ECLI:NL:HR:2016:2596

ECLI:NL:HR:2016:2596, Hoge Raad, 15-11-2016, 16/02061

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 15-11-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/02061
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2016:1137
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 7 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001941 BWBR0002559

Samenvatting

Uitlevering aan Servië. Art. 28.3 Uitleveringswet. Ambtshalve vernietiging. Rb. heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van “de feiten omschreven in het uitleveringsverzoek”. De uitspraak voldoet niet aan de eis ex art. 28, derde lid, Uitleveringswet dat zij een voldoende duidelijke vermelding dient te bevatten van de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan nu noch de bestreden uitspraak noch voormeld uitleveringsverzoek een overzicht behelst van de feiten waarvoor de uitlevering is verzocht. De HR herstelt het verzuim en verwerpt het beroep voor het overige. Middelen 81.1 RO. AG: ook ambtshalve vernietigen i.v.m. verzuim de feiten naar Nederlands recht tevens te kwalificeren als overtreding van art. 11b Opiumwet.

Uitspraak

15 november 2016

Strafkamer

nr. S 16/02061 U

IV/EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 7 april 2016, nummer [00] , op een verzoek van de Republiek Servië tot uitlevering van:

[de opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft M.P. Hilhorst, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de feiten waarvoor de uitlevering toelaatbaar is verklaard en de kwalificatie van die feiten naar Nederlands recht, tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering ter fine van vervolging ter zake van de feiten zoals die onder I en II uiteen zijn gezet in de "Order for Investigation of the Prosecutor's Office for Organized Crime KTI 37/15 form 15.12.2015", tot toevoeging van art. 11b Opiumwet als grondslag voor de strafbaarheid van de feiten naar Nederlands recht en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Republiek Servië toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van "de feiten omschreven in het uitleveringsverzoek".

Art. 28, derde lid, Uitleveringswet houdt in dat de rechter in zijn uitspraak de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, dient te vermelden. In aanmerking genomen dat noch de bestreden uitspraak noch voormeld uitleveringsverzoek een overzicht behelst van de feiten waarvoor de uitlevering is verzocht, voldoet de uitspraak niet aan de eis dat zij een voldoende duidelijke vermelding dient te bevatten van de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan. De Hoge Raad zal dit verzuim herstellen door de uitlevering toelaatbaar te verklaren voor de feiten die zijn omschreven in na te noemen door de verzoekende Staat bij het uitleveringsverzoek overgelegde stuk.

4. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover de Rechtbank heeft verzuimd de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, genoegzaam te vermelden;

verklaart de gevraagde uitlevering toelaatbaar ter zake van de in de "Order for Investigation of the Prosecutor's Office for Organized Crime KTI 37/15 from 15.12.2015" onder I en II vermelde feiten;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-presiden A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2016.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2016/2186 RvdW 2016/1205 SR-Updates.nl 2017-0001
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?