ECLI:NL:HR:2017:1284

ECLI:NL:HR:2017:1284, Hoge Raad, 27-06-2017, 16/01953

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 27-06-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/01953
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2017:605
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 14 zaken
Aangehaald door 5 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0008804

Samenvatting

Maximumduur vervangende hechtenis bij oplegging meerdere schadevergoedingsmaatregelen, art. 24c Sr, art. 60a Sr en art. 36f Sr. Hof heeft verdachte verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat t.b.v. A en B van respectievelijk € 223.350,- en € 98.950,-, telkens bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 dagen hechtenis. Ex art. 36f.8 Sr jo. art. 24c.1 Sr dient de rechter bij het opleggen van een svm voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, te bevelen dat vervangende hechtenis zal worden toegepast. Die vervangende hechtenis mag in geval van samenloop a.b.i. art. 57 Sr o.g.v. art. 60a Sr jo. art. 24c.3 Sr voor beide betalingsverplichtingen gezamenlijk ten hoogste een jaar bedragen. HR vermindert zelf de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat is voldaan aan het wettelijk bepaalde maximum van een jaar.

Uitspraak

27 juni 2017

Strafkamer

nr. S 16/01953

SLU

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 maart 2016, nummer 23/001515-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de bij de aan de verdachte opgelegde verplichtingen tot betaling aan de Staat bevolen vervangende hechtenis, tot vermindering daarvan in die zin dat is voldaan aan het wettelijke maximum van een jaar en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het derde middel

Het middel klaagt dat het Hof aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen in totaal meer vervangende hechtenis heeft verbonden dan wettelijk is toegestaan.

Het Hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat ten behoeve van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] van respectievelijk € 223.350,- en € 98.950,-, telkens bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 dagen hechtenis.

Ingevolge art. 36f, achtste lid, in verbinding met art. 24c, eerste lid, Sr dient de rechter bij het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, te bevelen dat vervangende hechtenis zal worden toegepast. Die vervangende hechtenis mag in een geval als het

onderhavige waarin sprake is van samenloop als bedoeld in art. 57 Sr, op grond van art. 60a in verbinding met art. 24c, derde lid, Sr voor de beide betalingsverplichtingen gezamenlijk ten hoogste een jaar bedragen.

Uit het vorenoverwogene volgt dat het middel terecht is voorgesteld. De Hoge Raad zal zelf de duur van de vervangende hechtenis aldus verminderen dat is voldaan aan het wettelijk bepaalde maximum van een jaar.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de bij de aan de verdachte opgelegde verplichtingen tot betaling aan de Staat bevolen vervangende hechtenis;

beveelt

a. dat het aan de Staat te betalen bedrag van € 223.350,- ten behoeve van [betrokkene 1], bij gebreke van betaling en verhaal wordt vervangen door 253 dagen hechtenis;

b. dat het aan de Staat te betalen bedrag van € 98.950,- ten behoeve van [betrokkene 2], bij gebreke van betaling en verhaal wordt vervangen door 112 dagen hechtenis;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2017.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2017/792 SR-Updates.nl 2017-0308
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?