ECLI:NL:PHR:2019:482

ECLI:NL:PHR:2019:482, Parket bij de Hoge Raad, 14-05-2019, 18/00043

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 14-05-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/00043
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2019:1083
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830

Samenvatting

Conclusie AG. Veroordeling ter zake van omkoping van twee wethouders van de gemeente Roermond (art. 177 Sr). Drie middelen bevatten bewijsklachten en in middel 3 is de vraag aan de orde welke (zelfstandige) betekenis toekomt aan het bestanddeel ‘in strijd met een ambtsplicht’ als bedoeld in art. 177 oud Sr? De AG geeft de Hoge Raad in overweging om het beroep in cassatie te verwerpen.

Uitspraak

19. Het eerste middelfaalt in alle onderdelen.

20. Het tweede middel dat zich tegen de motivering van de bewezenverklaring van feit 2 richt valt eveneens in een aantal klachten uiteen. Die klachten zijn deels dezelfde als bij het eerste middel en ik tracht voor zover mogelijk herhaling door verwijzing te voorkomen.

21. Onderdeel 1 van de eerste klacht richt zich tegen de motivering van het bewezenverklaarde oogmerk (sub 1) en het opzet (sub 2). Het is een veel ‘lichtere’ variant van onderdeel 1 van de eerste klacht van het eerste middel. Het beroep op het onjuiste toetsingskader is hier in de kern gebaseerd op de ‘vermogensrechtelijke’ positie van verdachte.

22. Niet is toegelicht dat en waarom een uitstekende vermogenspositie van verdachte op zich zelf reeds mede bepalend is voor oogmerk of opzet. Van een te beperkt toetsingskader is geen sprake. Ik zie geen aanleiding nader op de klacht in te gaan.

23. Het tweede onderdeel klaagt over een ontbrekende reactie op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt als bedoeld in art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv. Het lukt mij ook na herhaalde lezing van de schriftuur en de daar geciteerde passages uit de pleitnotities niet scherp voor ogen te krijgen op welk uitdrukkelijk onderbouwd standpunt wordt gedoeld. Is bedoeld dat het standpunt is ingenomen dat een rijk persoon die een ander 1800 euro in natura schenkt niet kan handelen met het oogmerk een ander te bewegen tot bepaald gedrag? Ik lees dat niet met zoveel woorden en argumenten voor die stelling ontbreken in de pleitnotities. Ik meen dat het hof kon oordelen dat van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt hier geen sprake was, althans dat het hof niet was gehouden in te gaan op alle onderdelen van hetgeen werd aangevoerd.

24. De tweede klacht betreft overweging 7.3.4 uit het hierboven geciteerde en onder randnummer 6 (gedeeltelijk) opgenomen arrest van het hof. Geklaagd wordt dat voor het vaststellen van oogmerk en opzet de perceptie van [betrokkene 1] door het hof ten onrechte relevant is geacht. Verder wordt ook nog geklaagd “dat het enkele feit dat het om een gift in de privésfeer gaat niet uitsluit dat de omkoper met zijn gift het doel kan hebben om de ambtenaar om te kopen” de mogelijkheid open laat dat requirant met de giften niet het doel had om [betrokkene 1] om te kopen.

25. Dat die perceptie van [betrokkene 1] niet relevant voor oogmerk en opzet is, is juist. De klacht berust echter op een verkeerde lezing van de overweging van het hof. Het hof heeft slechts overwogen dat de opvatting van verdachte dat de giften in de privésfeer plaatsvonden niet overeenkomt met de verklaring van [betrokkene 1] en vervolgens vastgesteld dat het vereiste oogmerk aanwezig kan zijn bij giften in de privésfeer. Voor de vraag of er oogmerk en opzet is, is het hof dus niet uitgegaan van de verklaring van [betrokkene 1] dat het volgens hem om giften in de zakelijke sfeer ging.

26. Ook het tweede klachtonderdeel geciteerd onder randnummer 24 berust op een onjuiste lezing van de overweging. Het hof brengt namelijk tot uitdrukking dat giften in de privésfeer omkoping niet uitsluiten en anders dan de steller van het middel niet dat bij de onderhavige gift in de privésfeer niet is uitgesloten dat het oogmerk ontbreekt.

27. De derde klacht is vrijwel letterlijk gelijk aan de tweede onderdeel van de derde klacht van het eerste middel. Ik meen te kunnen volstaan met verwijzing naar mijn bespreking van die klacht hierboven.

28. Het tweede middelfaalt in alle onderdelen.

29. Het derde middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 voor zover deze inhouden dat verdachte heeft gehandeld in strijd met zijn plicht.

30. De toepasselijke strafbepaling zoals deze indertijd gold heb ik hierboven reeds opgenomen. In een noot wees ik er al op dat in het eerste lid onder 1 en 2 de woorden ‘in strijd met zijn plicht’ inmiddels zijn vervallen.

31. De Memorie van toelichting houdt daaromtrent in:

“In de rechtspraak wordt inmiddels het onderscheid tussen handelen in strijd met de ambtsplicht en handelen dat niet strijdig is met de ambtsplicht steeds meer gerelativeerd. Naar het oordeel van de rechter is er in bredere zin al vrij snel sprake van handelen in strijd met de ambtsplicht (zie E. Sikkema, Ambtelijke corruptie in het strafrecht, BoomJu, Den Haag 2005, p. 265). Als afzonderlijk bestanddeel heeft het handelen in strijd met de ambtsplicht daarmee aanzienlijk aan belang verloren. Niet het ambtsstrijdig handelen staat centraal, maar íeder ambtelijk handelen dient vrij te blijven van welke geldelijke beïnvloeding dan ook. Ik stel daarom voor in de artikelen 177 en 363 Sr actieve en passieve omkoping van een ambtenaar strafbaar te stellen, onafhankelijk van de vraag of daarbij een ambtsplicht worden geschonden of niet.”

32. In de toelichting op het middel wordt gewezen op de (hierboven geciteerde) bewijsoverwegingen van het hof die inhouden dat niet is gebleken van concrete gunsten of tegenprestaties die beide wethouders aan verdachte zouden hebben gegeven. Van voortrekken of begunstigen van verdachte is volgens het hof geen sprake geweest. Volgens de steller van het middel is een voorkeursbehandeling echter van doorslaggevend belang. Verdachte zou door beide wethouders zoals ieder ander zijn behandeld.

33. Bij beide verdachten is het handelen in strijd met de plicht in de bewezenverklaring geconcretiseerd door - kort gezegd - het bewerkstelligen van een onvoldoende onafhankelijke relatie van de beide wethouders. Voor wethouder [medeverdachte] is daar – weer kort gezegd - de aanwezigheid bij ontmoetingen met potentiele nieuwe opdrachtgevers nog aan toegevoegd. De steller van het middel heeft gelijk dat niet is vastgesteld dat de giften enige voorkeursbehandeling ten gevolge hebben gehad.

34. Is inderdaad uitgesloten dat het bewerkstelligen van een onafhankelijkheidsrelatie toereikend is voor handelen in strijd met de ambtsplicht als bedoeld in art. 177 Sr? In de rechtspraak van de Hoge Raad vervaagde het onderscheid tussen het bewegen tot gedrag in strijd met de ambtsplicht (tot gedrag van de ambtenaar dat op zichzelf al onrechtmatig is) als bedoeld in art. 177 oud Sr en omkoping zonder dat de ambtenaar in strijd met zijn plicht handelt als bedoeld in art. 177a oud Sr.

35. Uiteindelijk werd in de rechtspraak geen helder onderscheid meer gemaakt. Ik citeer HR 20 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW3584 NJ 2006/380:

Voor wat betreft de hiervoor genoemde klachten dient het volgende te worden vooropgesteld. In een geval als het onderhavige ziet art. 177 Sr niet alleen op de situatie dat er een direct verband bestaat tussen de gift of belofte enerzijds en een concrete tegenprestatie anderzijds, doch ook op het doen van giften of beloften aan een ambtenaar teneinde aldus een relatie met die ambtenaar te doen ontstaan en/of te onderhouden met het doel een voorkeursbehandeling te krijgen (vgl. HR 27 september 2005, LJN AT8318).”

36. Het door giften of beloften streven naar een voorkeursbehandeling levert volgens de Hoge Raad los van de vraag of deze behandeling wordt gerealiseerd strijd met de ambtsplicht als bedoeld in art. 177 oud Sr op. Het gaat om de gerichtheid van de verdachte op die voorkeursbehandeling. Dat lijkt mij evenzeer van toepassing bij een zodanige gerichtheid dat de ambtenaar niet meer kan handelen zoals dat een ambtenaar betaamt te weten onafhankelijk van particuliere belangen. Of de ambtenaar al in de gerealiseerde afhankelijkheid beslissingen heeft genomen is niet bepalend. Zelfs is niet (meer) doorslaggevend of de afhankelijkheid van de ambtenaar van de gulle schenker al daadwerkelijk is gerealiseerd. Anders gezegd art. 177 Sr is meer een gevaarzettingsdelict dan een krenkingsdelict. De betekenis van de woorden in strijd met de ambtsplicht was in de rechtspraak van de Hoge Raad al min of meer weg gerelativeerd.

37. Daar komt in het bijzonder nog bij dat het hof in de onder randnummer 6 hierboven geciteerde bewijsoverwegingen betekenis heeft toegekend aan de omstandigheid dat de wethouders in strijd met bepalingen uit door de gemeente Roermond opgestelde gedragscode hebben gehandeld. Dat er is gehandeld in strijd met die gedragscode wordt in de toelichting op het middel niet bestreden en dat oordeel van het hof is bepaald niet onbegrijpelijk. Het hof wijst namelijk niet alleen op de artikelen 2.2. en 2.4 van die code, maar in het bijzonder op artikel 2.5 dat inhoudt dat een bestuurder van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aanneemt die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden. In zoverre is gehandeld in strijd met een uit de gedragscode voortvloeiende verplichting.

38. Het derde middelfaalt in alle onderdelen.

39. Het vierde middel klaagt dat bewezenverklaring van feit 1 voor wat betreft de financiële bijdrage aan de verkiezingscampagne innerlijk tegenstrijdig is. De datum in de bewezenverklaring vermeld bij die bijdrage te weten 9 november 2012 valt immers buiten de bewezenverklaarde pleegperiode tussen 10 april 2004 en 23 oktober 2012.

40. Bewijsmiddel 25 in de aanvulling op het arrest is een relaas van een opsporingsambtenaar in een proces-verbaal en houdt in:

“Op 29 januari 2013 heeft een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in het kantoor van [F] B.V. te Roermond , zijnde de werkomgeving van de verdachte [verdachte] . In de inbeslaggenomen goederen werd een factuur ( […] ) aangetroffen, van [K] - BV aan [F] B.V., de dato 27 augustus 2012 en voorzien van het factuurnummer 12..019. Ik zag dat deze factuur betrekking had op kosten VVD-poster gedurende de periode 29 augustus 2012 - 13 september 2012.

Ik zag op de factuur dat voor [F] BV als kosten in rekening wordt gebracht een bedrag van € 1785,00. (inclusief BTW) . Ik zag verder dat op de factuur een stempel is geplaatst, bij deze stempel is bij 'ontvangst' de datum 29/08/12 geschreven en bij vermoedelijk 'verwerkt': (...) 8/11/'12.

Ik zag op de rekening [rekeningnummer] , in gebruik bij [K] B.V., een ontvangst van €,1.785,00 van [F] BV. met als boekdatum 9-11-2012. Ik zag in de omschrijving onder meer het factuurnummer […] vermeld staan.”

41. Bewijsmiddel 25 is een geschrift zijnde een e-mailbericht afkomstig van verdachte gedateerd 8/30/2012 met als onderwerp poster VVD en - voor zover van belang - als bericht: “Jongens het is gelukt!! De grootste verkiezingsposter in waarschijnlijk heel Nederland.”

42. In het licht van deze bewijsmiddelen is van tegenstrijdigheid geen sprake. Het is namelijk niet onbegrijpelijk dat het hof ook de tussen haakjes geplaatste boekdatum op of omstreeks 9 november 2012 heeft bewezenverklaard, terwijl het hof er vanuit is gegaan dat de gift aan [medeverdachte] al eerder en wel in de bewezenverklaarde pleegperiode plaatsvond namelijk eind augustus 2012.

43. Ook het vierde middelfaalt.

44. De middelen falen en de middelen 1, 2 en 4 kunnen ieder geval worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

45. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?