ECLI:NL:HR:2016:2593

ECLI:NL:HR:2016:2593, Hoge Raad, 15-11-2016, 15/03552

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 15-11-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/03552
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2016:1135
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 5 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Antilliaanse zaak. Bijzondere voorwaarde ex art. 17c.2 Sr Nederlandse Antillen. Hof legt bijzondere voorwaarde op “dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Reclassering Sint Maarten, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht, ook als dat inhoudt dat de verdachte zich gedurende de proeftijd onder klinische dan wel ambulante (psycho-therapeutische) behandeling zal laten stellen, gericht op voorkoming van herhaling van de bewezen verklaarde of soortgelijke misdrijven, zoals behandeling door Turning Point.” HR: de door het hof opgelegde bijzondere voorwaarde is i.s.m. art. 17c, tweede lid, Sr NA v.z.v. deze de beslissing of, en voor welke duur, de verdachte zich gedurende de proeftijd onder klinische behandeling moet laten stellen, in handen legt van Reclassering Sint Maarten (vgl. HR 12 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5449). HR vernietigt de bestreden uitspraak wat betreft de woorden “klinische dan wel” en verwerpt het beroep voor het overige.

Uitspraak

15 november 2016

Strafkamer

nr. S 15/03552 A

DAZ/NA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 5 mei 2015, nummer H 203/14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de oplegging van de straf en de maatregelen en tot terugwijzing naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

Het middel klaagt over een door het Hof gestelde bijzondere voorwaarde.

Het Hof heeft de verdachte ter zake van "handelen in strijd met artikel 6 van de Wegenverkeersverordening" en "handelen in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeersverordening" veroordeeld tot onder meer hechtenis voor de duur van twee maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Het dictum van het bestreden vonnis houdt dienaangaande het volgende in:

"als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Reclassering Sint Maarten, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht, ook als dat inhoudt dat de verdachte zich gedurende de proeftijd onder klinische dan wel ambulante (psycho-therapeutische) behandeling zal laten stellen, gericht op voorkoming van herhaling van de bewezen verklaarde of soortgelijke misdrijven, zoals behandeling door Turning Point."

Het bestreden vonnis houdt onder het opschrift "Oplegging van straf" onder meer het volgende in:

"Bij de bepaling van de straf heeft het Hof rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, met de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en met de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Meer in het bijzonder heeft het Hof daarbij het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft onder invloed van alcoholhoudende drank een auto bestuurd en daarmee een botsing veroorzaakt. Toen hij een rijverbod opgelegd had gekregen is hij niettemin doorgereden. Dit zijn ernstige wegenverkeersmisdrijven, die in beginsel een vrijheidsbenemende straf rechtvaardigen. Ten nadele van de verdachte geldt dat hij reeds eerder is veroordeeld wegens dronken rijden en het in gevaar brengen van de veiligheid in het verkeer. Op grond van het voorgaande acht het Hof na te melden straf passend en geboden.

Het Hof zal de straf voorwaardelijk opleggen en hier een proeftijd van drie jaren aan verbinden, teneinde de verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan een strafbaar feit schuldig te maken, alsook om een kader te scheppen waarbinnen de verdachte een behandeling tegen alcoholmisbruik zal kunnen ondergaan. Het Hof acht dit zeer noodzakelijk, nu een eerdere veroordeling wegens een vergelijkbaar feit de verdachte er niet van heeft weerhouden weer de fout in te gaan."

De in het bestreden vonnis als te dezen toepasselijk vermelde en ten tijde van het bewezenverklaarde geldende wettelijke voorschriften luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

- art. 17a, eerste lid, Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen:

"In geval van veroordeling tot gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, tot hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, of tot geldboete, kan de rechter daarbij tevens zowel ten aanzien van die straf als ten aanzien van de opgelegde bijkomende straffen het bevel geven, dat deze geheel of voor een door hem te bepalen gedeelte niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij hij later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een bij het bevel te bepalen proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende die proeftijd zich op andere wijze heeft misdragen of een bijzondere voorwaarde, welke bij het bevel mocht zijn gesteld, niet heeft nageleefd."

- art. 17c, tweede lid, van voormeld wetboek:

"Bij de toepassing van artikel 17a kunnen voorts de volgende bijzonder voorwaarden worden gesteld:

(...)

b. opneming van de veroordeelde in een inrichting ter verpleging gedurende een door de rechter te bepalen termijn, ten hoogste gelijk aan de proeftijd;

(...)

e. andere bijzondere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende, waaraan deze gedurende de proeftijd of een bij de veroordeling te bepalen gedeelte daarvan, heeft te voldoen."

Voormeld art. 17c, tweede lid, is gelijkluidend aan art. 14c, tweede lid onder 2°, (oud) van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht. In zijn arrest van 12 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5449, NJ 2013/132, heeft de Hoge Raad met betrekking tot deze bepaling het volgende overwogen:

"Ingevolge art. 14c, tweede lid onder 2º, (oud) Sr kan de voorwaarde tot opneming van de veroordeelde in een inrichting tot verpleging slechts worden opgelegd voor een door de rechter te bepalen termijn. De beslissing of zich de noodzaak voordoet van opneming van de veroordeelde in een inrichting ter verpleging en voor welke duur is voorbehouden aan de rechter (vgl. HR 30 januari 2007, LJN AZ0262, NJ 2007/97)."

Gelet hierop is de door het Hof opgelegde bijzondere voorwaarde, hiervoor onder 2.2.1 weergegeven, voor zover deze de beslissing of, en voor welke duur, de verdachte zich gedurende de proeftijd onder klinische behandeling moet laten stellen, in handen legt van Reclassering Sint Maarten, onverenigbaar met art. 17c, tweede lid, Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.

Het middel is terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Nu vernietiging op grond van het middel slechts tot na te melden verbetering leidt terwijl de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet als volgt worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak doch uitsluitend wat betreft de in de hiervoor onder 2.2.1 weergegeven beslissing voorkomende woorden "klinische dan wel";

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2016.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2016/1199 SR-Updates.nl 2017-0002
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?