermelding van het adres “post/verblijf/huidig adres’’ X in de appelakte kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres in de zin van art. 588a.1.ahf.c Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Uit de omstandigheid dat i.h.k.v. de betekening van de appeldagvaarding bekend is geworden dat verdachte nadien op een ander GBA-adres bleek te zijn ingeschreven, kon het Hof niet z.m. afleiden dat verdachte het adres X niet wenste te handhaven als adres waar hij een afschrift van de appeldagvaarding wenste te ontvangen. Niet blijkt dat een afschrift van de appeldagvaarding aan adres X is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Evenmin houden de stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending ex art. 588a.3 Sv achterwege kon blijven. Daarom had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ttz. te schorsen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog daarbij tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ttz. in h.b. en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.

Uitspraak

27 november 2012

Strafkamer

nr. 11/01149 P

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 15 februari 2011, nummer 23/007179-07, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. A. van Luyck, advocaat te Haarlem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1Het middel klaagt over de beslissing van het Hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte.

2.2. Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevinden zich:

(i) een appelakte van 12 december 2007 waarin als adres van de verdachte is vermeld: "Z.V.W.O.V.H.T.L." en voorts "post/verblijf/huidig adres: [a-straat 1] Purmerend";

(ii) een aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking, inhoudende dat die dagvaarding op 13 januari 2011, na vergeefse aanbieding op het adres [b-straat 1] te Rotterdam, is uitgereikt aan de waarnemend griffier van de Rechtbank en dat een afschrift van de appeldagvaarding is verzonden aan dat adres;

(iii) een aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte ID-staat SKDB (strafrechtsketendatabank) van 13 januari 2011, inhoudende dat de verdachte vanaf 26 oktober 2010 ingeschreven staat op het adres [b-straat 1] te Rotterdam;

(iv) het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat tegen de aldaar niet-verschenen verdachte verstek is verleend.

2.3.1. Art. 588a, eerste lid aanhef en onder c, Sv luidt:

"1. In de navolgende gevallen wordt een afschrift van de dagvaarding of oproeping van de verdachte om op de terechtzitting of nadere terechtzitting te verschijnen toegezonden aan het laatste door de verdachte opgegeven adres:

(...)

c. indien door of namens de verdachte bij het instellen van een gewoon rechtsmiddel in de betrokken zaak een adres in Nederland is opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden.

(...)"

2.3.2. De memorie van toelichting bij het voorstel van wet dat heeft geleid tot de invoering van deze bepaling houdt onder meer het volgende in:

"Géén uitzondering op de verzendplicht van artikel 588a, eerste lid, wordt gevormd door het geval dat de verdachte ná zijn adresopgave bij de politie of justitie zijn inschrijving in de GBA heeft gewijzigd. De desbetreffende adressen staan los van elkaar: het ingevolge artikel [de Hoge Raad leest:] 588a op te geven adres is een ander adres dan het GBA-adres (is het wel hetzelfde, dan behoeft daaraan geen afschrift te worden gezonden). Wanneer de verdachte wijziging brengt in zijn GBA-adres behoeft dat niet te betekenen dat hij er geen prijs meer op stelt om een afschrift van de dagvaarding te ontvangen op het andere, speciaal daarvoor door hem opgegeven adres."

(Kamerstukken II 2004-2005, 29 805, nr. 3, p. 24).

2.4. De vermelding van het adres "post/verblijf/huidig adres: [a-straat 1] Purmerend" in de appelakte kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres in de zin van art. 588a, eerste lid aanhef en onder c, Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden.

2.5. Uit de omstandigheid dat in het kader van de betekening van de appeldagvaarding bekend is geworden dat de verdachte nadien op een GBA-adres bleek te zijn ingeschreven, kon het Hof niet zonder meer afleiden dat de verdachte het adres [a-straat 1] Purmerend, niet wenste te handhaven als adres waar hij een afschrift van de appeldagvaarding wenste te ontvangen.

2.6. Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat een afschrift van de appeldagvaarding aan dit adres is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Evenmin houden de stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending ingevolge het derde lid van art. 588a Sv achterwege kon blijven. Daarom had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ter terechtzitting te schorsen teneinde de verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek op de terechtzitting tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.

2.7. Het middel is terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 27 november 2012.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2012/1533 NJ 2012/695 SR-Updates.nl 2012-0311 NbSr 2013/9
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?