ECLI:NL:HR:2013:BZ1963

ECLI:NL:HR:2013:BZ1963, Hoge Raad, 12-02-2013, 12/03045 H

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 12-02-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12/03045 H
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Herziening
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ1963
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 5 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0002415 BWBR0031707

Samenvatting

Herziening. Aanvraag ongegrond.

Uitspraak

12 februari 2013

Strafkamer

nr. S 12/03045 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 juli 2007, nummer 23/002346-07, ingediend door:

[Aanvraagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank Amsterdam van 18 september 2006 - de aanvraagster ter zake van "als degene, aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig niet voldoen aan de vordering als bedoeld in artikel 34 lid 1 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen" (hierna: WAM), gepleegd in de periode van 11 december 2004 tot 25 december 2004 met het motorrijtuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB], bij verstek veroordeeld tot een geldboete van € 385,-, subsidiair 7 dagen hechtenis.

2. De aanvraag tot herziening

2.1. De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv aangezien uit de bij de aanvraag gevoegde bescheiden blijkt dat op 11 december 2004 voor het motorrijtuig met het kenteken [AA-00-BB] wel een verzekering overeenkomstig de WAM van kracht was.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvraag vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak zal worden berecht en afgedaan op de wijze als in art. 472, tweede lid, Sv is voorzien.

4. Beoordeling van de aanvraag

4.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot een toepassing van een minder zware strafbepaling.

4.2. Bij de door het Hof aan de Hoge Raad toegezonden processtukken bevindt zich een proces-verbaal van politie van 18 april 2005, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1]. Dit proces-verbaal houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

"Artikel34 lid 3 van de WAM.

Overtredings-Datum: 11 december 2004

gegevensOmstreeks: 13.34 uur

Plaats: Amsterdam

Gemeente: Amsterdam

Locatie: Weesperzijde

Een voor het openbaar verkeer openstaande weg binnen een als zodanig aangeduide bebouwde kom

Soort weg: een weg

Personenauto

Merk/type: Opel

Kenteken: [AA-00-BB] Land: NL

Bij gehouden controle in het register van de Rijksdienst voor het Wegverkeer bleek dat het voertuig niet als verzekerd stond geregistreerd.

Ik vorderde derhalve van de tenaamstellinghouder mij voor 25-12-2004 (waarbij rekening is gehouden met een termijn van tenminste 14 dagen) schriftelijk aan te tonen dat het motorrijtuig tegen wettelijke aansprakelijkheid, waartoe het aanleiding zou kunnen zijn, was verzekerd.

Tot op heden werd nog geen reactie hierop ontvangen.

Uitzonderingsbepalingen waren niet van toepassing.

Verdachte werd staande gehouden en verstrekte mij, daarnaar gevraagd, de volgende persoonsgegevens:

Verdachte Naam: [verdachte]

Voorletters: [voorletter]

Voornamen: [voornaam verdachte]

Geb. plaats: [geboorteplaats]

Geb. datum: [geboortedatum]-1982

Straatnaam: [a-straat 1]

PC/woonplaats: [woonplaats] Land: NL

Personalia conform rijbewijs

VerklaringNadat ik de verdachte had meegedeeld niet tot antwoorden te zijn verplicht, verklaarde deze:

"Hij is wel verzekerd"."

4.3. De aanvraagster is veroordeeld voor het bij art. 34, derde lid, WAM strafbaar gestelde feit dat zij niet binnen de door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1] gestelde termijn heeft voldaan aan diens op art. 34, eerste lid, WAM gebaseerde vordering "schriftelijk aan te tonen dat [haar] motorrijtuig tegen wettelijke aansprakelijkheid (...) was verzekerd". Dat betekent dat het in het hier niet gaat om een veroordeling ter zake van art. 30, tweede lid, WAM en dat de aanvraagster dus niet is veroordeeld voor "het als degene aan wie een kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de WAM sluiten en in stand houden". Zou van een dergelijke veroordeling wel sprake zijn geweest, dan zou de aanvraag gegrond zijn geweest. Nu ligt dat anders. Weliswaar heeft de aanvraagster bij de aanvraag een verklaring gevoegd als bedoeld in art. 34, tweede lid, WAM, waaruit kan worden afgeleid dat het motorrijtuig destijds wel was verzekerd, maar daarmee is niet ongedaan gemaakt dat zij vorenbedoelde termijn ruim heeft overschreden.

4.4. De overgelegde WAM-verklaring kan de aanvraagster dus niet baten en levert dan ook niet een gegeven op als hiervoor onder 4.1 bedoeld.

4.5. Voor zover de aanvraagster heeft willen aanvoeren dat zij niet binnen de gestelde termijn aan de in art. 34, eerste lid, WAM bedoelde vordering heeft kunnen voldoen wegens de weigering van de verzekeringsmaatschappij binnen die termijn de in art. 34, tweede lid, WAM bedoelde verklaring af te geven, is die stelling onvoldoende onderbouwd.

4.6. De aanvraag is dus ongegrond en moet ingevolge art. 470 Sv worden afgewezen.

5. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 12 februari 2013.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2013/329
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?