10 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/05007 B
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 5 oktober 2016, nummer RK 16/739, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager] , geboren op [geboortedatum] 1964.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot alsnog niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn beklag.
2. Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder (onder meer) de ex-vrouw en dochter van de klager van een personenauto, Toyota, type Starlet, met kenteken [AA-00-BB]. Op 1 augustus 2016 is een klaagschrift als bedoeld in art. 552a, eerste lid, Sv binnengekomen bij de Rechtbank, strekkende tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de klager. Dat klaagschrift is door de Rechtbank op 21 september 2016 behandeld, waarna de Rechtbank op 5 oktober 2016 de bestreden beschikking heeft gegeven waarbij het beklag ongegrond is verklaard.
Blijkens het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer en de bestreden beschikking heeft de Officier van Justitie onder meer medegedeeld dat de personenauto inmiddels vanwege de hoge stallingskosten en de geringe waarde van de personenauto is vernietigd.
Art. 134, tweede lid, Sv luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
(...)
c. de machtiging als bedoeld in artikel 117 is verleend en het voorwerp niet om baat is vervreemd; (...)"
Gelet op het voorgaande was het beslag reeds beëindigd ten tijde van de beslissing op het klaagschrift. Dat brengt mee dat de Rechtbank de klager in zijn klaagschrift niet-ontvankelijk had behoren te verklaren.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, het middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verklaart de klager alsnog niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2017.