ECLI:NL:HR:2015:3572

ECLI:NL:HR:2015:3572, Hoge Raad, 15-12-2015, 15/00739

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 15-12-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/00739
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2015:2392
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 20 zaken
Aangehaald door 10 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941

Samenvatting

1. Mishandeling. Art. 300 Sr. 2. Vordering b.p., kosten rechtsbijstand, wettelijke rente. Ad 1. De juistheid van de bewijsklacht kan in het midden blijven, nu de aard en de ernst van het bewezenverklaarde niet worden aangetast indien het gewraakte onderdeel uit de bewezenverklaring zou vervallen. Verdachte heeft daarom geen rechtens te respecteren belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak en terug- of verwijzing van de zaak voor een nieuwe behandeling. Ad 2. Het hof heeft de kosten van rechtsbijstand van de b.p. ten onrechte vermeerderd met de wettelijke rente alsmede t.z.v. die kosten en rente de svm a.b.i. art. 36f Sr opgelegd. HR doet, met vernietiging van de bestreden uitspraak in zoverre, wat het Hof had behoren te doen.

Uitspraak

15 december 2015

Strafkamer

nr. S 15/00739

AGE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 november 2014, nummer 23/001930-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de toegewezen vordering van de benadeelde partij, tot splitsing van het door het Hof toegekende bedrag aan materiële schadevergoeding en tot verwijzing van de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte kosten, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij:

1. "op 8 januari 2014 te Amsterdam opzettelijk [betrokkene] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het rukken/duwen van voornoemde [betrokkene], tengevolge waarvan voornoemde [betrokkene] ten val kwam en meermalen met kracht tegen de ribben schoppen/trappen van voornoemde [betrokkene], waardoor voornoemde [betrokkene] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden."

2. "op 8 januari 2014 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon (merk Samsung) toebehorende aan [betrokkene] heeft vernield en onbruikbaar gemaakt door voornoemde telefoon met kracht op de grond te gooien en door voornoemde telefoon van de grond op te pakken en gedeeltelijk door midden te breken."

Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering die in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6 en 7 is weergegeven.

Het bewezenverklaarde is gekwalificeerd als

1. "mishandeling" en 2. "opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort vernielen en onbruikbaar maken". De verdachte is te dier zake veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan een maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Het middel stelt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte opzettelijk [betrokkene] heeft mishandeld door haar te rukken/duwen ten gevolge waarvan zij ten val is gekomen. De juistheid van deze stelling kan in het midden blijven. Want ook al zou het middel gegrond zijn, dan zou zulks bij gebrek aan belang niet tot cassatie behoeven te leiden, aangezien de aard en de ernst van hetgeen is bewezenverklaard in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast indien het gewraakte onderdeel uit de bewezenverklaring zou vervallen. Daarom heeft de verdachte geen rechtens te respecteren belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak en terug- of verwijzing van de zaak voor een nieuwe behandeling.

Het middel is tevergeefs voorgesteld.

3. Beoordeling van het tweede middel

Het middel klaagt onder meer dat het Hof de kosten van rechtsbijstand van de benadeelde partij ten onrechte heeft vermeerderd met de wettelijke rente alsmede ter zake van die kosten en rente de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr heeft opgelegd.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 26 tot en met 28 is de klacht gegrond. De Hoge Raad, zal met vernietiging van de bestreden uitspraak in zoverre, doen wat het Hof had behoren te doen.

Voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [betrokkene] en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding voor zover deze betreft "kosten rechtsbijstand";

verwijst de verdachte in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt, te weten € 143,- ter zake van rechtsbijstand, en die zij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 1.959,03, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, van een bedrag van € 1.959,03, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 29 dagen hechtenis;

bepaalt dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2015.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2016/88 RvdW 2016/136 SR-Updates.nl 2015-0594
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?