HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/00043
Datum 17 september 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van
20 december 2017, nummer 22/003428-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943,
hierna: de verdachte.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Den Haag en van het vonnis van de rechtbank Rotterdam en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging.
2. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
Blijkens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Roermond gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 9 juli 2019 aldaar overleden.
Daarom is volgens art. 69 Sr in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen, zodat als volgt moet worden beslist.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag en de uitspraak van de
Rechtbank Rotterdam;
- verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2019.