ECLI:NL:HR:2015:891

ECLI:NL:HR:2015:891, Hoge Raad, 07-04-2015, 13/03447

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 07-04-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/03447
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2015:380
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 7 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001903

Samenvatting

Overschrijding redelijke termijn in h.b. Het middel dat klaagt over ’s Hofs oordeel dat kan worden volstaan met de constatering dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM slaagt op de gronden vermeld in de CAG. De HR doet om doelmatigheidsredenen de zaak zelf af, met inachtneming van de schending van de redelijke termijn in cassatie.

Uitspraak

7 april 2015

Strafkamer

nr. S 13/03447

ARA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van

31 mei 2013, nummer 23/004759-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedatum] 1966.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.A.C. van Tuinen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het derde middel

Het middel klaagt over 's Hofs oordeel dat kan worden volstaan met de constatering dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de fase van het hoger beroep.

Het bestreden arrest houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"Door de raadsman is ter zake van de strafoplegging het verweer gevoerd dat de behandeling van de zaak in hoger beroep niet binnen redelijke termijn heeft plaatsgehad. Hij heeft daarbij verwezen naar de lange duur die gemoeid is geweest met de behandeling van het verzoek om een gezichtsvergelijkend onderzoek te doen uitvoeren. Met de raadsman stelt het hof vast dat de inzendingstermijn van het dossier bij het hof met 4 maanden is overschreden. Nu anderzijds de behandeling en afdoening in hoger beroep als geheel voldoende voortvarend is geweest, volstaat het hof met de vaststelling van deze overschrijding."

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 19 is het middel terecht voorgesteld.

De Hoge Raad zal de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen. In cassatie wordt ervan uitgegaan dat de redelijke termijn van berechting in hoger beroep met ruim vier maanden is overschreden. De door het Hof opgelegde gevangenisstraf van 26 maanden wordt in verband daarmee verminderd tot 24 maanden.

4. Beoordeling van het vierde middel

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze 23 maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2015.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2015/764 RvdW 2015/538 SR-Updates.nl 2015-0179
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?