8 juli 2016
Eerste Kamer
16/00380
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. De publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ROTTERDAM,zetelende te Rotterdam,
2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid DIVOSA, de landelijke vereniging van Leidinggevenden van gemeentelijke diensten op het terrein van werk, zorg en inkomen,gevestigd te Utrecht,
VERZOEKSTERS tot cassatie, verweersters in het (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. P.A. Fruytier,
t e g e n
[verweerder],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E. Bruning.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als De Gemeente, Divosa en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/16/401573/FT RK 15/2152 van de rechtbank Midden-Nederland van 23 november 2015;
b. de beschikking in de zaak 200.181.205 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 januari 2016.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben De Gemeente en Divosa beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] heeft (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente en Divosa heeft bij brief van 27 mei 2016 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 396,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 juli 2016.