12 oktober 2018
Eerste Kamer
17/03585
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
INNOVATION DOME B.V., voorheen Procede Vastgoed B.V.,gevestigd te Enschede,
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Kuipers, thans mr. J. de Jong van Lier,
t e g e n
[verweerster],gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.S. van der Keur en mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Procede en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 99306 ha za 09-67 van de rechtbank Almelo van 25 maart 2009 en 21 april 2010;
b. de arresten in de zaak 200.065.280 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 maart 2012, 1 april 2014, 1 september 2015 en 25 april 2017.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 20 maart 2012, 1 april 2014 en 25 april 2017 heeft Procede beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeeld Procede in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.575,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Procede deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 oktober 2018.