15 september 2015
Strafkamer
nr. S 13/04990
IF/LN
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 24 september 2013, nummer 22/004896-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De raadsman van de verdachte, mr. E. Tamas, advocaat te 's-Gravenhage, heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt onder meer over het oordeel van het Hof dat een onrechtmatige ontruiming is aan te merken als een onherstelbaar vormverzuim in de zin van art. 359a Sv dat tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie moet leiden.
Op de gronden die zijn vermeld in HR 18 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3306, 3307 en 3308, rov. 2.4, zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 8, is het middel in zoverre terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 september 2015.